Die Osse ende dat ezelkijn
1988-12-23
U zult die middeleeuwse schilderijen wel kennen, waarop het kerstgebeuren helemaal in eigen tijd en in eigen omgeving is afgebeeld. We zien een stukje van een middeleeuwse plaats, de kerktoren op de achtergrond en soms kan het zelfs gebeuren dat we mijnheer pastoor zien lopen. Natuurlijk ligt er sneeuw en is de gracht bevroren.- Jaargang 32
- nummer 48
Maria en Jozeflijden bittere kou want de vries-wind jaagt door de gaten en spleten de muren van de bouwvallige stal.
Dichters deden het al net zo; bij hen spelen de os en de ezel hun eigen rol in het gebeuren. Jozef is in de verhalen vaak een wat sullige oude man, heel anders dan de jonge bouwvakkers van nu.
Dat kwam zo: Maria was veel te verheven voor zoiets ordinairs als sex.
Daarom paste een jonge vitale vent niet bij haar, en dus werd Jozef voorgesteld als een min of meer uitgebluste oude baas.
Elke tijd heeft zo haar eigen opvattingen over Kerst en vooral over de betekenis ervan. De os en de ezel spelen nog steeds een rol. Maar dat komt straks wel; ik citeer eerst iets uit een middeleeuws gedicht:
Die osse ende ook dat eze/kijn
En konden niet gespreken;
Doe Jezus in der kribbe lag
Doe lieten zij haar eten.
Die osse ende ook dat ezelkijn
Die dreven daar grote feeste,
Doe Jezus in der kribbe lag
Tussen twee stomme beesten.
Die osse ende ook dat ezelkijn
Die dreven daar groten wonder,
Doe Jezus in der kribbe lag
In kranken doeken gewonden.
In de meeste verhalen en gedichten gedragen de os en de ezel zich heel sympathiek, ze zijn vriendelijk en ze geven het kind warmte. Zelfs in een verhaal uit Hongarije kwam ik dat tegen. Maar daarin is de geit een spelbederver, een echte pestkop die het hooi uit de kribbe vreet en het kind met zijn gebIer doet schrikken. Voor sraf moet de geit sindsdien als een gek door het land hollen en zichzelf belachelijk maken met zijn rare sprongen en zijn stomme gemekker.
Over Jozef lezen we veel minder.
Hij maakt pap voor het kindje in de Middeleeuwen en bij Willem de Merode veegt hij de stal aan. Is Jozef niet interessant genoeg? Dat wel. Sommige schrijvers hebben zijn moeiten ook wel gepeild, maar hij is niet te veralgemenen, je kunt eigenlijk niet een toepassing maken met Jozef als uitgangspunt. De herders bieden veel meer mogelijkheden, je kunt er bij voorbeeld op wijzen dat uitgerekend mensen die maatschappelijk niet meetelden, het eerst bericht kregen van Jezus' geboorte en dat zij de eersten waren die Hem kwamen aanbidden.
Maar Jozef? De feministen zullen vermoedelijk helemaal geen belang in hem stellen; ik heb me trouwens ook wel eens afgevraagd hoe zij aan moeten met de houding van Maria. "Zie, de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar uw woord".
U zult zich misschien afvragen: wat wil hij nou met die os en dat ezeltje? Ik zei al dat elke tijd haar eigen opvattingen over Kerst heeft en vooral over de betekenis ervan. Dat besefte ik weer eens toen ik in mijn boeken aan het snuffelen was, op zoek naar stof voor Opbouw. Je zou haast een beknopte cultuurgeschiedenis kunnen schrijven aan de hand van kerstgedichten en -verhalen. Als de os en de ezel daarin niet meer letterlijk voorkomen, vind ik ze wel terug in figuurlijke zin. Een goed voorbeeld om mijn bedoeling te illustreren is het volgende gedicht van Hans Bouma:
Niet alleen voor mensen
valt er iets te vieren
ook voor dieren
os en ezel wolf en wezel
is God goedertieren
ook de dieren
panter bokje mus en zwaluw
bergt Hij in zijn schaduw
niet alleen voor mensen
valt er iets te vieren
liefde kent geen grenzen
ook voor dieren
ja voor heel de schepping
is er van Godswege redding.
Die verbondenheid met de hele schepping is echt een thema van onze tijd.
Ik denk daarbij ook aan instellingen als het Wereld Natuur Fonds en Green Peace. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de dieren en de hele natuur.
Vrijwel dagelijks worden we met de neus op de feiten gedrukt: de milieuvervuiling is een bijna even grote bedreiging geworden als een nieuwe oorlog.
Wij beginnen te beseffen dat we aan de scheppingsopdracht niet hebben voldaan.
We hebben de schepping uitgebuit en we gaan daarmee door. Die uitbuiting is er trouwens ook ten opzichte van onze medemens. Horen we niet steeds over onderdrukking, onrecht en geweld? Wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. En volgens het boek Openbaringen is daar ook plaats voor de dieren. Maar we mogen niet volstaan met dat verwachten! De Here vraagt iets van ons! En dan denk ik o.a. aan de woorden van Micha: Niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God. ZÓ horizontailistisch en concreet spreekt de Bijbel. In dit geheel past het volgende kerstgedicht van Muus Jacobse.
Een kerstlied naar Amos
De Heer zegt: ik haat de feesten
Waar Ik met mijn komst toe dien.
Uw brandoffers, uw mestbeesten,
Ik kan ze niet luchten of zien.
Uw liederen kan ik niet horen.
Uw getokkel en uw getier
Van "ere zij God in den hoge"
En" vrede" zit Mij tot hier.
Uw preken kan ik niet volgen.
Ik ben moe van alle gepreek.
Laat het recht als water golven,
Laat het vloeien als een beek.
Wel hebt gij sinds oude dagen
Uw kaarsen voor Mij gebrand,
Maar een koning rondgedragen,
Een stergod van eigen hand.
Daarom zal Ik mijn vierschaar
spannen,
Wanneer Ik tot u kom,
En u uit mijn ogen bannen
Verder dan babylon,
Spreekt de Heer.
Er is een nieuwe bundel gedichten verschenen van Jaap Zijlstra: Gij roept het licht tot koning uit. Ik vind het een mooie bundel en neem als eerste passend voorbeeld over:
Gebed om goedheid
Geprezen zijn Gij, 0 God,
die eeuwig leeft.
Hoe wonderlijk
dat Gij naar ons omziet.
Hoe onbegrijpelijk
dat Gij uw handen
naar ons uitstrekt.
O Gij, die liefde zijt,
help ons om liefde te bewijzen
aan de ander.
Dank U voor al wat leeft,
de vissen her en der,
de vogels wijd en zijd.
Wees met de wereld, Heer,
die wij bewonen,
de aarde,
zo verbazend mooi gemaakt.
Help ons om goed te zijn
voor wat Gij hebt geschapen.
Een andere bundel die ik wil noemen, is: Een Lied van Verlangen, geschreven door Co 't Hart. Wie van eenvoudige pastorale gedichten houdt, kan daar goed terecht. Het volgende sluit aardig aan bij mijn onderwerp:
Schuldig
De vissen zijn vergiftigd
en sterven bij de vleet.
De Noordzee krijgt het afval,
waar niemand raad mee weet.
De regen is geen zegen,
maar laat door brandend zuur
de groene bomen sterven.
Er komt van uur tot uur,
meer gif in land en water
en waarheen ik ook vlucht,
ik adem toch de dood in
van een verziekte lucht.
De rampen zijn verhevigd.
Wat komt na Tjernobyl?
De groten dezer aarde
eisen mijn lijf en ziel.
Ik ben met hen verweven,
ik doe aan zoveel mee,
ben energieverslinder,
rij auto, kijk T. V.
Beangst zie ik voor ogen,
hoe Gods woord wordt vervuld.
De aarde is aan 't sterven
en daaraan heb ik schuld.
En nu moet ik terugkomen bij de os en het ezeltje. Dit is een misschien niet erg alledaagse bijdrage geworden. Laten we besluiten met een al even weinig alledaags gedicht. Wie het geschreven heeft, weet ik niet; het komt uit het blad Margriet. Leest u het maar als indirecte Lyriek: het ezeltje vertolkt de gevoelens en gedachten van de dichter. Misschien ook wel een beetje die van u en mij. En van de os.
Ik wens u goede kerstdagen en een gezegend nieuw jaar!
Het ezeltje
Mijn God, hebt GIJ mij
geschapen om altijd over de weg
te lopen
en zware lasten te dragen
altijd,
en om geslagen te worden,
altijd!
Geef mij veel moed en
zachtaardigheid.
maak dat ik eens begrepen word
en dat ik geen behoefte
meer heb
om te schreien,
omdat ik mij zo moeilijk
uitdrukken kan
en men de spot met mij drijft.
Maak dat ik een lekkere distel vind
en dat men mij de tijd laat
hem op te knabbelen.
Maak dat eens de dag komt
waarop ik mijn broertje van de
Kribbe
zal ontmoeten.
Amen