Hulp aan huis

1986-09-19
  • Jaargang 30
  • nummer 36
Meneer de Voorzitter, Dames (tot mijn genoegen) en Heren. Vooraf wilde ik u zeggen, dat in de aankondiging van deze vergadering, die u ontving, achter mijn naam staat: Bestuurslid van de u allen welbekende Stichting 'voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk, die u allen hopelijk zeer ter harte gaat en die u zojuist aan 'het woord hebt gehoord en gezien. Dat is feitelijk wel waar, maar wat ik ga zeggen, is beslist niet namens de Stichting maar volledig voor mijn eigen rekening, of, als je het deftig wil zeggen: à titre personel. Zo is het me ook gevraagd. Om vanuit mijn werk dat immers veelszins bestaat uit "hulp aan huis" hier iets te zeggen waar we met elkaar mogelijk wat verder mee kunnen komen op onze weg van elke dag. Een weg die, als het goed is, immers naar "Het Leven" voert. Ik wilde dit toch graag zeggen voor ik aan het eigenlijke verhaal begin om verwarring te voorkomen.

Op de boekenplank boven mijn bureau staat een boekje, het is maar dun, dat ais titel heeft: "Geef nooit raad". Het is wat curieus, maar het boekje staat stikvol raadgevingen. En toch is het, dunkt mij ·een verstandige titel. Daar wou ik het als eerste verder even over hebben.
Als u me dat toestaat tenminste, en wel aan de hand van een voorbeeld. Aaneen' goede vriend en collega van me, werd door een bejaard echtpaar gevraagd, wat hij er van dacht als ze in een bejaarden, cq. verzorgingshuis zouden gaan. Dat werd hun door de kinderen nl. erg aangeraden. Hem werd raad gevraagd en hij gaf die raad. Hij somde allerlei voordelen op van zo'n huis en hij vond het ook wel verstandig als ze die stap zouden nemen.
En 'zo gebeurde het dus ook, maar, u raadt het al: na een jaar waren deze mensen diep ongelukkig in het tehuis en ze hebben hemel en aarde bewogen om weer ,,'Op hun eigen te zijn" zoals we dat noemen. De goede raad, echt naar eer en geweten gegeven, pakte falikant verkeerd uit. De mensen waren daarom diep ongelukkig 'Omdat het niet hun eigen besluit was, hun eigen keuze, maar het was hun via 'allerlei goede raad opgedrongen.
Het is slechts een voorbeeld, maar wel reëel. Ook mij wordt een dergelijke vraag en andere vergelijkbare vragen nog al eens gesteld. En ook u zult dit soort vragen, zo in de geest van: Wat vindt u ervan?, wel eens te horen krijgen. Het zijn nog niet eens de moeilijkste vragen die u krijgt, maar toch zou ik u {willen zeggen: Hoedt u voor een te gemakkelijk gegeven raad. Probeer daarentegen met de vraagstellers, de broeder en/of zusters, samen zover te komen dat zij zelf tot een besluit kunnen komen, dat ze na alles overwogen te hebben, zelf kunnen kiezen. Dan is het hun eigen keuze, hun eigen overtuiging en dan doen ze het niet omdat Jantje of Pietje het zei. of misschien wel de diaken, dat ze het maar moesten doen.
Niet wat ik' zeg of vind of wil, is van belang, maar wat ze zelf willen, dat geeft de doorslag, na voor en tegen goed te hebben overwogen. En bij dat overwegen kunt U hen helpen.
Dan zullen ze ook voor die keuze moeten staan.

Om nu nog eens OP' het voorbeeld van het begin terug te komen: probeer er eens achter te komen wat de beweegredenen van de kinderen waren om de ouders "verzorgd" te willen zien. Het kunnen heel plausibele redenen zijn maar het kan ook zijn dat de kinderen het alleen maar lastig vinden om steeds voor de ouders te moeten opdraven, of zoals: je kunt haast niet op vakantie of nog honderd en een andere redenen zijn te bedenken. Maar weer zeg ik dan: wat willen de ouders zelf? Probeer daar achter te komen.
Dat lijkt meer tijd te kosten dan een simpele (nou ja, simpele) raadgeving die soms oh, zo verkeerd uit kan pakken.
Leren luisteren, dat moet ik mijn leven lang, luisteren naar wat soms tussen de regels door wordt gezegd. En er blijven steeds weer valkuilen waar je in tuimelt. Maar "toch: opkrabbelen en moedig verder gaan.
Leer het b.v. ook via een cursus van onze stichting die ,er juist op gericht is, om dat .Luisteren" aan te leren, Want dan kun je ook proberen er achter te komen wat de werkelijke motivatie is die achter een vraag schuil gaat. Een vraag 'Om hulp misschien, maar het zou ook wei eens kunnen' zijn dat er achter die vraag een wereld van problemen schuil gaat, zoals in ons voorbeeld er een hele problematiek in de ouder-kind-relatie schuil kan gaan: .. Ze willen wellicht alleen maar uw steun om sterker te staan in hun argumenten, tegenover de kinderen.

Daarom nogmaals: geef nooit zomaar" raad. Het kan dan lijken of je er gauw vanaf bent, terwijl de andere weg van het samen met de hulpvrager er uit zien te komen veel meer tijd lijkt te kosten. Maar het eind van die weg leert dan dat juist het 'Omgekeerde het geval is.
Bovendien 'als je het terechte verwijt krijgt van een verkeerde raad te hebben gegeven kost het rechtbreien daarvan heel wat meer tijd, als ze tenminste nog met U van doen willen hebben. Daarom nogmaals: probeer steeds weer achter de werkelijke vraag, de echte beweegreden achter het "binnenkomertje" te komen. We noemen dat dan: de vraag achter de vraag. Ik mag U daar misschien nog een voorbeeld van geven: ik denk nu aan een man die bij me kwam omdat hij last van zijn maag had. Op mijn vraag hoe dat gekomen was kwam er een heel verhaal over een dreigend ontslag met alle gevolgen van dien. Dat was de oorzaak van zijn maagpijn, dat was zijn eigenlijke probleem.
Daar hebben we over gepraat en dat gesprek deed meer goed den welke maagpoeder ook, Ik wou ons voorbeeld nu verder maar laten voor wat het is. , Het: geef nooit raad is eigenlijk een algemeen principe waarbij U met allerlei concrete vragen steeds weer te rade kunt gaan.
De voorzitter heeft U in zijn inleiding een aantal maatschappelijke ontwikkelingen geschetst waardoor het werk van de "hulpverlening thuis" sterk is beïnvloed. Op één aspekt van deze ontwikkelingen dat mij nog al ter harte gaat en dat mij met zorg vervult, wil ik nog even wat verder uitweiden, want het gaat zeker ook niet aan ons voorbij. Ik bedoel het bijna uit het gezicht verdwijnen van wat we de 'caritas noemen, van de barmhartigheid, zoals ik dat vertaal, Sinds ons door de overheid geleerd is dat we overal "recht" op hebben (ook de mensenrechten zijn immers uitvoerig 'Onder woorden gebracht) welnu, sindsdien dreigen we te gaan' vergeten wat caritas eigenlijk is, nl. net dat beetje extra wat 'zorg tot caritas maakt. Ik denk in dat verband vaak aan het snijdende woord van de Here Jezus als Hij tegen zijn discipelen praat over de gerechtigheid in het doen en laten van de Farizeeën.
Dan zegt Hij: Als jullie gerechtigheid niet overvloediger is dan die van hen, nou, dan is het niet best. Dat nu is wat ik 'met dat extra, dat meerdere bedoel.
Niet alleen wat recht is, waar we "recht" op (menen te) hebben, want dan doen we precies als de Farizeeën, we leven volgens de wet en de profeten, maar dan hebben we niets begrepen van wat barmhartigheid eigenlijk is. En zegt Jezus er dan nog bovenop: "zij hebben hun loon reeds". Maar 'Ook dat is snijdend, want 'Hij bedoelt ermee: Zij hebben hun loon nu al: ze zitten vooraan in de synagoge en op vergaderingen hebben ze het hoogste woord.
Ze worden op straat beleefd gegroet door het gemene volk en ga zo maar door. Maar meer dan dat loon krijgen ze dan ook niet, En het loon van hen wier gerechtigheid wel overvloediger is, wier barmhartigheid meer is dan van de Farizeeën, zal eindeloos zijn.
Het precies weten wat in de CAO staat, het precies weten wat wel en wat niet ie taak is of daartoe behoort 'en vooral het 'zeker niet meer doen dan datgene waarvoor je "ingehuurd bent, waarvoor je betaa1d wordt, is voor mij één van de meest afschuwelijke ontwikkelingen in onze huidige maatschappij. Caritas zoals ik meen het begrepen te hebben, is net dat kleine beetje extra, dat vriendelijke woord, dat grapje soms, soms het rechtleggen van een kussen of wat water in de mond geven. Het is soms: net wat langer blijven dan in de CAO staat (en dan merk je vaak dat je 'een andere keer ineens veel vroeger weg kunt), het is het bloemetje, het zout in de pap, het is de jus van het leven, van Christelijk leven.
Zo zijn we onderweg naar "het leven" waar we mee begonnen zijn.
Dat is barmhartigheid, zoals de barmhartige samaritaan het ons leert, het is hulp geven zonder aanzien des persoons.

Ik wil het U heel concreet stellen, wellicht als theorie, maar het kan zo of anders en eender, wel degelijk gebeuren. Een meisje komt bij U om hulp vragen, financiële hulp, omdat ze een abortus die ze heeft laten uitvoeren, niet kan betalen, U bent daar (natuurlijk) verschrikkelijk op tegen; dan zult U toch moeten beginnen met te helpen. Echt helpen. De rest komt later wel. Hoewel, ik denk dat zo'n meisje al genoeg ellende heeft. U moet in elk geval beginnen met helpen, ook al zou U allerlei mooie theorieën hebben waarmee U zou kunnen zeggen dat wie z'n billen brandt maar op de blaren moet zitten of iets van dezelfde strekking maar meer gezegd in de tale Kanaäns. Dat is onbijbels, dat is gerechtigheid zoals die van de Farizeeën of zoals bij de vrienden van Job die het ook allemaal zo goed wisten en die ook de theorie huldigden van: boontje komt om zijn loontje. Hoe heeft Job daar onder geleden! Wat waren dat een slechte ziekentroosters.
En toch... De Here Jezus spreekt zo niet. Integendeel, Hij voegt er nog aan toe niet te 'Oordelen en: wie van U zonder zonde is, die mag de eerste steen smijten, of met modder, drek 'en achterklap gooien.

Hulp aan huis
Maar genoeg hierover, het is nu eenmaal een beetje stokpaardje van me. Het: oordeelt niet, een van de refreinen in de Evangelie-verhalen is ook voor uw werk als diaken essentieel.

Een praktisch punt waardoor de hulpverlening thuis sterk is beïnvloed in onze huidige maatschappij is de geweldig toegenomen migratie. Vroeger woonden ouders en kinderen meestal dicht bij elkaar in de buurt. In het dorp waar ik geboren ben woonde destijds 90% van mijn ooms en tantes, mijn grootvaders woonden er evenals mijn neven en nichten. Je zag elkaar op school, ’s zondags in de kerk, op de jeugdvereniging en op elke verjaardag. Je kende ze allemaal en was er eens iemand ziek dat wist iedereen het en de hulp word onderling geregeld. Nu wonen de neven en nichten van mijn kinderen in vrijwel alle provincies van ons land. De familie-band zegt hun veel minder dan ons.
Daardoor is het evenwel gewoon feitelijk onmogelijk om praktische hulp bij bijvoorbeeld ziekte te geven. Daarom zijn er zoals ik in het begin al zei, vaak heel plausibele redenen waarom kinderen minder voor hun ouders kunnen doen of broers en zusters elkaar kunnen helpen en bijstaan. Daardoor moet voor hulp aan huis vaker een beroep op derden (bijvoorbeeld de gemeente, de diakenen e.d.) gedaan worden dan vroeger. Daarbij komt ook nog dat door onze moderne manier van huizenbouw hulp binnen eigen familie bemoeilijkt wordt. Op een flat kun je oma of opa nu eenmaal moeilijk in huis nemen of een ander ziek familielid of iemand die gehandicapt is… Die moeten dan dus in een tehuis geplaatst worden. Ik heb het idee dat deze situatie in de ons omringende landen niet zo sterk is. Daar is het ook veel meer gewoonte dat vrouwen buiten de deur weken en dan kan oma op de kinderen passen.
Toch is door al dit soort ontwikkelingen de hulp van ouder naar kind en omgekeerd van de kinderen naar de ouders eenvoudig geworden. Hulp thuis door familie is veel moeilijker te realiseren en dan wordt een beroep op professionele hulpverleners gedaan. En zeker is hier een taak voor de diakenen. Ik denk da zeker in de preventie sfeer.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief