Henoch (slot)

1988-12-09
  • Jaargang 32
  • nummer 46
Er is een correlatie tussen het boek Henoch, de canonieke bijbelboeken en diverse apocriefen; waaronder zoekgeraakte boeken. Henoch (l :9) zegt: "De Heer is gekomen met zijn tienduizenden" en wordt later aangehaald door Judas (: 14), waar deze Henoch "de zevende van Adam" noemt. Op tal van plaatsen - zoals u zag en alsnog zien zult - grepen bijbel-schrijvers naar Henoch, zoals ze naar andere bijbelboeken verwezen. Zoals ook op tal van plaatsen bijbel-schrijvers verwijzen naar zoekgeraakte boeken. Om enkele voorbeelden te noemen.

Zo bij Jozua, over het stilstaan van de zon (10 : 13); dat zou beschreven zijn in het boek des Oprechten (Rechtvaardige, zegt Wb. V.) Zo bij 2 Sam. 1 : 18, de klaagzang van David bij Jonathans dood. Maar naar dat boek des Oprechten wordt nog altijd uitgezien.

De herkomst en oorlogen van Jerobeam en Rehabeam zijn beschreven in "De woorden van Semaja en Iddo ". leest u in 2 Kron. 12: 15 - maar waar die woorden gebleven zijn weet niemand.

De Kronieken van Israël worden plm. 16 maal genoemd; alleen in 2 Kon. 15 al vijf maal. Maar naast de Kronieken ,van Juda kennen wij het boek Kronieken van Israël niet. Zo zijn meer boeken verloren gegaan, die in de Bijbel genoemd worden.

Des te belangrijker wanneer een oud boek als dat van Henoch (met alle aanhang, uitwassen en toevoegingen) na vele eeuwen teruggevonden wordt: nog wel in tweevoud, in twee landen, in twee talen, in twee eeuwen. De authenticiteit valt niet te loochenen.

Waar Judas in zijn korte brief zowel naar Henoch als naar Deuteronomium, als naar 11 Petrus (9 maal) verwijst, hadden wij hoop dat zijn zinsnede (: 9) over de twist van Michael met de Satan eveneens uit Henoch opgehelderd zou worden. Dit te meer omdat Henoch veel over Michael schreef; en waar ook Zacharia (3 : 1, 2) over een twisttussen de Satan en "een engel des Heeren" schreef. In beide gevallen immers werd het oordeel over Satan aan de Heere overgelaten. Beide citaten zijn zo identiek, dat de Wb. V. eveneens naar Judas verwijst. Maar Henoch geeft de oplossing niet. De Wb, V. verwijst voor deze episode naar het (alweer zoekgeraakte) Boek "De hemelvaart van Mozes".

-0-

Henoch heeft overigens de bijbelschrijvers allerminst teleurgesteld. In de loop van het voorgaande konden wij tal van citaten uit Henoch aanwijzen.
Het is ons geen verdriet u alsnog een aantal Henoch-citaten te geven die u in de Bijbel letterlijk of zakelijk terugvindt.
Als daar zijn:

Henoch 1 : 4 "De eeuwige God zal op aarde verschijnen, ja op de berg Sinai, en verschijnen in de sterkte van zijn hemeirnacht (engelen)". Denken we aan de Sinai? Of beter aan Zach. 14: 14 "Zijn voeten zullen staan op de Olijtberg"?

Henoch 1 : 5 "En allen zullen gekweld worden door angst en de engelen zullen beven en grote vrees en beving zal allen aangrijpen tot het einde der aarde". Zie Daniël 5 : 19 en 6 : 27.

Henoch 1 : 8 "Hij komt met tienduizenden heiligen" enz., zie Judas 14, 15.

Henoch 5 : 9 "En ze zullen niet meer zondigen alle dagen huns levens, en zullen niet sterven door boosheid of wraak, maar zullen hun levensdagen vol maken en ze zullen veel jaren van vreugde genieten, in eeuwige blijdschap en vrede, al hun levensdagen". Zie PS. 119 : 11; 1 Joh. 5: 18; Pred. 7: 17; Spr. 9: 11; Job 36: 11; Ps. 90: 15).

Henoch 11: 1 "In die dagen zal Ik schatkamers van zegeningen openen" zie Jer. 50: 25; Job 38: 22; Spr: 8:21.

Henoch 18: 1 "En ik zag de schatkamers van de winden", zie Ps. 135 : 7 en Job 38 : 22.

Henoch 38 : 2 "Het zou goed voor hen zijn geweest als ze nooit geboren waren" zie wat de Heiland zei in Matt. 26: 25 en Marc. 14: 21.

Henoch 39: 12 "Zij die niet slapen prijzen U;zij staan voor Uen prijzen en zingen en verheffen, zeggende Heilig, heilig, heilig is de Heer der geesten. Hij vervult de aarde met zijn geesten".
Denk aan Jesaja 6: 3 en Openb. 4: 8.

Henoch 39: 14 "En mijn gezicht veranderde, want ik kon niet langer zien", denk aan Mozes, Ex. 33: 20.

Henoch 42 : 1 "De Wijsheid vond geen plaats om te wonen dan in de hemelen", zie Spr. 8: 27.

Henoch 42 : 2 "De Wijsheid zocht een woonplaats tussen mensenkinderen, maar vond die niet. En woonde daarom tussen de engelen". Verg. Spr. 8: 1-12.

Henoch 42 : 3 "De Wijsheid is als regen in de woestijn, als dauw op een dorstig land". Denk aan Hos. 6: 3, 4 en 14: 6.

Henoch 45 : 4, 5 "Ik zal de hemel vernieuwen en tot eeuwige zegening en licht maken. En Ik zal de aarde
vemieuwen en tot een zegen maken. En Mijn uitverkorenen zullen daar wonen". Zie Ps. 115: 16 en Openb. 21.

Henoch 46 : 1 "Ik zag een Oude van dagen, zijn hoofd was wit als wol. En naast Hem zat een Man, schoner dan de engelen. En ik vroeg wie Hij was". Zie Openb. 1 : 14.

Henoch 46 : 2 "Hij antwoordde: deze is de Zoon des mensen, die de gerechtigheid bezit, bij wie de rechtvaardigen wonen, en die alle schatten zal onthullen die nu nog bedekt zijn".

Henoch 46 : 4 "En deze Zoon des mensen zal koningen doen oprijzen en machtigen van de tronen stoten en zal de teugels der sterken verbreken en de tanden der goddelozen stuk maken".
Zie Ps. 3 : 8; 58 : 7; Luc. 1 : 52.

Henoch 51 : 1 "In die dagen zal de aarde teruggeven wie haar zijn toevertrouwd.
En de onderwereld zal ook teruggeven wat zij ontving, en de hel eveneens". Opb. 20: 13.

Henoch 51 : 4 "De bergen zullen springen als rammen en de heuvels als lammeren", zie Ps. 114: 4,6.

Henoch 51 : 5 "En de aarde tal zich verheugen en de rechtvaardigen zullen er op wonen, de uitverkorenen erop wandelen". Zie PS. 32: 11;Ps.96: 11; 97: 1.

Henoch 55 : 1 "Tevergeefs heb Ik alle aardbewoners vernietigd". Hij zwoer bij zijn grote naam: van nu af zal Ik dit niet weer doen aan de aardbewoners.

En Ik zal een teken aan de hemel geven: en dit zal een teken van vertrouwen zijn tussen Mij en hen voor altijd, zo lang de hemel boven de aarde staat". Zie Gen. 8: 21; 9-15.

Henoch 95 : 1 ,,O, dat mijn ogen met water gevuld waren, dat ik over u mocht wenen en mijn tranen doen vloeien als een wolk(breuk); zodat ik rust mocht vinden voor mijn harteleed", Zie Jerem. 9: 1.

Henoch 105 : 1 "In die dagen gebood de Heer de kinderen der aarde bijeen te roepen en te verzekeren: Ik en mijn Zoon zullen Ons met u verenigen voor altijd, in de weg van uw oprechte leven; en ge zult vrede hebben. Verheug u, kinderen der rechtvaardigen, amen".

-0-

Het boek Henoch is sterk apocalyp tisch; het wordt zelfs het beste oud-Hebreeuwse boek van deze aard genoemd, en staat dicht bij Johannes' Openbaringen. En hoewel de zondeval van mensen en engelen breedvoerig verhaald wordt; en aan de straffen alle aandacht wordt geschonken; blijven er toch veel lichtglansen van Gods beloften aan de rechtvaardigen, de vrijgesprokenen.
Met alle klem wordt gewaarschuwd tegen het leven in de zonde, waarop eeuwige straf te wachten staat. Maar met meer gewicht worden Gods beloften uitgestald voor hen, die vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk strijden ·en overwinnen.
Het citaat hierboven uit Henoch 105 : 1 is naar onze mening zeer schoon; het is het enige dat met "amen" afsluit. En bij "uitverkorenen" wordt nimmer gedoeld op een soort grimmigdespotische godheid, die naar willekeur mensen beweldadigt of straft; integendeel worden uitverkorenen en rechtvaardigen dooreen genoemd, in de zin van "vrijgesprokenen".

Voor hen die "wandelen met God" is vergeving in overvloed. Zij zullen het nieuwe aardrijk bewonen. En zij zullen God zien, die in de nieuwe hemel zal tronen, wanneer "alle dingen zijn voorbijgegaan".

Dan zullen "de schatkameren van hemelse zegeningen" opengaan!

Naschrift
Een gewaardeerde lezer maakte mij er op attent, dat sedert 1983 een Nederl. vertaling van het boek Henoch is gepubliceerd.
Die is van M. A. Knibb, uitgave Ankh-Hermes, 156 blz., prijs f 45,-
Mijn reeks artikelen zal in brochurevorm worden herdrukt en ter beschikking van onze lezers worden gesteld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief