Een detective rondom het ambt en de plaats van de vrouw in de gemeente (1)

1986-08-08
  • Jaargang 30
  • nummer 30
Man en vrouw in de gemeente vandaag
Het boek van ds C. den Boer wordt besloten met een hoofdstuk over manen vrouw in de gemeente vandaag.
Het pleit er voor de vrouw uit haar achtergebleven plaats te halen. Als de lijn van Calvijn was doorgetrokken,. die komt tot een specialisatie binnen het diakenambt (nl.: de diakenen, die het beheer (over de financiën) voeren, en de arm- en ziekenverzorgers, voor welk laatste ambt ook vrouwen kunnen worden geroepen), dan .zouden mannen en vrouwen in het college van diakenen met elkaar in eenheid en verscheidenheid in het diaconaat bezig kunnen zijn geweest. Er zou in dat geval recht zijn gedaan aan wat' Paulus in de eerste brief aan Timotheus schrijft. Maar omdat de diaken betrokken is geraakt bij de leer- en regeerfuncties van de kerkenraad is er een nivellering opgetreden, die een differentiëring tussen de ambten onmogelijk. maakte. Er wordt hier speciaal. verwezen naar de Kerkorde 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Het hoofdstuk sluit af met een aantal overwegingen en aanbevelingen om de hoofdlijnen van de Schrift inzake de manvrouw verhouding, t.w. die van eenheid in verscheidenheid en die van inclusieve representatie, vruchtbaar in te dragen in de situatie van ons kerkelijk leven van vandaag. De auteur wenst te blijven bij een gemeenteordening, waarin de vrouw niet geroepen wordt tot die typische regeer en leertaken, waarin het leidinggevend en gezaguitoefenend karakter zonder meer duidelijk is. Maar anderzijds moeten er kerkordelijke regels denkbaar zijn, die het de vrouw op haar wijze' en met haar inbreng mogelijk maken om binnen ieder ambt te dienen. Er zou - zoals de vorige keer, gezegd - aan een gedifferentieerde ambtsinvulling kunnen worden gedacht. We zullen gestalte moeten geven aan wat de Bijbel ons leert over de verhouding van man en vrouw in de gemeente. Pas wanneer van een harmonieus samengaan van ambt en gemeente sprake is, kan de vrouw haar bijbelse plaats in de gemeente krijgen. Vrouwelijke gemeenteleden dienen meer te worden ingeschakeld in de arbeid der gemeente. Voorgesteld wordt mannen en vrouwen, die (vrijwillig) bezig zijn als medewerker op het gebied van diaconaat, pastoraat, onderwijs e.d. in een kerkdienst in te leiden tot hun werk. De Hervormde Kerk heeft daartoe de ruimte, omdat haar kerkome mogelijkheden biedt aan hen, die in een bediening ,zijn gesteld. Voorts zal de kerk ook antwoord moeten geven op de vraag, waar en hoe zij vindt, dat theologisch geschoolde vrouwen, .die. een academische opleiding hebben genoten, in het midden van de gemeente zullen dienen.

Enkele vragen en opmerkingen
We hopen met het voorgaande recht te hebben gedaan aan de inhoud van, het boek. We maken nog enkele opmerkingen en stellen enkele vragen.

  • De bepleite gedifferentieerde ambtsinvulling komt dicht in de buurt van de exegese van de Amsterdamse predikant drs. H. de Jong, die op grond, van het begrip van nevenschikking en onderschikking van de, vrouw in de Schrift tot' de conclusie komt dat de vrouw in de ambten zou kunnen worden toegelaten ais het assisterende aspect maar in het oog wordt gehouden. Feministen zullen hiermee niet tevreden zijn. Ds Den Boer brengt, dat assisterende aspect naar voren in het begrip van eenheid en verscheidenheid - in de Schrift en tussen man en vrouw - en ziet daarin verrijkende mogelijkheden.
  • De geconstateerde nivellering van de ambten in de Hervormde Kerk kan ook van toepassing zijn op de Nederlands Gereformeerde Kerken. In artikel 15 van het Akkoord van Kerkelijk Samenleven staat: "De ambtsdragers tezamen vormen de kerkenraad die belast is met de leiding en verzorging van de gemeente." Er zijn binnen ons kerkverband kerken, waarin het onderscheid tussen brede en smalle kerkenraad is afgeschaft, Vaak vindt dat overigens zijn reden in. het. kleine ledental: Is het in een officiële kerkdienst inleiden van mannen en vrouwen in een bediening toch niet een vorm van inliet ambt gesteld worden? Wat is het verschil met het officiële ambt? Hun beperkte taak?
  • Gaat het in 1 Corirnthe11 wel om wereldse emancipatiedrift? Is die conclusie niet te gemakkelijk getrokken? Gaat het niet om de gemeente als geheel die vergaande conclusies trok uit de christelijke vrijheid? Daarover kunnen we genoeg lezen in deze brief. Wilden de Cordnthische vrouwen inderdaad niet haar palla (hoofdbedekking) dragen als teken van emancipatie? Tot op heden schijnen de vrouwen daar nog steeds hoofddoeken te dragen. Wilde de gemeente daar soms opvallen? De tongentaal wordt alleen van de Corinthische gemeente vermeld. Dan is het beter op te vallen door 'goede werken, dan door behoudzucht of progressiviteit.
  • Ds. Den Boer constateert, dat er in het N.T. geen enkel voorbeeld te vinden is, dat vrouwen ook die opdrachten hebben vervuld, die ouderlingen worden opgedragen (p. 183). Maar dat geldt van meer dingen in de Schrift. Er is b.v. geen enkel voorbeeld te vinden van de kinderdoop, terwijl dat toch praktijk is in onze kerken. Weet ds Den Boer een antwoord op de vraag waarom het Griekse werkwoord "kopian" als het mannen betreft" gewoonlijk wordt vertaald met "arbeiden", "zich belasten" en "inspannen" en wanneer het vrouwen betreft met "zich moeite getroosten geven"? Dat wordt van Maria, Tryfena en Tryfosa in Riom. 16 gezegd.
  • En als Priscilla's werk niet als ambtelijk moet worden verstaan, hoewel' de Schrift zegt dat ze een "sunergos" (medewerker) was, hoe moeten we dan Paulus' verzoek aan de Corinthiërs in 1 Cor. 16: 16 exegetiseren. Hier staat: "Stelt U dan ook ronder zulke mensen (nl. het huis van Stephanas) en onder ieder, die medewerkt en arbeidt". Het eerste gedeelte van dit vers heeft een werkwoord, dat gewoonlijk wordt vertaald met "onderdanig zijn", "zich' onderwerpen". In de tweede helft van dit vers komen beide werkwoorden "snergein" (medewerken) en "kopiän“ (zie hierboven) voor. In vers 15 is Paulus verzoek juist tot de broeders gericht zich te onderwerpen. Maar het moet niet uitgesloten worden geacht, dat in dit "broeders" de vrouwen begrepen zijn (vgl. de gedachte van inclusiviteit, zoals in dit boek naar voren gebracht).
    Op pag. 83 gaat het over het meestrijden, van Euodi:a en Syntycha in de Evangelieverkondiging (Fil. 'ï : 27 en 4 : 3). Wanneer in dat verband wordt verwezen naar Rom. 15 : 30 als bewijstekst waar hetzelfde werkwoord, "meestrijden" zou voorkomen, maakt de auteur een vergissing, omdat in het Grieks een ander werkwoord wordt gebruikt. Als bewijstekst om de niet-ambtelijke betrokkenheid van beide zusters bij de Evangelieverkondiging kan hij dus niet gelden.
Vrouwen hebben geen deel uitgemaakt van de studiecommissie, maar het resultaat- van het werk is wel voorafgaande aan de publicatie met vier dames besproken.
Afsluiting
We willen nu afsluiten. Het boek bevat nog veel' meer, waarop we in het bestek van deze bijdrage in Opbouw niet kunnen ingaan. Achter elk hoofdstuk zijn een aantal excursen (totaal dertig) met exegetische en kerkhistorische uitwerkingen van bepaalde thema's, b.v. over fundamentalistisch en feministisch Schriftgebruik; de Joodse vrouwenbeweging; de diakonia in het N.T.; de onderdanigheid van de vrouw; 1 Cor. 11 en 14; de oudsten van Jeruzalem; de vrouw bij, Luther; de ontwikkelingen in het feminisme. In deze excursen wordt veel hedendaagse' literatuur aangehaald, en verwerkt, m.n. Duitse, Engelse en Amerikaanse. Maar ook Nederlandse. Het toont de belezenheid van de auteur/studiecommissie. In de excursen worden citaten in deze buitenlandse talen gegeven, hetgeen in de hoofdstukken niet het geval is. De Bijbelcitaten worden alle in de Statenvertaling gegeven. Misschien is de titel van het boek ontleend aan dat van James B. Hurley, Man and 'Woman in biblical perspective, a study in role relationships. and authority (p. 79, noot 14). Het boek is helder geschreven, helt bevat geregeld samenvattingen van het betoogde, waarnaar de lezer gemakkelijk kan' teruggrijpen, het is uitgegeven in' een kloeke, stevige band, en is voorzien van een auteursnamen en tekstregister.We treffen er heel mooie zinnen in aan: "De verstoring van de man-vrouw verhouding door de zondeval van Gen. 3 is eensoort rouwrand om die man ...vrouw verhouding..." (p. 109) en de zin op p. 163, waar staat dat er ook charismata zijn, die als een soort hartbewaking van de gemeente functioneren. Op onze speurtocht in het boek zijn we een aantal fouten tegengekomen, waaronder enkele die niet aan drukfouten kunnen worden toegeschreven, zoals "ons inziens", dat een foutieve weergave is van een oude naamvals "onzes inziens" (p.161, .111, 193) en een foutieve Gal. 3 : 29 op p. 193. Dat moet zijn Gal. 3 : 28. We vonden ook een heel aardige drukfout op p. 62, waar de richteres Debora wordt weergegeven als' "de dichteres Debora", wat trouwens ook op haar van toepassing zou kunnen zijn vanwege haar lied in Richteren 5. In verband met de context, waar sprake is van haar regeren, richten, is toch haar richteres zijn het meest waarschijnlijk. Nederlands Gereformeerde kerkneraadsleden zullen er goed aan doen dit boek te lezen, en dat geldt ook voor de studiecommissie "vrouwen ambt". Laat het denkproces maar op gang komen. Wie leest in de vakantie niet graag een detective?

Na.v. C. den Boer, Man en vrouw in bijbels perspectief; een bijbels-theologische verkenning van de man-vrouw verhouding met het oog op de gemeente. Kok, Kampen 1985, 214 pagina's. Prijs ± 29,75.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief