Herinneringen (4)
1986-01-24
Van de langdurig zieken zal ik nooit kunnen vergeten Fokje Huizinga.- Jaargang 30
- nummer 4
Ze woonde met baar oudere zuster en broer samen. Ik moest vaak denken aan Lazarus met zijn zusters Martha én Maria. De broer is bet eerst overleden. Fokje leefde door, ze lag al meer dan 25 jaren in bet bed. Naar bet leek: uitgeteerd. Ze kon over baar lichaam geen deken verdragen, alleen een laken. Als je baar voor bet eerst zag schrok je. En je dacht: die leeft geen dag meer. - Haar bed stond voor het raam en ze hield secuur de voorbijgangers in de gaten. Met een lang rietje met een pluimpje eraan wuifde ze naar iedereen die voorbij kwam en een band opstak. Fokje leefde met alles mee buiten haar ziekenkamer, ze was bizonder goed op de hoogte van alles wat zich voordeed in de gemeente en in bet dorp.
Voor het laatste nieuws moest je bij baar zijn.
Maar belangrijker was, dat ze altijd hunkerde naar het Goede Nieuws. Hoe helder was haar geest in zo'n zwak lichaam! En wat een Schriftkennis bezat ze!
Meestal las en besprak ik met baar een stukje uit de Bijbel, maar op een keer zei ze tegen me: wilt u niet met mij van week tot week een bijbelboek bespreken?
En wat moest dat dan zijn?
Fokje koos de brief aan de Romeinen.
Voorwaar geen lichte kost en het vroeg van mij nogal wat voorbereiding, want ze nam geen genoegen met wat "stichtelijkheid".
Na ons vertrek uit Driesum zijn de gezusters Huizinga later in een verzorgingshuis opgenomen, het was voor de oude Kieke niet meer te doen. En daar hebben ze samen nog goede jaren gehad.
Bracht Uithuizen ons op het spoor van de Afscheiding, - in Driesum was er een herinnering aan de Doleantie.
In zo'n klein dorp weet je als leden van verschillende kerken wel bijna alles van elkaars doen en laten. Zo leefden we op een gegeven ogenblik ook allen mee met een conflict in de hervormde gemeente. Voor Pasen waren er enkele jonge mensen, die belijdenis wilden doen, door de kerkeraad afgewezen. Niet alle gemeenteleden waren n.l. zo zwaar geref. bond als de meerderheid van gemeente en kerkeraad.
En zo konden er wel eens moeilijkheden ontstaan bij de ondervraging voordat men werd "aangenomen".
Maar wat deden de afgewezen belijdeniscandidaten? Ze gingen over naar een naburige gemeente, die wat minder zwaar in de leer was, en werden daar ronder bezwaar geaccepteerd. Kort daarna dienden ze hun belijdenisattestaties weer in bij de gemeente van Driesum, en volgens de geldende regel moesten ze toen wel worden aangenomen.
Afgezien van de vraag, of deze jongelui bij eerste onderzoek terecht waren afgewezen, - wij vonden dat, als gereformeerden, maar een ijdel spel met ernstige zaken. En we herinnerden ons, hoe de Doleantie in Amsterdam begon met een dergelijke attestenkwestie.
De hervormde kerkeraad in Amsterdam wees toen ook een aantal belijdeniscatechisanten af, omdat ze niet instemden met evangelie van de verzoening en de verrijzenis van Christus. Toen deze jonge mensen attesten opvroegen om in een moderne kerk in de Zaanstreek belijdenis te kunnen doen, weigerde de kerkeraad deze af te geven. Daarmee kwamen ze in conflict met het provinciaal bestuur, dat 80 kerkeraadsleden schorste! In Heemstede hadden we een oude broeder, die met enige trots kon vertellen, dat zijn vader één van de 80 was geweest.
Zo begon in Amsterdam de Doleantie, januari 1886, deze maand precies een eeuw geleden.
Een laatste herinnering aan Driesum
Natuurlijk had het dorp een fanfare! Leden van onze gemeente bliezen daar ook hun partij mee; We hebben daar als gemeente nog profijt van gehad, toen we een eigen kerkgebouw kregen, maar voor een orgel was, nog geen geld genoeg. Geruime tijd heeft een vijftal blazers vanaf het orgelbalkon boven de preekstoel de gemeentezang begeleid. En het was echt geen behelpen, het zong voortreffelijk!
Maar mijn herinnering gaat nu naar een kerstnacht. Het was een ouderwetse witte kerst. We lagen in de vroegte en het duister nog diep in slaap. En plotseling klonk door de stille, witte nacht een kerstlied van buiten, - vlak voor de pastorie in de bocht van de dorpsstraat stond een groepje blazers van de fanfare en zo stonden er verschillende groepen door Driesum en Wouterswoude verspreid kerstliederen te blazen. Een ongekende verrassing!
En we denken er nog bij elk kerstfeest even aan terug.
Zoiets kon je nu óók beleven in de friese wouden!
U begrijpt intussen al wel, dat we niet zonder weemoed van deze gemeente afscheid hebben genomen.
Heemstede
Dit werd een hele sprong, van Driesum naar Heemstede, van het Noorden naar het Westen van, het land. Daarmee keerde ik wel weer terug naar het land van mijn herkomst, maar als je er 9 jaren weg geweest bent moet het eerst toch wel weer wennen.
Het was hier in alle opzichten veel drukker dan in de landelijke friese wouden. De gemeente had een roerige tijd achter de rug als gevolg van de kwestie-
Kralingen. De naweeën lieten, zich nog gelden. Er was veel te doen. Aan die eerste tijd heb ik niet zoveel prettige herinneringen.
Ik had nogal wat aanlooptijd nodig om vertrouwd te raken met de gemeente en vertrouwen te winnen. Later brak er een tijd aan van rustig opbouwwerk en uit die tijd zijn me goede herinneringen bijgebleven en zijn er ook banden blijven bestaan. Toch kan ik er niet zoveel over vertellen als over mijn vorige gemeenten. In de eerste plaats ontbreken in een dorp als Heemstede de typen, die je in dorpen in het Noorden aantrof.
En in de tweede plaats zou ik moeten spreken over mensen, die nog in leven zijn. Herinneringen worden trouwens minder naarmate de tijd dichter bij het heden ligt. Herinneringen moeten de tijd hebben om herinneringen te worden. Toch een enkel verhaal.
U herinnert zich nog de oude Grietje Venhuizen uit Uithuizen?
Hoe ze voor geen geld ter wereld een gezang zou meezingen, maar het mij niet lastig maakte als ik eens een keer een gezang opgaf?
Welnu - náást haar zet ik nu br. Visser in Heemstede, in de tijd, dat de invoering van de nieuwe psalmberijming nog moeizaam ging. Br. Visser had geen principiële bezwaren, maar wel praktische.
Hij was n.l. bijna blind, kon de nieuwe psalmen dus niet lezen en meezingen, terwijl hij de oude psalmen bijna allen wel uit zijn hoofd kende. Een moeilijk probleem. Mocht je zo'n broeder de vreugde van de gemeentezang ontnemen? Ik besloot de zaak nog eens met hem te gaan doorpraten. Maar wat viel dát mee! Samen met zijn vrouw had hij de oplossing zelf al gevonden. In de eerste plaats, dominee, graag niet te veel van die nieuwe psalmen. Maar als u er één opgeeft, wilt u het ons dan een paar dagen voor de zondag even aan ons doorbellen, dan gaat mijn vrouw mij die psalm voorlezen en léren, en dan kan ik fijn meezingen.
Zou je zo'n broeder niet in je hart sluiten? Br. Visser naast zr. Venhuizen, ik vergeet ze nooit meer en ik heb ze bij gelegenheid vaak aangehaald als voorbeelden van christelijke inschikkelijkheid.
Een heel andere herinnering.
Een stukje "lachende kerk".
Meestal kan er geen lachje af in de kerk. Zou het niet mogen? Je moet er niet op uit zijn, maar, soms brengt een totaal onverwachte situatie toch een glimlach op de gezichten, ja soms gaat er een schaterlach door de kerk. We brengen onze emoties en zelfs onze lachspieren toch mee naar de kerk!
Nu, stel u de situatie voor: in de zaal van het herv. jeugdhuis.
want een eigen kerkgebouw hadden we toen nog niet. Daar lees ik mijn tekst voor: "Het natuurlijke eerst, daarna het geestelijke" (1 Cor. 15 : 46). En meteen staat er een jongetje op en loopt zonder blikken of blozen de deur uit, want hij "moest" even, voordat de preek begon. En ogenblikkelijk begreep iedereen het verband met de tekst! Op zo'n moment gaat er een zacht lachen door de kerk.
Of - in dezelfde zaal - waar de avond tevoren een feest was gehouden, waarvan nog een ballonnetje was overgebleven, dat recht boven mijn hoofd tegen het plafond hing. Ik had er zelf geen erg in, maar de kinderen in de kerk natuurlijk te meer! En ze wachtten vol spanning het moment af dat het klappen zou. Ik heb nog nooit zo weinig slapers in de kerk gehad en zoveel aandacht van de lieve jeugd!
Ja, die zaal, wat hebben we er goede jaren doorgebracht. Maar tenslotte kwam het- toch tot kerkbouw. Nu had ik al tweemaal kerkbouw meegemaakt en de ervaringen waren nu niet zo dat ik om een derde keer verlegen zat. Maar wat is dát meegevallen!
Heel de gemeente spande zich op allerlei wijze ervoor in om de bouwkosten te drukken. En zo verrees er een eenvoudig, maar doelmatig gebouw, - kort voor de scheuring!
Achteraf zeg ik: hoe bestaat het?
Nergens ging de kerkbouw zo harmonieus als in Heemstede.
Als kort daarop dan toch de gemeente uiteen valt, is dat door krachten van buiten en niet van binnen uit.
(word vervolgd)