Preken voor de gemeente van Christus (2)

1986-01-10
  • Jaargang 30
  • nummer 2
De Calvijnkring benadrukt: er moet gewezen worden op de noodzaak van de wedergeboorte. Dat wordt als volgt omschreven: "Al zijn we in de Verbondsgemeente, al zijn de beloften ons toevertrouwd, toch moeten wij tot Verbondsbelevingkomen", Ik heb me verbaasd over deze formulering. Het is erg bescheiden om de noodzaak van dè wedergeboorte te omschrijven als: wie in het verbond is moet nog tot verbondsbeleving komen. Zeker voor deze mensen die eigenlijk zo radikaal over de wedergeboorte wensen te spreken, Je bent er, maar je moet tot beleving ervan komen. Dat doet toch ook denken aan Kuyper: je bent gerechtvaardigd van eeuwigheid en wat er eigenlijk alleen nog maar nodig is, is dat er een beleving van die rechtvaardiging in je leven zal komen. Wel is er in hun brochure een duidelijke stellingname tegen systeemdenken, en daar mogen we blij om zijn. Er is ook een- duidelijk verzet tegen lijdelijkheid.
Daar word, van gezegdr het is een spel van de duivel mot goddelijke zaken. Als je zegt: de Here moet het toch maar doen, dus wacht maar af. Integendeel: de noodzaak van de wedergeboorte moet ons uitdrijven tot God. Want de bondeling heeft in het Woord van het Verbond een recht ontvangen om te bidden. Maar helaas, dan eindigt het. Dan valt er niets meer over te zeggen. Er valt geen woord over de verhoring van onze gebeden. Er volgt dan al een nog een merkwaardig ondermaatse toepassing: "zullen wij dan doorgaan met de kerkdiensten op de tweede feestdagen af de schaffen?".
Maar ik neem aan dat dat een slip of the pen geweest is.

De heer Bouterse vermeldt in zijn reactie eerst met instemming de goede dingen die er zijn in de brochure. Maar, zo zegt hij, er wordt een geïsoleerd begrip wedergeboorte gehanteerd. De eenmalige gebeurtenis zoals Nicodemus die moest mee maken is voor hen het een en het al. Hij, zegt dat hij ook in de praktijk tegenkomt dat men denkt: zolang dat niet met je gebeurt is ben je toch een dode zondaar en heb je alleen een historisch geloof en het is een ongewisse zaak of het ooit nog eens met je zal gebeuren.
Deze lijdelijkheid wordt volgens hem bevorderd door preken in de lijn van de Calvijnkring, ook al wordt er tegen diezelfde lijdelijkheid gewaarschuwd.
En daardoor wordt een belangrijk punt geraakt, denk ik. Het is inderdaad waar dat lijdelijkheid bevorderd kan worden door de prediking zelfs al wordt er niet tot lijdelijkheid opgeroepen.
Ook al wordt er opgeroepen tot werkzaam geloof, de structuur van de preken kan zo zijn dat het haast noodzakelijk gevolg lijdelijkheid van de mens is. Dat komt door wat niet gezegd wordt, door wat er verzwegen wordt. Namelijk dat de Here ook zal horen naar onze gebeden.

Verhoring
In dat verband geef ik graag een prima opmerking van ds Van Smeeden door uit zijn artikelen.
Hij zegt: "de Calvijnkring heeft het steeds over de noodzaak van wedergeboorte en de noodzaak van wedergeboorte moet ons uitdrijven tot gebed, maar je hoort niets over verhoring van die gebeden. Mag iemand die het recht heeft om te bidden daar ook amen op zeggen, zoals de Catechismus dat uitlegt: Dat God veel zekerder zal horen dat ik in mijn hart gevoel, dat ik dit van Hem begeer?" Even verder zegt hij: "ondanks alle woorden die in deze brochure aan de wedergeboorte gewijd worden vind ik dat er over de wedergeboorte zelf eigenlijk niets gezegd wordt, alleen maar over de noodzaak daarvan."
Afsluiten over dit punt. In de discussie over de wedergeboorte lijkt het wel eens op een spel van woorden, met over en weer een beroep op de Schrift, op de belijdenis en op Calvijn. Het zou verkeerd zijn om te denken dat het eigenlijk om een onzinprobleem gaat en dat je maar gauw tot de orde van de dag moet overgaan. Nee, het gaat inderdaad om het diepste raadsel dat ik ken: het feit dat een mens van nature Christus niet kan aanvaarden en dat er dus iets met hem moet gebeuren, maar anderzijds dat alles wat er met ons gebeuren moet, of ie -het nu bekering of wedergeboorte noemt, dat dat allemaal dingen zijn die we in Christus hebben, in het geloof dus hebben.
En daarin ligt inderdaad een moeite waar je op in moet gaan.
Dan moeten we niet blijven steken in termen als "een recht om te bidden. Want wat is nu een recht om te bidden, buiten' het gered zijn door Christus om?

God moet het doen
Wat er dan wèl over gezegd moet worden in de prediking, zou ik in drie punten willen samenvatten.
1. Net als Paulus dat doet, zullen wij ook in de verbondsgemeente moeten preken over de verlorenheid buiten Christus om. Paulus doet dat immers ook wanneer hij spreekt tot mensen, die hij als gelovigen aanspreekt.
Die verlorenheid wordt nooit, een gepasseerd station, maar moet steeds gepreekt worden.
Voor wie gelooft in Christus: als reden tot dankbaarheid. Voor wie twijfelt: als een klemmend argument om zich aan Christus toe te vertrouwen. Voor wie in de gemeente zich verhardt: om duidelijk te maken dat hij in de gemeente niet hoort, maar dat hij de dood tegemoet gaat (2 Kor. 2: 15 v.).
2. Maar heel die gemeente zullen we, opnieuw net als Paulus doet, moeten aanspreken als in Christus geheiligd. Niet als buitenstaanders, maar als huisgenoten Gods (Ef. 2 : 19). Herinnerend dus aan alles wat ze in Christus al hebben. Waar het om gaat is dit: het bevel van geloof en bekering draagt binnen de gemeente het karakter van een claim. Dat is een gegronde oproep. Gods Woord klinkt in de preek niet als een geluidswagen die tegen gesloten ramen roept, maar als een stem in het huis, voor allen die in het huis zijn. Dat bepaalt de aanspraak.
Die aanspraak is des te klemmender, maar niet afstandelijk.
In de stijl van "Gij geheel anders, ge hebt Christus toch leren kennen? Ge zijt toch in Hem onderwezen" (Ef. 4 : 20 v.).
3. Ook dan, wanneer het, Woord komt tot mensen die de belofte gekregen hebben, ja, die de belofte aangenomen hebben, moet nog verkondigd worden: uw geloof hebt u niet uit uzelf, maar uit de geboorte van boven.
De vermaning zal dan ook niet allereerst een beroep doen op de eigen geloofskeuze van mensen, maar op Gods werk in hen door de wedergeboorte. Zoals Petrus doet in 1 Petrus 1: 22: "Hebt elkander van harte en bestendig, lief, als wedergeboren." Die wedergeboorte werkt God, voor het eerst èn steeds opnieuw, door zijn Woord, dat als evangelie verkondigd wordt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief