Voor wie ga je naar de kerk? (3)
1986-08-01
We komen nu toe aan het derde antwoord op de vraag: voor wie gaan we naar de kerk? Het antwoord: voor elkaar. Uitgangspunt voor de bespreking van dit gedeelte van het antwoord was Hebr. 10: 23-25. Deze verzen werden weer door een van de jongeren gelezen. In Opbouw van 26 juli 1985 heb ik, onder de titel: "Geloven, samen doen" nogal uitvoerig over deze verzen geschreven. In de behandeling nu - die iets minder dan een derde gedeelte van de hele preek in de themadienst omvatte - komen wel dezelfde gedachten naar voren als in die van verleden jaar, maar uiteraard in een andere en wat kortere vorm.- Jaargang 30
- nummer 29
In het vorige gedeelte hebben we het gehad over een verjaardagsfeestje; het is niet leuk om dat te moeten missen. Je kunt via een videobandje en de nagebrachte tractatie nog een beetje delen in de feestvreugde, maar je was er niet echt pij. En dat maakt van een feestje nu juist een feestje: dat je er samen bent. Een feestje bouwen op je eentje gaat moeilijk. Nu is het, wanneer je een feestje moet laten schieten, niet alleen zo, dat jij het feestje mist - de keerzijde is, dat de anderen jou missen. En die komen dan b.v, net een man tekort voor een spel. Het kan wel eens gebeuren, dat kinderen tegen elkaar zeggen: niet wegblijven, hoor - het is veel te leuk. Kinderen moeten dat wel eens zeggen: ook onder hen lopen er figuren rond, die nooit ergens zin in hebben. Die altijd zeggen: ik doe liever wat anders. Of nog liever helemaal niets. De anderen zullen toch proberen, zo iemand ook mee te krijgen: Kom joh, je hoort er ook bij. Je zult zien, hoe fijn het is om mee te doen. Zo probeer je elkaar mee te krijgen: iedereen, die uitgenodigd is, hoort er bij.
In een sportclub is dat nog veel belangrijker dan bij een feestje. Als je ingedeeld bent voor een wedstrijd, kun je niet zo maar zeggen: ik blijf thuis, ik heb geen zin. Natuurlijk heb je weleens geen zin; dat overkomt iedereen wel eens. Maar: je zet je daar over heen. Je moet wel. Je hoort immers bij de ploeg. Als een uit een team niet komt opdagen, moet je de rest maar eens horen mopperen. Mopperen we op die manier op elkaar als iemand niet in de kerk is? Willen we allemaal net zo graag meedoen - of, als we een keer geen zin hebben, ons daar toch maar overheen zettenals bij een wedstrijd? Het is niet zo gek, om dit beeld te gebruiken. De bijbel spreekt nogal eens in termen, die aan de sport zijn ontleend.
Ik denk nu weer aan het verhaal over de bijeenkomst in Jeruzalem, waar we van gelezen hebben in Neh. 8. Mensen hadden daar de wet gehoord en waren er verdrietig onder geworden.
Ze hadden ook gehoord: deze dag 'is een feestdag. Droog Uw tranen, en ga feest vieren. Wees blij met Uw God. En zorg, dat ook de mensen die er niet waren, een beetje feestvreugde meekrijgen: breng ook hun van het lekkers, dat U hebt meegebracht. Zo zijn de mensen in Jeruzalem samen feest gaan vieren in de kerk - en dachten aan degenen, die er niet bij waren. Zo leerden ze, dat ze bij elkaar hoorden en samen verder moesten.
Ook in de verzen uit Hebr. 10, die we hebben gelezen, gaat het over dat bij elkaar horen en samen verder moeten. Daar staat eerst, in vers 23, dat de Here trouw is. Daarom moeten we het geloof en de hoop vasthouden - niet loslaten dus. Dan, in vers 24, dat we op elkaar moeten letten, net als de leden van een team. Daarom moeten we de gemeente niet in de steek laten, niet net doen of we er niet bij horen; we moeten de eigen bijeenkomst niet verzuimen. Want, staat er dan, U ziet de dag naderen. Die dag is de dag van de Here Jezus. Nu denk i'k weer aan het beeld van de tuin, dat ik vorige keer gebruikt heb. Op die dag van de Here Jezus moet elk plantje zo mooi mogelijk bloeien voor de Here. Ieder plantje heeft dan zijn eigen plaats, elke bloem haar eigen kleur. Bij elkaar is het zo geweldig mooi, dat je er met plezier naar kijkt. Juist naar al die bloemen samen. Er is vaak van dat kleine spul in de tuin voor randen en perken.
Eén bloemetje of plantje daarvan zie je bijna niet, maar een hele rand of een heel perk is prachtig. Een border vol verschillende kleuren is schitterend. Maar: als er een plant of een plantensoort uitvalt, komt er een lelijk gat. Dan is heel de border bedorven. Zo'n gat is net een litteken. Littekens blijf je lang zien. Ze blijven soms ook heel lang pijn doen.
Zo horen we er allemaal bij in de kerk, de kleinen en de groten. We hebben allemaal een eigen plaatsje van de Here gekregen in de gemeente, om samen er te zijn voor God. En omdat we er samen zijn voor God, zijn we er ook voor elkaar. Omdat de Here er is voor ons allemaal, en niet alleen maar voor deze of voor die. Samen in de kerk zijn betekent: samen onderweg zijn naar die dag van de Here Jezus. Samen een huis zijn, waar de Here zelf graag is en waar wij graag zijn. En waar we niemand willen missen.
Aansluitend aan dit laatste gedeelte zongen de leden van de jeugdverenigingen Gez. 320: 1 en 4. De dienst (een middagdienst) werd verder afgesloten met de voorbeden, de gezongen geloofsbelijdenis en de zegen.