Zalig die hun gewaden wassen...
1986-08-08
De tekst is een zaligspreking, zoals we er in de bijbel veel vinden. In heel de bijbel - en niet alleen aan het begin van de bergrede in Matth. 5. De reeks zaligsprekingen uit dat hoofdstuk is wel het meest bekend - dat neemt niet weg: zaligsprekingen treffen we in heel de bijbel aan.- Jaargang 30
- nummer 30
Een heel bekende zaligspreking is Psalm 1: een gelukwens aan het adres van de rechtvaardige.
Langzamerhand is wel algemeen bekend, dacht ik, dat woord "welzalig", of "welgelukzalig" de strekking heeft van een felicitatie. Dit in tegenstelling tot het meer ouderwets aandoende woord' zalig, dat de nieuwe bijbelvertaling ook niet meer heeft, in' de betekenis: behouden, gered.
In Psa1m 1 is de zaligspreking betrokken op de tegenstelling tussen rechtvaardigen en goddelozen.
De man die de weg van de HERE kiest, en het gezelschap der goddelozen mijdt, wordt gelukkig geprezen. Die heeft het goede deel gekozen. De zaligspreking in Openb. 22 : 14 heeft te maken met diezelfde keus. Dat blijkt uit vers 11. Aan het slot van vers 10 staat: de tijd is nabij. En dan vers 11: wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.
De tegenstelling vuil-schoon heeft, blijkens vers 11, alles te maken met de tegenstelling: onrecht rechtvaardigheid. In de bijbel komen we die samenhang vaker tegen. Ik denk nu met name aan het visioen van de profeet Zacharia, in hoofdstuk 3 van zijn boek: de rechtvaardiging van de hogepriester Jozua. De profeet ziet in dit nachtgezicht de hogepriester staan voor de engel des HEREN. Hij staat daar als verdachte voor zijn rechter en hij was met vuile klederen bekleed (vers 3). Om die vuile kleren staat de satan gereed, hem aan te klagen: iemand die er zo uit ziet, kan geen hogepriester zijn voor de heilige God.
De HERE bestraft dan de satan: Niet, omdat hij ongelijk heeft! Jozua's kleren zijn echt vuil., enzo kan hij inderdaad geen priester zijn. Maar Jozua daarom veroordelen lost niets op. Dat brengt geen heil, niet voor de man zelf, niet voor de tempel - waar zou een priester te vinden zijn, die wel rein- is? - en niet voor Jeruzalem en het volk dat er woont. De menselijke zonde staat het heil in de weg. Wat de satan wil. is: dat heil ook voorgoed weg houden. Maar dat wil de HERE niet. Hij zoekt het heil voor zijn volk en voor zijn schepping. Daarom stuurt Hij de aanklager (die gelijk heeft!) weg en Hij trekt Jozua schone kleren aan, feestkleren. Wat dat betekent,zegt Hij er bij: Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van U weg (vers 4). Door deze vrijspraak uit genade mag Jozua weer priester zijn.
De schone kleren, die feestkleren zijn, hebben duidelijk alles te maken met de vergeving van de zonden met de rechtvaardiging. In het boek Openbaring komen we' het wassen van de kleding tegen in 7:14. Johannes ziet een grote schare, die niemand tellen kan. Zij zijn bekleed met witte gewaden. Ze komen uit de grote verdrukking en hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam. Zij hebben de vergeving van hun zonden gezocht én gevonden in het bloed van Jezus Christus. Mensen, die hun gewaden wassen, zijn mensen die de vergeving van hun zonden zoeken in het bloed van' hun Heiland.
We rnoeten er op letten, dat er staat: wassen - in de tegenwoordige tijd. Zoeken van de vergeving van de zonden is niet iets van één keer, waarna het niet meer zou hoeven. Vergeving van zonden is een dagelijkse behoefte van Gods kinderen. Dat is de ene kant van het wassen - de rechtvaardiging.
Er is ook een tweede kant: de heiliging. Ik denk terug aan vers 11: wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid;· wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd. Ik denk ook aan 19 : 8, de beschrijving van de bruid van het Lam: haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. Het wassen van de gewaden in de tekst is niet alleen het zoeken van de vergeving. Het is ook een zoeken naar en toenemen in heiliging. Ook daarom die tegenwoordige tijd: die hun gewaden wassen, d.i.. die daar steeds mee bezig zijn. Ik denk nog even terug aan Jozua, de hogepriester uit Zach. 3. Hij kreeg een feestgewaad aan, om weer priester te kunnen zijn in de tempel Gods in Jeruzalem.
Met die bedoeling heeft de Here Jezus Christus ons ook vrijgekocht uit de macht van de zonde. In Openb. 1: 5, 6 staat van Hem, dat Hij ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed - en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt. In 5 : 10 wordt het Lam hierom geprezen: Gij hebt hen voor onze' God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters... Het witte gewaad is het priesterkleed voor de gelovige. Zo was ook het volk Israël een volk, dat als Gods eigendom een koninkrijk was van priesters, een heilig volk, Ex. 19 : 6. Dat hoofdstuk, Ex. 19, beschrijft de voorbereiding op de ontmoeting van de HERE met zijn volk aan de voet van de berg Sinaï. Mozes had de opdracht, het volk te heiligen. Er staat bij: laten zij hun klederen wassen! Zo maakt een mens zich klaar om zijn God te ontmoeten. Zo bereidt Christus' bruid zich voor. In een gegéven kleed!
Wie zijn kleding wast, krijgt het recht om te eten van het geboomte des levens en door. De poorten in te gaan in de stad. Die stad is het nieuwe JeruzaIem. beschreven in hoofdstuk 21. De stad waar de Here en zijn volk samen wonen. Daar zag Johannes ook een rivier van water des levens, ontspringend uit de troon van God en , van, het Lam. Daar staat ook het geboomte des levens.
Hier komt het eind van de bijbel terug bij het begin. Ook in het paradijs, immers stond een boom des levens. Na de zondeval is de mens de toegang tot. de levensboom ontzegd. Cherubs met een vlammend zwaard bewaakte de toegang tot de hof (Gen. 3 : 24). De dood werd koning op aarde, Langs de weg van rechtvaardiging door het bloed van Christus en heiliging door de Geest van Christus geeft de Here ons léven. Recht op leven zelfs. Hij geeft ons terug, wat we in de zondeval onszelf hebben ontnomen. Zo zijn we op weg naar de bruiloft van het Lam.