Ouderling en kerkelijke tucht vandaag (4)

1986-01-03
  • Jaargang 30
  • nummer 1
4. Hoe vinden we de juiste weg in de vragen van de tijd?

Veranderde samenleving
Natuurlijk is het mogelijk nog meer hedendaagse problemen te bespreken: homofilie, euthanasie, echtscheiding enz. We willen dat niet doen. Bovenstaande maakt voldoende duidelijk dat we leven in een veranderde en zich veranderende samenleving. De vaste waarden van voorheen zijn op de helling gekomen.
We kunnen er zeker van zijn dat we nog niet aan het einde van deze "ontwikkeling" gekomen zijn. Omdat we als kerk geen eiland zijn in een stille oceaan; is binnen de gemeente ook verschuiving van waardering op gang gekomen. En zijn onzekerheid en verwarring, machten die ons het houvast dreigen te ontnemen.
Tucht niet eenvoudig Daarom willen we tenslotte de vraag onder ogen zien op welke wijze we uit dit oerwoud de weg moeten zoeken. Tucht is vandaag niet eenvoudig. Vanzelfsprekend bestaat geen twijfel ingeval we te maken hebben met duidelijk verzet tegen de Here.
1 Cor. 5: 13 houdt ons voor: "Doe wie niet deugt uit uw midden weg." En 1 Cor. 16: 22 zegt: "Indien iemand de Here niet liefheeft, die zij vervloekt."
Maar als de zaken niet zo eenvoudig liggen of zich problemen voordoen waar we tevoren nimmer voor geplaatst werden, hoe moeten we dan handelen?

Gods Woord onze gids
We kunnen en mogen zeggen: we hebben toch Gods Woord?
Inderdaad. Maar God geeft ons geen kantklare oplossingen voor alle zich voordoende gevallen.
Zijn Woord onderwijst ons omtrent de weg die we gaan moeten.
De tien geboden zijn, kun je zeggen, handwijzers, die aangeven: In die richting moet u zoeken. Dat is al heel wat. We dienen nl. steeds in alle gevallen te handelen in de géést van Gods geboden.
Gods wet kan worden toegepast in elke situatie, bij ieder volk en op elke tijd. Maar men kan voor moeilijkheden komen bij de vraag hoe dit woord in een concreet geval als het ware landen moet, Soms wordt dan de verzuchting van de Psalmist de onze: Och dat ik klaar en onderscheiden zag hoe ik mij naar uw geboden moet gedragen?
De kracht van het gebed God heeft ons echter méér gegeven dan Zijn Woord, Zijn wet.
Om erachter te komen wat precies Gods wil is, greep Paulus steeds naar het wapen van het gebed. Het valt op dat hij daarvan spreekt als het gaat over ethische vragen, zulke vragen dus als waarmee we ons hier bezig' houden. Zo bidt hij voor de Filippenzen (Fil. 1: 9) dat hun liefde steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt.
En in Col. 1 : 9 lezen we, dat hij niet ophoudt te bidden voor de Colossenzen en te vragen dat ze met de rechte kennis van Gods wil vervuld mogen worden in alle wijsheid en geestelijk inzicht om met de Here waardig te wandelen. God geeft, al hebben we Zijn Woord, Zijn wet. de antwoorden op ethische vragen niet eenvoudig op een presenteerbaadje. Maar zoals Paulus zegt in Rom. 12: 2, in de weg van de vernieuwing van ons denken, opdat we mogen onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

De gemeente inschakelen
Naast Gods Woord, (wet) en het gebed plaatsen we nog een derde belangrijk en niet te verwaarlozen middel waardoor God ons duidelijk maakt hoe zijn wegen zijn gelegen. Van grote betekenis is de gemeente, de gemeenschap der heiligen, die stellig ook als het gaat over ethische vraagstukken kan en moet worden beoefend. We zijn niet zomaar, lukraak aan elkaar gegeven in deze tijd. Daar zit leiding van God achter. Hij wil dat we samen optrekken. Geloven doe je daarom niet slechts op jezelf, je doet het met anderen. Geloven is ook een 'gemeenschappelijke zaak. Dus kan en mag bij het zoeken naar oplossingen in de vragen van de dag die gemeente worden ingeschakeld, zoals de gemeente ook bij tuchtoefening naar Matth. 18 wordt ingeschakeld. De weg door de wirwar van de hedendaagse vragen hebben we samen als leden van Christus’ gemeente te gaan.

De Geest der waarheid
Tenslotte wijzen we op de meest belangrijke Leidsman op wie wij ons verlaten mogen: De Here Jezus Christus zelf die door Zijn Geest sinds de pinksterdag in het midden van Zijn gemeente, wil zijn. Die Geest, zo beloofde Hij ons in de paaszaal, zal u in alle dingen leiden. Die Geest wijst de weg door de komende eeuwen en verschillende tijden.
Om de bijstand van die Geest mogen we bidden, opdat die Geest ons ware wijsheid leert, ons oog verlicht, de nevels op doet klaren. Op de hulp van Christus' Geest mogen we ook rekenen. Tenslotte is de gemeente Gods Zijn zaak. Als Hijzelf het huis van Zijn kerk niet bouwt ai beiden de bouwlieden volslagen tevergeefs.

Hoe vinden we dus de weg?
Luisterend naar Gods Woord, in biddend opzien tot onze God zullen we samen met elkaar onder leiding van Gods Geest al worstelend verder komen, wegen gebaand zien worden waar ze tevoren niet waren. We moeten als ambtsdragers en als gemeenten in het vertrouwen op onze Here aan de slag en in datzelfde vertrouwen verder. Onze dagen zijn niet minder boos dan de vorige; de geslachten van de de mensen zijn niet slechter dan vroeger.
Stellig kunnen de dagen moeilijker worden. Wanneer de afval zich doorzet en als een epidemie allen aantast zouden we de indruk kunnen krijgen dat het met Gods zaak helemaal gedaan is.

Leven en werken vanuit de overwinning
Laten we nimmer vergeten dat het onze verhoogde Koning niet uit de hand loopt. Wij behoeven de verlossing niet tot stand te brengen. Die is er al. Daaruit mogen we leven en werken, in de zekerheid dat het voltooide koninkrijk komt omdat Hij komt. De poorten van het dodenrijk zullen ook vandaag Gods gemeente niet overweldigen.

De moed niet verliezen
Opmerkelijk is dat in het evangelie van zegepraal gesproken wordt in de meest zorgvolle omstandigheden.
Toen de Here Jezus voor Zijn rechters stond (Matth. 26 : 64) sprak Hij: "Ik zeg u: van nu aan zult gij de Mensenzoon zien gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.”
Onze Heere regeert “van het kruis af.”
Wat toen gebeurde met Jezus van Nazareth is beslissend voor de rest van de geschiedenis. Wat na Goede Vrijdag en Pasen kwam en komt is niet dan uitwerking, afronding, voltooiing van dát gebeuren. Het is volbracht!
Daarom is de tijd, ook die we vandaag beleven, evangelie-gebonden.
Dat te weten schenke ons moed om voort te gaan. bevrijde ons van kramp.

Conclusie
Laten we in heel onze ambtsdienst en met name bij de tuchtoefening Gods grote geduld met zondaren navolgen. Zijn mildheid en goedheid door ons heen laten stralen… In dagen van schier absolute duisternis, toen door de zondigheid van mensen polygamie, bloedwraak en slavernij beschouwd werden als normale zaken, was er van Gods kant een sanerend inwerken op die verworden samenleving met het gevolg dat toch langzaamaan de weg teruggebogen werd.
Er mag zeker bij tuchtoefening niet van rigoureus optreden sprake zijn. Juiste en schriftuurlijke tuchtoefening geschiedt met liefde, in navolging van onze Here Jezus Christus, die gekomen is om te zoeken en te behouden wat verloren was. Onder die zondaren nemen wijzelf, moeten we met Paulus spreken, de voornaamste plaats in.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief