Herinnering aan Ds P. K. Keizer

1986-01-10
  • Jaargang 30
  • nummer 2
De twaalfde december jongstleden is Ds P. K. Keizer gestorven, negenenzeventig jaar oud. Hij was "emeritus predikant van de Gereformeerde Kerk te Groningen-Noord". Zo staat het op de rouwbrief en zo is het goed. De toevoeging "vrijgemaakt" is overbodig, "Binnen-het-verband" en "buiten-het-verband" hebben we nooit geaccepteerd, de onderscheiding is onbeholpen, oppervlakkig en beschamend.

Toen ik de brede en hoge treden besteeg, die je moet nemen om de Noorderkerk binnen te gaan - wij zijn nooit sterk geweest in de aandacht voor invaliden - alwaar de begrafenis werd ingeleid, was het mij, alsof ik toegang zocht tot een gereformeerd bastion. Heerenveen is de plaats waar Ds Keizer geboren werd, het in de plaats waar ik iedere zondag met de broeders en zusters in Christus samenkom in een gehuurd gebouw dat onderdak verschaft aan een kleine, verspreide gemeente, de plaats ook waar de geleende kansel staat die Ds Keizer, naar hij mij in zijn laatste bezoek zei, zo graag nog eenmaal zou hebben beklommen. Had hij mij niet geholpen, nu vijftien jaar geleden, bezwaarschriften te schrijven aan het adres van classis en particuliere synode, bezwaarschriften tegen onze verwijdering uit het verband van gereformeerde kerken waartoe wij rechtens behoorden? Ja, dat had hij, Toen de samenkomst in de Noorderkerk beëindigd was en de mensen het gebouw hadden verlaten, ben ik even de trappen van die grote en hoge kansel daar opgelopen en heb ik geprobeerd mij voor te stellen, hoe dat interieur er uit ziet, als alle banken, beneden en op de galerijen rondom, bezet zijn. Daar heeft hij talloze malen gestaan en de gemeente de geschiedenis van God met zijn volk verhaald. Zo, met die woorden, typeerde zijn zoon trefzeker de ambtelijke bediening van Gods Woord door zijn vader.

De geschiedenis van God met zijn volk. Dat klinkt voor de moderne mens dubbel oninteressant, want geschiedenis is niet nu en volk is niet ik. Zo luidt de reactie van een verwaterd en geseculariseerd christendom, dat wezenlijk het oog heeft verloren voor continuïteit en gemeenschap, dat rijk wil wezen in de ervaring van wat voor aanwezig heil wordt aangezien en dat geen oog meer heeft voor de Beloften van Gods Verbond als voor levend recht. Een christendom ook, dat geïndividualiseerd en leeg geworden.
zich overgeeft aan een wezenlijk gnostiek spiritualisme.
Daartegen heeft Ds Keizer zich zijn leven lang, met alle gaven die hij ontvangen had, op echt gereformeerde wijze hartstochtelijk verzet.
In een geschreven herinnering - in memoriam - als deze, zoek je een typering, Welnu, dáár ligt vooral de reden, waarom wij deze voorganger als een gave van God aan zijn gemeente moeten gedenken.
Ook in Opbouw, buitenverbands en wel, we zijn toch gereformeerd, is het niet?
Zij die nu als vijftig-, zestigjaren onder Nederlands Gereformeerde kansels plaats nemen, hebben in hun jeugd de vragenrubriek van P,K.K. gelezen en zijn zó door hem aangesproken.

De laatste maal dat ik Ds P. K. Keizer ontmoette, gaf hij mij zijn bij uitgeverij Van den Berg te Kampen in 1983 onder de titel "Gevraagd en Ongevraagd" verschenen boekje. Zowel zij, die P.K.K. willen gedenken als zij, de jeugd, die hem moet leren kennen, doen wijs dat boekje te kopen; het zal nog wel verkrijgbaar zijn, neem ik aan. Het opent met een in 1944/45 geschreven artikel "Verterende Onzekerheid" en stelt de toenmalige synodale leerbesluiten als spiritualistisch aan de kaak:

"Vele 'arme schapen' zijn in de klauw van die wolf gevallen en weggesleurd om te sterven in een verterende onzekerheid aangaande hun zaligheid. Alle blijde geloofsroem was van hun lippen verstorven doordat de vastheid van Gods beloften hun ontroofd was. 'Neveldijk'.".

In hetzelfde boekje vindt de lezer de indrukwekkende rede, gehouden voor de Bondsdag van de vrijgemaakte jeugd in Zaandam 1960, onder de titel: "Want nu de Heer is opgestaan ...". Ik herinner mij die dag nog zo goed, de afgeladen kerk met meer dan duizend jongeren, die' vijf kwartier lang geboeid luisterden naar Schriftuitleg en Evangelieverkondiging:

"Paulus roept de Korinthische Christenen toe: 'Kwade samensprekingen bederven goede zeden', 1 Kor. 15:33. Daaronder verstaat hij niet de taal van straat en kroeg. Maar (let op de plaats van dit woord: midden in zijn opstandingsevangelie (1 Kor. 15) hij bedoelt zulke 'gesprekken', 'ideeën', leerstellingen, waarin de opstanding van onze Here Jezus Christus geloochend wordt. Daardoor wordt onze levenswandel beïnvloed, de 'goede zeden' van het leven in liefdevol ontzag voor de HERE .... Het door God geschapen leven in de schepping wordt in tweeën gebroken."

"Ach dominee, 19 eeuwen Christendom en 't is nog allemaal ellende en verdeeldheid". De dominee zag de ongewassen vingers en (vooral) nagels. Toen kwam het antwoord als een klap: ,,19 eeuwen zeep en nog vuile handen!".

Voor Ds Keizer is, naar ik heb begrepen, de ervaring dat God in de tijd grenzen aan ons leven stelt, zoals voor velen onder Gods kinderen. een strijd geweest. Kan dat, als iemand met zo grote nadruk en zo overtuigd de zekerheid van Gods beloften verkondigd heeft? Dat kan.
Ik heb er opnieuw uit geleerd, dat niet alleen hij die luistert, maar ook hij die (s)preekt de strik van de schijnzekerheid van de menselijke ervaring mag ontkomen. Wie preekt preekt voor een volk, en zo ook voor zichzelf. Zo mocht de dienstknecht van de Heer overwinnen, die - o, kinderlijk geloof - beval bij zijn begrafenis te lezen uit het formulier om de heilige Doop aan de kinderen te bedienen.
Dankbaar en ontroerd ben ik de trappen van de Noorderkerk weer afgelopen.

(Door omstandigheden wordt dit artikel later geplaatst dan de bedoeling was.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief