Persschouw
1986-01-03
- Jaargang 30
- nummer 1
“Jongeren in de verpleging
BEROEP VOL ZORG”
Dat stond boven een uitgebreid artikel in het nieuwe blad “Zilt” Christelijk Jongerenmagazine / december 1985.
In dat artikel zijn aan het woord zuster Locker de Bruine, directrice van het Academisch Ziekenhuis te Groningen en zuster Marlies Hidding, verpleegkundige in bovengenoemd ziekencentrum, dat in de stad Groningen wel een dorp op zichzelf lijkt.
't Is zeker wel erg moeilijk werk in de verpleging? Zuster Locker de Bruine is er duidelijk over: "Het beroep is eigenlijk steeds moeilijker geworden.
Toen ik als verpleegster begon, moesten de patiënten natuurlijk ook verzorgd worden. Maar toch anders. Als er iemand uit de operatiekamer kwam zaten we naast het bed met de hand aan de pols. Bij misselijkheid moesten we hulp bieden. Nu is de patiënt verbonden met allerlei apparaten die feilloos registreren wat er gebeurt. De verpleegkundige moet dat kunnen waarnemen en eron reageren.
Als de apparatuur opkomende misselijkheid registreert, moet dat ondervangen worden met een speciaal infuus.
Patiënten komen tegenwoordig ook veel eerder uit bed dan vroeger. De verpleegkundige moet dat met een scherp waarnemingoog allemaal in de gaten houden. Zij of hii heeft veel meer verantwoordelijkheid gekregen.
Vroeger werden zusters en dokters met groot vertrouwen bekeken.
Nu de geneeskunde zo sterk gepopulariseerd is -
iedereen weet erover mee te praten en de medische encyclopedie is een geliefd boek - wordt de patiënt steeds kritischer.
Aan de ene kant is dat een goede ontwikkeling, maar van de andere kant bezien maakt het de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige zwaarder.
't Is moeilijk werk hoor. Doodzieke mensen vaak. Daar moet je wel fantastisch gemotiveerd voor zijn.”
Marlies vindt het een fijn beroep.
Je kunt toch voor een belangrijk deel je werk zelf indelen.
Je hebt veel contact met mensen. Natuurlijk zijn er wel moeilijke dingen. "Maar als je naar huis gaat, moet je met je werk ook de problemen overdragen.
Thuis moet je weer aan je eigen dingen denken. Als je dat niet kunt, ga je er onderdoor.
Ik heb gewerkt op een afdeling waar veel sterfgevallen waren. 't Is echt wel goed om bij de dood bepaald te worden, maar het kan te veel worden.
Dan wordt het tijd om overplaatsing aan te vragen. Je moet je ook altijd vrij uiten over je problemen.
Toch is een gesprek met een patiënt in z'n laatste levensfase ook mooi werk. Je kunt al veel betekenen als je alleen maar luistert naar de problemen. Er is vaak een ontzettend grote onzekerheid bij deze mensen.
Het gesprek met een gelovige patiënt is veel gemakkelijker.
Dan kun je samen praten over de .zekerheid, waar ze naartoe groeien. In de verpleging geef je je aan de mensen. Ze gaan ervan uit dat je hen in alles wilt helpen. Daar zijn ze ook dankbaar voor.
Dankbaar voor een schoon bed, een luisterend oor en een bemoedigend woord."
Ik heb vaak het idee, dat ons meeleven met het verpleegkundig personeel in ziekenhuizen en verpleeghuizen etc. op een laag pitje staat. Terwijl er van hun intensieve zorg voor de patiënten zo ontzettend veel afhangt. Het steeds paraat-zijn voor de lijdende medemens is geen sinecure.
Het vergt veel van hen, die hun arbeidsterrein vinden in de sektor van de gezondheidszorg.
Ze kunnen niet altijd alles vertellen.
Daardoor ervaren zij ook een stukje eenzaamheid. Laten wij hen gedenken in onze gebeden zowel in de publieke samenkomsten van de gemeente als ook in ons persoonlijk gebed. Zij hebben deze steun hard nodig vooral in deze tijd waarin zoveel gesjoemeld wordt met allerlei ethische normen!