Hulp aan huis (2 - slot)
1986-09-26
Uw voorzitter heeft me gevraagd zoveel mogelijk praktisch te blijven.- Jaargang 30
- nummer 37
Daartoe wil ik U in het kort nog een aantal situaties schetsen, waarin uw hulp, hulp aan huis, gevraagd kan worden.
Allereerst denk ik dan dat preventief werken heel belangrijk is. Preventie is iets wat ook in mijn werk van alle dag hoog staat aangeschreven. Er wordt mee bedoeld om het op z'n Hollands te zeggen: voorkomen is beter dan genezen, want het gebeurt zo vaak wat een ander spreekwoord zegt: als het kalf eenmaal verdronken is, dempt men de put. En dat is doorgaans moeilijk, veel tijd vragend en soms ook hopeloos en uitzichtloos werk. Derhalve dus preventie. En dat houdt voor U als diaken in dat U poogt uw mensen te leren kennen.
Niet maar bij voornaam en toenaam, maar vooral met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
Met hun moeiten en hun zorgen. Die kunnen verscholen zijn achter een mooie façade, achter veel schone schijn. U moet niet alleen de behoeftigen in letterlijke zin in uw wijk kennen (als ze er nog zijn), het zou wel eens zo kunnen zijn dat de meeste moeite daar gezocht moet worden waar we het misschien niet zouden verwachten. En als U dat doet, zo uw wijk leren·kennen, doe het dan goed. Niet (enkel) een gezellig koffiepraatje over koetjes en' kalfjes.
Dat zet gewoonlijk geen zoden aan de dijk. Nee, als U naar een gezin of alleenstaande gaat, ga dan gewapend. Allereerst met de geestelijke wapenrusting waar Paulus het over heeft en ga met de vruchten van de Geest. waar Galaten 5 vanaf vers 22 over spreekt. Maar ga ook met althans enige voorkennis omtrent de broeder of zuster die U bezoekt. Dat U weet waar de schoen wel eens zou kunnen wringen, dat U althans enige Ahnung hebt, enige notie van de problemen in dit gezin of bij die alleenstaande broeder of zuster. Hoe vaak verkommert in een gezin niet een van de gezinsleden onder de andere en dat noemen we dan nog vaak een probleemkind ook.
Probeert U toch vooral juist aandacht aan zo'n situatie te schenken. Ik zeg. dit niet zomaar, integendeel, ik heb nog ai eens de ervaring, en ik heus .niet alleen, dat b.v. na het overlijden van een man of vrouw de partner prots als heil; ware opbloeit, dat het een heel ander iemand blijkt te zijn dan iedereen dacht. Soms zie je ze opbloeien (ze hebben altijd in de schaduw van de ander geleefd), soms ook vallen ze volledig door de mand, ze waren slechts holle vaten die helemaal afhankelijk waren van wat de ander was of deed. Ze. teerden op zijn roem. Probeer zo uw ogen en uw oren te scherpen.
En als U dan weet dat er in uw wijk problemen zijn, ga die dan niet uit de weg, loop er niet met een boog om heen, ga de moeiten niet uit de weg ...maar praat er over. Praat er "gewoon"
over. U moest eens weten hoeveel leed en verdriet er is bij mensen die voelen dat 'anderen er niet over durven praten. Ze lopen er met een boog omheen. Ik kan het niet laten U daarvan uit eigen ervaring een paar voorbeelden te geven, ze zouden met vele kunnen worden aangevuld. Als eerste noem ik U een man die ongeveer even oud was als ik.
Toen: hij 39 [aar was, kreeg hij een hartinfarct, toen hij 43 jaar was kwam er longkanker bij. Op het grote bedrijf waar hij werkte, werd hij toen afgeschreven.
Een ander nam zijn plaats in. Maar hij heeft gevochten om terug te komen. En het is hem gelukt, maar eigenlijk was er geen plaats meer voor hem. Wat nu? Hij ging aan het werk, z'n collega's liepen met een boog om hem neen, ze durfden hem nauwelijks te vragen hoe het met hem ging.
Heel begrijpelijk wellicht, maar hij vond het verschrikkelijk.
Ze wisten niet hoe ze "er over" moesten praten. En als ze het dan eens deden, als ze eens vroegen hoe het nu met hem ging, dan zei hij: "rot".
Want hij was boos en voelde zich eigenlijk afgeschreven, hij voelde hoe ze met hem eigenlijk geen. raad wisten.
Hij kwam zo eens in de maand bij me aan het eind van het spreekuur om een half uurtje bij te praten, om z'n gal te spuwen. En zo is hij, weer een goed jaar later, gestorven.
Een ander voorbeeld van dat met een boog om lijden heen lopen, is, wat veel mensen ervaren die een gehandicapt kind hebben, hetzij geestelijk dan wel lichamelijk. Als U een moeder tegen komt met zo'n gehandicapt kind, wat doet U dan? Meewarig kijken of gauw een hoek omslaan? Of een winkel binnengaan of iets dergelijkt?
Of probeert U gewoon te doen, net als anders, vrij en onbevangen.
Onlangs nog zei de moeder van een spastisch kind tegen me: Ze gaan hem Of gruwelijk verwennen Of ze negeren hem, maar: "gewoon" doen, ho maar. Dat blijkt gewoon heel moeilijk te zijn. En te blijven.
Weet U van de nood van weduwe en weduwnaar of anderszins alleenstaande? Heel vaak hoor ik hen, zowel man als vrouw, dat ze weinig bezoek meer krijgen. Een weduwe krijgt wel bezoek van vrouwen (b.v. 's morgens), maar een echtpaar ziet ze slechts zelden, en dat wordt juist 2iO fijn gevonden vaak. U kunt het geloven of niet, maar steeds weer hoor ik dan dat er sprake is van een zekere jaloezie, van na ijver.
De echtgenote denkt dat de weduwe er op uit zal zijn haar man af te pikken (heus echt waar) en hetzelfde gebeurt als een man 'alleen achterblijft, dan wordt de andere man achterdochtig.
Z'n vrouw gaat (te) vaak naar de alleenstaande.
Denk niet dat dit fantasie is.
Ik hoor het te vaak van alleenstaanden, ook in Orthodox-Christelijke kringen, terwijl een alleenstaande vrouw zegt: ik wil ook wel eens met een 'man praten. Zonder verdere bijbedoelingen.
Een andere mogelijkheid is om het leed van de alleenstaande, zeker geldt dit voor de weduwe en weduwnaar, te negeren of te bagataliseren (je hebt de kinderen nog, wordt dan maar al te gemakkelijk gezegd). Je gaat dan over koetjes en kalfjes praten en om zijn of haar verdriet 100p je lekker met een grote' boog heen. Want daarover praten is zo moeilijk.
Eens belde ik een weduwe op, het was de eerste verjaardag na het overlijden van haar man, dus de dag waarop hij jarig had zullen zijn. Ik belde zomaar.
Om even te praten. Omdat het die dag toch wel een moeilijke dag voor haar zou zijn. En ... ik was de enige' die haar op die dag gebeld had om even met baar te praten. Noch haar kinderen, noch haar familie had er met één woord over gesproken. En dat terwijl er toch twee dominees in de familie waren.
Ik begrijp best dat U tegen zo'n gesprek of tegen zo'n bezoek kunt opzien. Maar als U gaat en U bent er, U bent er echt, en U spreekt met wijsheld en zachtmoedigheid, eerlijk en oprecht, dan mag het best wat stuntelig en stotterend gaan, maar U bent er, U staat naast hem of haar, Nogmaals, we gaan zo graag met een grotere of kleinere boog om lijden, om leed heen.
Soms nog met een vrome smoes ook. We noemen dat dan desnoods maar: motivatie. Net zo als de priester en leviet deden in de al gememoreerde parabel.
van de barmhartige samaritaan.
Dat was het eerste wat ik U zou willen voorhouden: ga het leed, ga het lijden niet uit de weg. Durf er over te praten.
Sta naast de broeder, de zuster, die U bezoekt en niet mijlen ver boven hen of bij hen vandaan, zo in de geest van: ,,'t is mijn' pakkie niet aan". Nee, een beetje mee pijn hebben, een beetje mee verdriet hebben, ook dat is iets wat ik boven bedoelde met caritas.
Een ander praktisch punt in de maatschappelijke ontwikkelingen is, dat veel van de weeldevoorzieningen uit de jaren 70, . nu moeren worden teruggeschroefd.
Denkt U maar aan het ontstaan van de zgn. opname-
indicatie-commissies die tegenwoordig beslissen Over al dan niet opnemen van bejaarden in een verzorgingshuis (en hetzelfde geldt voor opname in een zgn. verpleeghuis). Vroeger was het zo, dat je als je 65 jaar was, je kon laten inschrijven voor zo'n tehuis. Je kwam dan op een wachtlijst en als het je beurt was, kon je het tehuis in.
Vaak nog op een moment waarop je en geestelijk en lichamelijk nog best in staat was om zelfstandig te functioneren.
Dat nu kan tegenwoordig niet meer. Immers het is gewoon zo, dat 85% van de kosten door de gemeenschap (lees: de sociale dienst) moet worden opgebracht.
Daarom is het nu het streven om de mensen Z'O lang mogelijk "thuis" te houden. Dat is immers veel goedkoper. En bovendien, zeggen we nu, het is ook veel beter om zo lang mogelijk in eigen huis en eigen omgeving te blijven. De theorie . past zich wel aan, dat is niet zo moeilijk. Toch is het m.i. terecht dat de opname-indicatiecommissie er gekomen is.
Dat geeft ook als gevolg dat er meer hulp thuis moet worden georganiseerd, dat geldt vaak t.a.v, bejaarden, maar een een der verhaal gaat op voor invaliden of anderszins gehandicapten die in een verpleeghuis moeten' worden opgenomen.
Ook dat proberen we zolang mogelijk uit te stellen.
In b.v, allerlei organisaties en hulpverlenings-lnstanties uit de zgn. eerste lijn, want die hulp is:
a. voor de patiënt zelf meestal fijner.
b. voor alle anderen ook 'veel goedkoper.
Een zelfde redenering kun je houden over de zgn. beddenreductie in ziekenhuizen. Daardoor zullen mensen eerder ontslagen worden, waardoor meer verpleeg-behoefte, .maar ook anderszins meer hulp thuis geboden zal moeten worden van wit diezelfde eerste lijn (waarover straks meer).
Maar dit kan ook voor uw werk gevolgen hebben, ik denk aan gezinshulp, aan zusterhulp.
aan opvang van kinderen of anderen en U kunt zelf nog allerlei andere bedenken.
Het lijkt me voor diakenen dan ook noodzakelijk dat zij goed op de hoogte zijn van al de hulp-instellingen in eigen woonplaats of regio, die we kunnen inschakelen voor hulp aan huis.
Dat is een louter' technische kennis wellicht, maar voor een goede diaken noodzakelijk. Hij moet wat wij noemen de sociale kaart van zijn werkgebied kennen, want dat kan plaatselijk en regionaal nog wel eens was verschillen. En ik ben er van overtuigd dat het niet uw werk van diaken is om zelf hand en spandiensten te gaan verrichten (b.v. bij een alleenstaande zelf allerlei klusjes op te gaan knappen), nee, U moet weten waar de gezochte hulp te vinden is, U moet weten tot wie de hulpzoekende zich wenden kan. Of zelf de hulp helpen organiseren, maar nogmaals, het kan niet de bedoeling zijn om zelf als diaken tevens manusje van alles te worden. U zult de mogelijkheden moeten kennen, eerst binnen de eigen gemeente, bij de eigen broeders en zusters. Ik denk ook aan de mogelijkheden die onze stichting heeft, maar U zult (en dat zeg ik nog maar eens) de zogenaamde sociale kaart met allerlei professionele hulpverleners van uw eigen plaats en!of regio moeten kennen.
Een aantal van deze professionele instellingen wil ik tenslotte 'nog kort de revue laten passeren. De meeste zijn in vrijwel elke plaats in ons land aanwezig.. Instellingen dus die U moet kennen en U moet ook iets weten van de mogelijkheden die deze instanties hebben en van de onmogelijkheden.
Laat ik beginnen met:
1. .De wijkverpleging; U allen van ouds wel bekend. Wat kunnen ze wel, wat kunnen ze niet? Is er b.v. een avonddienst?
Wat zijn' de mogelijkheden?
2. Vervolgens wilde ik noemen de gezinsverzorging. Hoe is die georganiseerd? Wat hebben ze te bieden? Is er b.v, zogenaamde gespecialiseerde hulp die niet alleen praktisch, maar ook, bij probleemgezinnen of overspannen huisvrouwen daarvoor apart opgeleid zijn?
Een andere tak hiervan is de Bejaardenzorg. Hoe verloopt die? Wat voor mogelijkheden zijn er voor bejaarden? Is er b.v. tafeltje-dek-je?
Zijn er gymnastiek of zwemclubjes. en wat nog niet al.
3. Het maatschappelijk werk.
Hoe verloopt dat? Weet U van al de mogelijkheden?
De zowel therapeutische hulp bij problemen als de heel praktische bij het invullen van allerlei formulieren, of het gespecialiseerde maatschappelijk werk zoals bij GTV. (Gezinsvervangend Tehuis). Gemeente, bedrijven. Weet U van de mogelijkheden van onze Stichting?
4. Het RIAGG (Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg).
Dat heeft meestal ook een afdeling voor bejaarden, waar je bij beginnende dementie vaak heel goed advies kunt krijgen en die op die manier ook een heel groot deel van probleembejaarden ter begeleiding krijgen.
5. De huisarts. Veel ervaring in de zin van vragen van diakenen heb ik niet, dat is slechts zelden gebeurd en zeker niet van Ned. Geref. diakenen, maar dat is niet zo relevant.
Al deze categorieën worden tegenwoordig samengevat onder de naam: "eerste lijn". Dat wil o.a. ook zeggen dat al deze rechtstreeks door de cliënt!
patiënt of hoe je dat verder noemen wilt kan worden ingeschakeld.
Deze hebben geen drempel, er is geen verwijzing nodig!
Dit in tegenstelling wat we de tweede lijn plegen te noemen en waaronder voor de gezondheidszorg (dat is uiteindelijk mijn vak, niet waar) begrepen wordt alle ziekenhuis-geneeskunde, dus ook psychiatrische inrichtingen, inrichtingen voor geestelijk gehandicapten, etc., verpleeghuizen en wat dies meer zij. De lijst kunt U nog , lang aanvullen denk ik, maar ik vrees al te veel tijd te hebben gebruikt. Waar het mij vooral om ging was U iets te laten zien van wat barmhartigheid is, niet oordelen maar luisteren, naast de broeders of zuster gaan staan en samen met hem of haar pogen uit het moeras te komen.
Slot: Ik ben me bewust dat een heleboel dingen niet ter sprake zijn gekomen. Ik denk b.v. aan vragen rondom het thuis sterven, vragen van stervensbegeleiding en rouwprocessen en nog veel andere, maar ik dacht dat ik het hierbij moest laten.