Herinneringen (slot)

1986-01-31
  • Jaargang 30
  • nummer 5
Wat ik me uit mijn Heemsteedse jaren vooral herinner betreft de algemene kerkelijke situatie, die zo totaal anders was dan in Driesum. Woonden we dáár tussen orthodox-gereformeerde dorpsgenoten in, - daar was hier geen sprake van. Links en rechts, achter en voor roomse buren. En een huis verder de voorganger van de Mormonen in Haarlem. Met hem hebben we een avond uitvoerig gediscussieerd, en ik vergeet nooit dat hij aan het eind zei: een mooie avond brainwork, dominee. Met onze roomse buren konden we beter opschieten. Toch trof ons vaak een vreemd "gat" in hun geloofskennis. Bij een condoleantiebezoek spraken we over "sterven… en daarna". Zij spraken veel over "hemelen", maar van de "wederopstanding des vleses" hadden ze geen notie, hoewel die woorden toch ook in hun Credo staan; het deed hen niets en ze deden er niets mee. Maar zou dat onder ons altijd zoveel beter zijn?

We maakten in Heemstede wel een bizondere tijd mee, de tijd van het tweede Vaticaans Concilie, Dat ging als een schok door het roomse leven heen. In Haarlem werden in die tijd maandelijkse bijeenkomsten gehouden van roomse en protestante theologen, waar prominente sprekers uit beide "kampen" het woord voerden over essentiële zaken als het ambt, Schrift en Traditie, sacramenten enz. Ik herinner me een middag, dat een roomse spreker nogal modern uit de hoek kwam over de Bijbel. Bij de discussie kreeg hij zo weinig tegenspraak, dat ik toen maar zelf de stoute schoenen aantrok. In de pauze kwam er een oud pastoortje naar me toe om me te bedanken. Hij sprak zijn grote zorg uit over de toekomst van zijn kerk.
In diezelfde tijd nam ik deel aan een interkerkelijke bijbelkring in Heemstede. Hoe hongerig wierpen, de roomse "leken" zich op de Bijbel, die hen zo lang was onthouden! Toch verbaasde me af en toe hun bijbelkennis, die ze dankten aan het dagelijks gebruik van hun Missaal. In de roomse liturgie zijn immers heel wat bijbelteksten verwerkt. Zo zie je maar weer: "Gods Woord is niet gebonden" (2 Tim. 2: 9): Periodiek kwamen ook de roomse en protestantse geestelijke heren samen in de bovenzaal van het herv. jeugdhuis. Openhartig werd daar over van alles en nog wat gesproken. Wat was er in dit opzicht veel veranderd sinds ik in Uithuizen dergelijke samenkomsten meemaakte, Daar zag je nooit de pastoor bij. Alleen de bizonder sympathieke kapelaan. Op zekere dag moest hfj de inleiding van het onderwerp verzorgen. Hij deed dat keurig, hoewel wel wat nerveus.
Na de koffiepauze volgde altijd de discussie. Maar hij stond op en zei: het spijt mij, heren, maar ik moet nu heengaan, ik kan helaas aan de bespreking niet deelnemen. - Wij begrepen er niets van! Maar één van ons begreep het wel. En die ene was een nieuweling, hij was die morgen aan ons voorgesteld, maar zijn naam zei óns niets, maar de kapelaan des te meer, want het was een echt-roomse naam, ik geloof zoiets als Stokman.
Direct begreep de kapelaan, dat hij een afvallige voor zich had.
Zo vaak kwam het toen nog niet voor, dat een priester met zijn kerk brak en predikant werd. Die paar namen had hij wel in zijn hoofd. Intussen was ons nog niet duidelijk waarom de kapelaan vertrokken was. Maar ook dat kon onze collega ons uitleggen: van hoger hand was het de kapelaan wel toegestaan met protestanten te spreken over religieuze zaken, maar het was hem verboden met afvallige geestelijken te discussiëren.
Nu, we hadden er weer wat bijgeleerd en temeer vond ik de halstarrige weigering van de vrijgemaakten om met de synodalen samen te spreken typisch rooms.
Onze ex-roomse collega kwam nadien niet meer, maar de kapelaan deed weer mee, na zijn excuus aangeboden te hebben voor zijn vreemde gedrag.

Ja, in Heemstede was er grote openheid.... totdat bekend werd, dat de R.K. Kerk prinses Irene "overgedoopt" had. Dat was een klap in het gezicht van de Herv. Kerk! Want daarmee gaf de R)(. Kerk openlijk te kennen, dat zij de doop van de Herv. Kerk niet erkende. (Dit standpunt t.a.v. de doop in "valse kerken" kwam in die tijd ook wel onder vrijgemaakten voor.) Ik vergeet nooit de spanning in de zaal toen de hervormde collega's daar al waren en staande voor het, raam de roomse heren zagen aankomen: ze stonden te tandenknarsen van woede! Ik heb nooit begrepen, dat daarna het gewone agenda werd afgewerkt en niet meteen die brandende kwestie werd aangesneden. Oecumene wordt zo makkelijk een dekmantel voor de wezenlijke verschillen.
Een leuker herinnering: onder de inspirerende leiding van de onlangs overleden ds G. Lammens was er in de Geref. Kerk van Heemstede een liturgische vernieuwing op gang gekomen.
Met kaarsen en gewaden en kleden in de kleuren van het kerkelijk jaar. In die tijd nog een schokkende ontwikkeling. Toen dat een keer ter sprake kwam in onze kring van "geestelijken" bood een kapelaan aan de gereformeerden aan wat zij op de zolder van de pastorie hadden liggen, allerlei spul dat in de roomse eredienst afgeschaft was, maar nu misschien wel door de gereformeerden gebruikt kon worden! Liturgisch boompje verwisselen!

Ik heb al verteld, hoe intensief vele roomsen aan bijbelstudie begonnen. Bij wijze van tegenstelling en als afsluiting van deze serie nog een tweetal herinneringen aan een heel andere manier van Schriftgebruik.
Toen ik een keer door een mooie roomse kerk dwaalde stuitte ik op twee beelden, van Maria en Jozef. Onder die beelden, was een bijbeltekst gebeiteld. Ik weet niet meer' wat er onder Maria stond, maar vergeet nooit de tekst. die onder Jozef stond: ,,Ite ad Josephum" (Gen. 41 : 55), gaat tot Jozef. Dat woord over de zoon van vader Jacob werd daar zomaar even toegepast op de man van Maria! Je reinste boerenbedrog! En alleen maar vol te houden zolang het kerkvolk nog van de Bijbel verstoken bleef.

Mijn tweede herinnering gaat terug naar een treinreis, kort na de bevrijding. Een lange, saaie reis, waarbij je wel een praatje met de medereiziger wilt aanknopen.
En dat was in mijn geval een kapelaan, toen nog kenbaar aan zijn kleding.
Hoe we er zo op kwamen weet ik niet, maar ineens ging het over de vraag of Jozef en Maria ooit echte huwelijksgemeenschap hebben gehad. Ik wist wel, dat de roomsen dat ontkenden, maar ik wist ook dat het evangelie spreekt over broeders en zusters van Jezus. De kapelaan vertelde me, dat je dat "broeders en zusters" ook kon vertalen als "neven en nichten". Maar hij had een nog veel sterker argument, althans in eigen oog.
Heeft Maria niet zelf tegen Gabriël gezegd: hoe kan ik een kind krijgen, daar ik geen omgang heb met een man? (Luk. 1 : 34). Ik moet hem toen wat dom hebben aangekeken, want ik begreep er niets van dat dàt nu een argument kon zijn, dat Maria láter geen omgang met Jozef kan gehad hebben. Maar hij zou me dat wel even uitleggen.
Als u mij een sigaar aan zou bieden, zo zei hij, dan zou ik u antwoorden: nee, dank u, want ik rook niet. U begrijpt dan direct, dat ik niet bedoel: ik rook momenteel niet, want dat ziet u ook welen daarom bood u mij wat te roken aan. - neen, maar ik bedoel u dan duidelijk te maken, dat ik nóóit rook, ik heb ervan afgezien, ik onthoud mij van het roken.
Welnu, zo zegt Maria tegen de engel: ik onthoud mij van de omgang met een man, nu en voor altijd.
Waarschijnlijk hebben Jozef en Maria reeds voor de geboorte van Jezus tegenover elkaar de belofte van kuisheid en maagdelijkheid afgelegd, ook als ze straks toch wel zullen trouwen, maar dát dan ook alleen terwille van het hun toevertrouwde bizondere Kind.
Tot zover de kapelaan in de treincoupé.
Ik moet zeggen, dat ik stom verbaasd was over deze roomse manier van bijbelverklaring. Het is moeilijk vechten tegen zoveel spitsvondigheid. Aanvankelijk dacht ik nog aan een heel persoonlijke vondst van mijn reisgenoot. Maar later trof ik bij de toch voortreffelijke roomse exegeet prof. Keulers in feite precies dezelfde uitleg.
"Maria en Jozef hadden beslotén elkaars maagdelijkheid te eerbiedigen. Waarom - dat weten we niet, dat is het geheim van Gods genade ."
Maria spreekt in de tegenwoordige tijd en die duidt een blijvende toestand aan, als gevolg van een eenmaal genomen besluit.
Nu, zulke bijbelverklaarders weten heel wat meer dan in de tekststaat!
Eeuwen lang is de Bijbel in de R.K. Kerk aan de "leken" onthouden, met het motief, dat alleen "geestelijken" met de Bijbel recht konden omgaan.
Zou het waar zijn?
En hiermee hebben deze "herinneringen" een einde. Misschien heeft een andere "Geert Raap" allang verzucht: Wat had die vader Jacob veel zonen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief