De wijnstok en de vijgeboom

1986-09-19
  • Jaargang 30
  • nummer 36
"Te dien dage, luidt het woord van de HERE der heerscharen, zult gij elkander nodigen onder de wijnstok en de vijgeboom"
(Zacharia 3 : 10)

Als het gaat om de toekomst, zullen veel christenen nog wel zeggen, dat ze zich niet aan voorspellingen wagen, maar hooguit dromen van een goede toekomst. Sommigen zeggen daarbij, dat de toekomst in Gods hand is, maar anderen halen alleen maar de schouders op. Zacharia "heeft in hfdst. 3 : 1-10 een visioen over de toekomst; hij heeft, wat je noemt, visie op de toekomst, Zo'n visioen is niet een droom, zoals wij die kennen, een droom, die bedriegt, maar het is een ware droom, een door God gegeven gezicht op dingen, die Hij wil laten zien en horen.

Hogepriester en Satan
Zacharia ziet de hogepriester die te kijk stond in de hemel.
Door Satan te kijk gezet. En Satan heeft nog gelijk ook:de vuile klederen van de hogepriester zijn een teken van, zijn schuld en zonden. Van top tot teen is de hogepriester zondaar, en "dat wil dan het contact in stand houden tussen God en mens", Zo luidt ongeveer de duivelse aanklacht. Satan haakt in op de situatie van Israëls zonden van vóór, van tijdens en van 'na de ballingschap. Ook nu, na de 'terugkeer is bij priesterschap 'en volk nog niet alles in orde, En Satan weet dat.
Satan kon toen kennelijk nog in de hemel komen (verg. het begin van het boek Job). Hij klaagt dus aan en die aanklacht lijkt terecht. Staande aan de rechterhand van de aangeklaagde uit Satan zijn beschuldiging, die zo op het oog (een) waarheid bevat: Ja, Satan heeft gelijk. .. totdat God zelf de hogepriester een komplets gedaanteverwisseling doet ondergaan: Vuile kleren worden verwisseld voor feestkleren en dan straalt en schittert alles aan die zondige hogepriester. Satan spreekt niet over en heeft niet terug van Gods ware liefde, waarin God zelf hem bestraft: Hij blijft bij Zijn verkiezing en als Satan daar wat van te zeggen heeft, zal het oordeel van God hem treffen. Maar ook de Engel des Heren mengt zich in het debat. Hij geeft de engelen, die vóór Hem stonden het bevel om de hogepriester de vuile kleren uit te trekken en Hij zegt daarbij: "Zie, Ik neem uw ongerechtigheden van u weg". Dit messiaans profetisch visioen zien wij dan vervuld in Jezus Christus, die deze woorden heeft 'waargemaakt en in plaats van Zijn volk de vuile kleren van zonde en schuld is gaan dragen Om zo de Zijnen te reinigen van hun zonden.

Gebod en heerlijkheid
Tenslotte ontvangt Jozua, de hogepriester, dan nog' het gebod om uit dankbaarheid voor Gods genade het voortaan anders te gaan doen. Dit gebod is dus geen voorwaarde voor Gods genade, maar het rnoet het noodzakelijk gevolg van Gods verkiezende 'liefde zijn: Waar God de ongerechtigheid weg doet, zal de toekomst open gaan, zal er ook een totaal andere verhouding tussen mensen ontstaan. In die woorden "elkaar nodigen onder de wijnstok en de vijgeboom" krijgen we als het ware een kijkje in de tuin van de messiaanse heerlijkheid.
Voor de eerste hoorders zit hierin een omkijken naar de tijd van vrede en welvaart en voorspoed onder de regering van koning Salomo, maar ook een vooruitkijken: die tijd komt terug, maar dan veel grootser en echter dan voorheen. En die woorden bepalen ons er bij, dat de toekomst van de Heer zich niet alleen op een hemels nivo zal afspelen maar ook op een' aards nivo. Wat dat betreft lezen we de bijbel misschien wel eens wat te eenzijdig; maar de bijbel spreekt niet alleen over een nieuwe hemel, maar ook over een nieuwe aarde. We moeten niet alleen maar vragen: "hoe zal het straks in de hemel zijn?", want de bijbel is voI - letterlijk en figuurlijk - van een nieuwe aarde. Nu weet iedereen vandaag wel, dat er - menselijkerwijs - weinig goeds meer te verwachten is voor onze aarde, Mensen vrezen vaak het ergste. Maar de gemeente van Christus mag zich door een dergelijk pessimisme niet laten meeslepen en niet in eenzijdigheid zeggen: "Hier beneden is het niet". De profetie van Zacharia geeft de aarde niet prijs, want God zelf geeft de aarde niet prijs. Daarom mogen wij een nieuwe, weer bewoonbare aarde verwachten.
Onze wereld is weliswaar haast onbewoonbaar geworden. Maar zoals sommige huizen onbewoonbaar geworden zijn door verwaarlozing door de bewoners, zo zouden we ook van deze aarde kunnen zeggen, dat wij, mensen, zelf de schuld zijn van die onbewoonbaarheid, waardoor de aarde kreunt onder een vloek, maar het is een duivelse leugen te zeggen, dat dat zo zal blijven: God immers bereidt Zijn Rijk en Christus is onderweg naar de aarde, die Hij niet prijs geeft.

Niet van, wel vóór de aarde
Maar laten we ons niet vergissen: dat. Rijk van God is wel vóór, maar niet van de aarde; Dat wordt in het visioen van Zacharia duidelijk uit het feit, dat de mens daar niets doet, maar God alles. Hij vaagt op één dag alle ongerechtigheid weg: alle viezigheid, alle gemeenheid, alle bruutheid, alle lafheid, alle haat. Zo baant Hij de weg naar de nieuwe aarde, naar de wijnstok en de vijgeboom, waaronder mensen elkaar uitnodigen. Dat is, pas na Gods werk, de menselijke aktiviteit.
Dan roepen mensen elkaar, nodigen elkaar uit, hebben aandacht voor elkaar. Maar Gods werk is het, de aarde te vernieuwen. Zijn vergevende Iiefde 'baant de weg naar het volkomen heil. En het is goed daar bij stil te staan. De vragen van schuld en vergeving mogen we niet voorbijgaan in een tijd, waarin andere problemen zich vermenigvuldigen. En het zijn geen vragen, die we in een boeiende discussie kunnen bespreken, met het afwegen van vóór en tegen, nee, het zijn levensvragen: We moeten er voor vechten schuld te bekennen en God te erkennen in Zijn vergevende liefde, waarin Hij Zijn aarde redt op één dag: op Zijn dag! Eens en voor altijd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief