Doe Uzelf geen kwaad
1986-01-03
"En alle hoop mij gans ontviel daar niemand zorgde voor mijn ziel."- Jaargang 30
- nummer 1
(Psalm 142 : 4)
De laatste tijd bereiken ons steeds meer alarmerende berichten over mensen (vooral ook jongeren) die een einde aan hun leven maken.
Over die zelfmoordneigingen leven - ook in onze kring - soms eenzijdige oordelen, die betrokkenen of nabestaanden in ernstige mate kunnen kwetsen.
Pastorale handreiking
Ruim een jaar geleden verscheen er in de serie "Pastorale handreiking" een boek over de achtergronden van suïcide.
"Doe Uzelf geen kwaad" werd geschreven door drs G. J. Bach, die als geestelijk verzorger verbonden is aan de Valeriuskliniek in Amsterdam. Bach gaat in zijn boek niet alleen in op de oorzaken van zelfdoding (vooral de depressiviteit wordt voor het voetlicht gehaald); hij biedt ook een handreiking aan mensen die met deze problematiek in aanraking komen. Een pastorale handreiking van een herder die oog heeft voor de nood van zijn schapen.
Informatie
In het Nederlands Dagblad van 9 januari 1985 schreeft dr P. Los (zenuwarts) o.a. het volgende: "Ik heb nog nooit in 150 bladzijden zóveel informatie, zóveel kennis van zaken en zóveel goede adviezen gelezen over een zó moeilijk onderwerp."
Ik moet eerlijk bekennen dat de inhoud van het boek mij deed duizelen. "Doe Uzelf geen kwaad" bevat zoveel informatie over achtergronden, oorzaken en het voorkomen van zelfdoding dat ik niet direkt in staat was om een boekbespreking voor "Opbouw" te schrijven.
Men moet het boek lezen, tot zich door laten dringen, en dan nóg een keer lezen ....
Eigenlijk is 'informatie' het goede woord niet. Dat woord raakt niet de kern van het boek.
De kern is dat hier op een begrijpelijke wijze èn op een warme toon de enorme eenzaamheid van mensen die op de grens van leven en dood staan wordt beschreven. Dit gebeurt zonder dat Bach de zelfdoding als zodanig goedkeurt (hij gaat niet uit van de autonome mens die zelf over zijn: leven mag beslissen.
Vakkennis
Het is erg moeilijk om over een onderwerp als 'zelfdoding' te schrijven. Niet alleen omdat het ons tot in de diepste vezels van ons bestaan kan raken, maar vooral omdat de oorzaken van suïcide zo kompleks zijn dat men alleen op een heel voorzichtige wijze te werk kan (en màg) gaan. Maar af te vaak kan men ongenuanceerde en gemakkelijke verklaringen horen ("het ligt aan de opvoeding", "als je gelooft doe je zoiets niet"). Deze verklaringen zijn niet alleen door hun eenzijdigheid onjuist, maar doen de mensen die bij zelfdoding betrokken raakten heel veel verdriet.
Om een boek als "Doe Uzelf geen kwaad" te kunnen schrijven is vakkennis noodzakelijk.
Bach baseert zijn boek niet op gemakkelijk getrokken konklusies.
Hij heeft veel over het onderwerp gelezen (de bijna 300 literatuurverwijzingen vormen daar een illustratie van). Daarnaast geeft de schrijver er blijk van diep tot de angst en eenzaamheid van mensen met depressies en zelfmoordplannen te zijn doorgedrongen. Hij benadert hen met respekt, met, een mildheid waar wij vaak nog veel van kunnen leren.
Paradoxaal
Uitgangspunt van Bach is dat daar waar zelfdoding veroordeeld wordt (een taboe is), de kans dat iemand zelfmoord pleegt relatief groot is. Weet men het taboe te verminderen, dan wordt ook het verlangen om de daad te voltrekken minder (31). Op verschillende plaatsen licht Bach zijn standpunt verder toe. Zo ook in het hoofdstuk over ethiek: "zolang de omgeving blijft zeggen dat suïcide verwerpelijk is, zullen de mensen, die met -deze plannen rondlopen niet met hun omgeving in gesprek komen. Door de morele klem is er nauwelijks kommunikatie met hen mogelijk.
En waar geen kommunikatie is, falen alle hulp en preventie, werkt zelfs de weerstand niet." (58) Een paradoxaal uitgangspunt: als het niet mag gebeurt het juist. Betekent dit dat we nu (ook al) de zelfmoord goed moeen keuren?
Eenzaamheid
Er is momenteel een sterker wordende tendens in onze samenleving om zelf te beslissen over het leven. Zo op het eerste gezicht zou men kunnen veronderstellen dat ook Bach in zijn denken deze kant uitgaat.
Dit is echter zeer beslist niet het geval. "Zet de autoritaire ethiek de mens vast in zijn schuldgevoelens, de autonome ethiek (ik beslis zelf over mijn leven) laat de mens vallen" (59). Als jongeren steeds hun gang mogen gaan, zelfs bij de keuze tussen leven of dood, ervaren ze dat in feite vaak als liefdeloosheid en ongeïnteresseerdheid, zo betoogt Bach. pit leidt uiteindelijk tot gevoelens van eenzaamheid, en daarmee is de cirkel weer rond.
Bach merkt in dit verband op dat zelfs het leven een konsumptie-artikel dreigt te worden: als het niet meer bevalt, gooi je het maar weg ("de vertrossing van de suïcide"). Dit verlaagt de drempel, vermindert de weerstand, en kan daardoor een infekterende invloed hebben op allerlei- toch al vatbare - mensen.
Dit zou voor een deel de toename van het aantal zelfdodingen, in de westerse samenlevingen kunnen verklaren.
Kortom: een direkte veroordeling van de zelfmoord èn het goedpraten of zelfs stimuleren van deze daad kunnen beide hetzelfde gevolg hebben. Het is wel duidelijk dat we hier te maken hebben met een bijzonder moeilijke problematiek, die om veel wijsheid vraagt.
In de put
Er kunnen momenten in iemands leven zijn waarop zelfs de hemel toegesloten lijkt. 'Mensen die in zo'n situatie verkeren zullen zich in veel gevallen afsluiten voor kontakt. Het is echter ook mogelijk dat ze wanhopig op zoek zijn naar iemand die met hen in gesprek wil treden. Eén van hun laatste strohalmen kan de dominee of de wijkouderling zijn.
Er moet op zo'n moment ook ruimte zijn voor een gesprek. Een pastor die direkt met een veroordeling komt zal het depressieve gemeentelid vaak nog dieper de put in sturen. ,,De pastor moet soms zelfs mee de put ingaan, soms aan de rand blijven staan om de ander eruit te halen. De ander vraagt liefde, zorg, maar ook weerstand, weerstand die is vervlochten met de eigen rijpheid, in de kennis van God en zichzelf" (138). "Het gaat erom de ander te begeleiden en mee te, gaan, in plaats van te veroordelen óf vrij te spreken"
(139). Veroordeling verstoort de kommunikatie en roept nog meer schuldgevoelens op, en een vrijblijvende ethiek biedt geen enkel houvast. Wéér vaart Bach tussen de twee klippen door: de veroordeling en de vrijblijvendheid.
Ik bid voor jou
Mooie woorden .... , maar hoe moet dat nu in de praktijk?
Bach biedt geen recepten (dat kan ook niet), maar wel treffende illustraties. Een voorbeeld uit het laatste hoofdstuk (140): "Er moet ook ruimte zijn om godsdienstige ervaringen uit te wisselen. Maar vooral ook ruimte om mensen niet op hun geloof vast te zetten. "Als je weer gelooft, gaat het wel over!"
Soms is God voor mensen zo verborgen, dat Hij door hen niet meer ervaren kán worden; een appèl doen op dat wat men niet kan ervaren werkt juist nog sterker schuldgevoelens - in de hand, zo betoogt Bach. "Wel kan men theologische uitspraken objektief hanteren: "God blijft U toch vasthouden, zelfs als alle mensen U verlaten". Die genade-uitspraken blijven vaak hangen in de duisternis van de depressie. Ze mogen alleen hoop geven, geen eisen stellen. "Wij zullen voor U bidden, U hoeft het nu niet te doen. U bent er momenteel van ontslagen."
Valkuil
Het is mogelijk dat ik met deze illustratie toch nog in de valkuil ben gelopen die ik had willen omzeilen. Bach is - ik schreef het al - heel voorzichtig in zijn stellingname. Pas in de loop van het boek gaat men echt voelen wat hij met het schrijven van dit boek bedoeld heeft. Het gaat bij depressies en pogingen tot zelfmoord om heel komplekse zaken: er is nooit sprake van één oorzaak, en één gevolg. Iedere illustratie in 'Opbouw' doet eigenlijk afbreuk aan het boek, omdat ook zo'n voorbeeld weer in de kontekst gelezen moet worden: Toch meende ik U de hierboven geciteerde 'aanpak' voor te moeten leggen. Het geeft aan dat we boordevol goede motieven en pastorale bewogenheid depressieve mensen toch in de kou kunnen laten staan, door hen aan te spreken op iets wat ze op dat moment kwijt zijn: het vermogen tot kommunikatie.
De schreeuw om hulp, de roep om God is er wèl, maar zwaar depressieve mensen zijn' zelf niet in staat om een stap te verzetten.
Het is in die situatie dat Bach oproept om buiten de sfeer van de veroordeling te blijven.
"Suïcidaliteit"
"Doe Uzelf geen kwaad" is ingedeeld in drie delen: suïcidaliteit (de eerste helft van het boek), depressiviteit en (pastorale) hulpverlening (de laatste 40 bladzijden).
Het eerste deel (met als titel "suïcidaliteit") vermeldt de definitie van een aantal begrippen en enige 'statistische gegevens.
Daarnaast gaat Bach in dit hoofdstuk uitvoerig in op het taboe zoals dat in de geschiedenis gegroeid is (o.a. de kerkgeschiedenis), geeft hij verklaringsmodellen weer (b.v. psychiatrie) en plaatst de schrijver 'ethische kanttekeningen.
Bach noemt in dit hoofdstuk ook personen uit de Bijbel die de hand aan zichzelf sloegen (Simson, Saul, Achitofel, Zimri, Abimelech en Judas). Ook geeft hij omstandigheden weer waarbij mensen "gezeten zijn in schaduwen des doods" (depressie?).
Als Jezus spreekt over "zijn leven verliezen" raakt hij hiermee volgens Bach de grenzen van de zelfgekozen dood (31). De schrijver noemt hierbij - overigens zonder hun mening te onderschrijven - ook theologen die van mening zijn dat de dood van 'Jezus in het licht van de zelfgekozen dood moet worden gezien.
Deze konklusie meen ik te moeten afwijzen, omdat de dood van onze Heere Jezus op die manier niet vergeleken mág worden.
Bach is van mening dat de Bijbel zelfmoord in ieder geval als ramp ziet, maar niet als misdaad (citaat Kuitert, 30).
Belangrijk zijn ook de door Bach genoemde misvattingen ten aanzien van zelfmoord: (bijvoorbeeld) "als je erover praat, doe je het niet", "deze mensen zijn altijd geestesziek", "het gebeurt in de herfst", "suïcide is erfelijk".
Dit zijn stuk voor stuk onjuiste opvattingen!
We moeten ons ook goed realiseren dat het handelen van mensen die zwaar depressief zijn en met zelfmoord plannen rondlopen zich aan onze logica onttrekt! Dat maakt de hulpverlening dan ook (extra) moeilijk!
Ook moeten we beseffen dat de keuze voor zelfdoding zelden geheel vrij is: achter de zelfmoordneigingen schuilt een wereld van problemen.
Depressiviteit
Ook in het tweede deel, over depressiviteit, zoekt de auteur naar de oorzaak en de zin van dit psychische beeld. De depressie is een onvoldoende onderkend verschijnsel, dat niet alleen bij volwassenen, maar ook bij kinderen vrij veel voorkomt.
Terecht stelt Bach dat de huidige politieke en ekonomische situatie een gunstige voedingsbodem voor het ontwikkelen van een depressie vormt (79). Ook in dit hoofdstuk komen we weer verklaringsmodellen tegen, worden 'soorten' depressies onderscheiden, wordt aangegeven wat mogelijke 'uitlokkende' faktoren zijn en wordt de rol van opvoeding en religie beschreven. Akute depressies kunnen ontstaan t.g.v. langdurige spanningen en verliessituaties (werkloosheid, overlijden), maar ook bij hormonale veranderingen (b.v. de postnatale depressie).
Daarnaast zijn er mensen met een depressieve levenshouding: men zou dan eigenlijk van een depressie als karaktertrek kunnen spreken.
Bach gaat in dit deel ook in op het relatief hoge aantal (psychiatrische) opnames van mensen met een (vitale) depressie in Zeeland. De geloofsattitude van de bevindelijke Zeeuwse orthodoxie (nooit zeker zijn van de uitverkiezing, permanente inspanning om God te behagen: daardoor ligt de bestaansangst als een bijl aan de wortel van de boom) zou van invloed kunnen zijn op deze hoge cijfers (93).
Het slotgedeelte lijkt mij van zeer groot belang: de zin van depressies. Een depressie is niet alleen negatief; men kan er ook van leren en het leven in positieve zin ombuigen. Bach schrijft in dit hoofdstuk óók dat de afschaffing van de zondagsrust in kombinatie met de huidige gehaaste levensstijl de kansop depressies doet toenemen (103).
Rusten en rouwen is er niet meer bij: tranen vormen een bedreiging voor het geloof in de vooruitgang....Iets om zeker over na te denken!
(Pastorale) hulpverlening
Vanuit het hoofdstuk over depressies (die relatief vaak de 'inleiding' vormen op zelfmoordneigingen) komt Bach uit op zijn slothoofdstuk over de hulpverlening.
Uit dit deel heb ik al het één en ander geciteerd.
De auteur noemt als elementen van de pastorale houding: trouw, troost, eerbied en vermaning.
Om die houding op te kunnen brengen moet de pastor leren omgaan met zijn eigen onmachtsgevoelens.
Duidelijk wordt dat de hulpverlening aan mensen met een depressie een buitengewoon zware druk legt op degene die hulp verleent. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het kontakt met zwaar depressieve mensen een verlammende uitwerking kan hebben. Toch is het houvast belangrijk: vaak nog ná de dokter biedt de dominee het allerlaatste houvast vóór de dood.
Mede daarom is het onderkennen van signalen die wijzen op zelfmoordneigingen erg belangrijk (116).
Van zeer groot belang is de aandacht die Bach besteedt aan de nabestaanden van mensen die de hand aan zichzelf hebben geslagen.
Maar al te vaak heeft de kerk deze mensen in de kou laten 'staan door zelfs een kerkelijke rouwplechtigheid (de kerkdienst als moment voor het verwerken van het verdriet) niet toe te staan. Zij moeten in staat worden gesteld om hun verdriet, hun schuldgevoel, maar ook hun mogelijke woede te uiten.
Beoordeling
Het zal geen verbazing (meer) wekken dat ik "Doe Uzelf geen kwaad" zeker de moeite waard vind om gelezen te worden. Ik kan het boek zelfs van harte aanbevelen aan mensen die - op welke wijze dan ook - in aanraking komen met de beschreven problemen.
Ik keek wat vreemd aan tegen bepaalde termen, zoals 'pastorant' en 'suïdant'. Een enkele keer meende ik vraagtekens te moeten plaatsen bij - vooral theologische - uitspraken.
Deze opmerkingen nemen echter niet weg dat mijns inziens het door Bach geschreven boek een buitengewoon boek is, een buitengewoon goed boek zelfs.
De meeste hoofdstukken worden ingeleid door een fragment uit de literatuur (b.v. gedichten) of uit de Bijbel; hetgeen de inhoud extra accenten verleent.
"Het zou een leerboek kunnen heten, als het niet zo goed geschreven was" (Dr P. Los in het Nederlands Dagblad).
Een schuilhut
Met deze konklusie is het artikel eigenlijk nog niet af. Er zouden verschillende bladzijden gevuld kunnen worden met de konsekwenties die dit intrigerende boek kan hebben voor ons samenleven als leden van die vaak kleine Nederlands Gereformeerde Kerken. Ik wil - buiten de reeds eerder genoemde adviezen - slechts enkele aspekten aanstippen.
In de eerste plaats is het belangrijk dat we ons goed realiseren dat de oorzaak van depressies (en zelfmoordneigingen) heel verschillend kan zijn en dat veel faktoren een rol mee kunnen spelen. Dit betekent dat we ook niet nonchalant met de schuldvraag om mogen springen, (zoals dat naar mijn mening nogal eens gebeurt). Dan wint de pastorale bewogenheid het van de harde veroordeling.
We moeten ook beseffen dat niet iedereen in staat is om mensen met depressies te helpen, en óók dat een hulpverlener en/of pastor zijn grenzen heeft. Aan de andere kant kan - ondanks alle aandacht die soms aan mensen met psychische problemen wordt gegeven - iemand met deze problemen toch het gevoel hebben "dat niemand zorgt voor zijn ziel”. Dat is (van beide zijden) geen kwestie van onwil, eerder van onmacht. Laten we in zulke vastlopende situaties de waarde van het gebed - óók voor die ander - niet vergeten!
Mijn slotopmerking betreft de plaats van de kerk in de tachtiger en negentiger jaren. Die kerk moet een schuilplaats zijn, een rustpunt voor mensen die weten dat de mens niet autonoom kán zijn. Een plaats waar mensen niet in de kou hoeven te staan door een vrijblijvende normloze ethiek. Een ruimte waar plaats is voer vergeving van zonden, waar een blij Evangelie verkondigd wordt, een Evangelie dat uitzicht biedt, hoop geeft.
Misschien is die kerk niet meer dan een "nachthut in een komkommerveld" (Jes. 1 : 8). Maar toch, een schuilplaats in een wereld waarin steeds meer mensen "het niet meer zien zitten".
"Doe Uzelf geen kwaad"
(157 blz.) door: Govert Bach.
Serie Pastorale Hulpverlening no. 40.
Uitgeverij Voorhoeve, Den Haag.
Prijs f 19,50.