God schrijft levens opdat ze geleefd kunnen worden'
2008-03-14
Als hun zoon Abel geboren wordt kunnen Stijn en Karin hun geluk niet op. De altijd al overenthousiaste Stijn is ervan overtuigd dat hij een modelvader zal zijn. Over de wieg gebogen ziet hij het kind al als volwaardig tegenstander bij het tennissen.- Jaargang 52
- nummer 6
Maar diep in hem heeft zich een beeld vastgehaakt dat een bedreiging voor zijn vreugde betekent. Steeds ziet hij de vroedvrouw voor zich die tijdens de geboorte de baby opvangt en omdraait: het is de beweging van de zandloper, het symbool van de vergankelijkheid, van het verglijden van de tijd, van het leven op weg naar de dood. Met ieder vallend zandkorreltje komt die dood dichterbij. Het is Abels zandloper die met zijn geboorte in beweging gezet is.
Radeloos
Het beeld wordt manifest als Abel, nog maar een maand oud, levensbedreigend ziek wordt en hals over kop naar het ziekenhuis moet.
Stijn ziet Abel in de couveuse in volstrekte afhankelijkheid van de medische apparatuur vechten voor zijn leven. Het maakt hem radeloos. En hij realiseert zich dat zijn levensgeluk nu in Abel ligt. Als Abel sterft is hij alles kwijt. Ook zijn God(svertrouwen).
Zoals hij eerst God herkende in de vriendschap, de liefde, in het zilver van de zee, zo ziet Hij hem nu in de hartslag van zijn kind. Als Abel deze ziekte niet overleeft, verliest hij ook zijn God.
Oudere vriend
In gesprekken met zijn veel oudere vriend Bulgers ziet hij waar het op uit kan lopen. Hij verafschuwt diens pessimisme en cynisme. Bulgers heeft alles wat met vergankelijkheid, en dus het verleden, te maken heeft uit zijn leven weggesaneerd. In zijn huis geen foto's of lopende klokken. Zelfs zijn ernstig gehandicapte zoontje heeft hij verstoten.
Verwijdering
De ziekenhuisbezoeken zijn een kwelling voor Stijn. Hij heeft geen enkel vertrouwen in de medische staf. Dat zit bij Stijn zo diep dat er verwijdering door ontstaat tussen hem en Karin die juist oog heeft voor de liefde van de dokter en verpleegkundigen.
Die verwijdering blijft ook als Abel weer genezen thuis is. Het lukt Karin uiteindelijk de hevig tegenstribbelende Stijn weer zo ver te krijgen dat hij zijn evenwicht begint te hervinden.
Via een song van Bob Dylan. Een lied waarin tegenover de volstrekte wanhoop en verlatenheid telkens de refreinregel klinkt: Ik kan de hand van de Meester zien in elk trillend blad, in elke zandkorrel. En: Op mijn tocht begin ik te begrijpen dat elke haar geteld is zoals elke korrel zand. Ook die uit de zandloper van Abels leven.
Aan het eind van het verhaal, in de doopdienst, komen veel verhaallijnen samen. Een mooi geloofwaardig slot, dat toch het einde niet blijkt te zijn.
Want de lezer wacht nog een verrassing waar die totaal niet op voorbereid is. Nogal schokkend, overigens wel in positieve zin. Maar die ik niet ga verklappen.
Schrijverschap
Naast de vergankelijkheid en de tijd speelt ook het thema van het schrijven een rol in de kleine roman. Welk doel streeft een schrijver na? Zijn angst overwinnen? De chaos van het leven bedwingen? Verhalen moet je leven, niet schrijven, vindt Karin.
Droomland zelf laat uiteindelijk iets anders zien : God schrijft levens opdat ze geleefd kunnen worden. Met de inkt van zijn liefde.
novelle gezorgd. De eerste hoofdstukken vielen mij wat tegen - de dialoog in het eerste, de hoeveelheid triviale details in de volgende twee. Maar verder is het boeiend, de ontwikkeling van Stijn geloofwaardig. Jammer dat de Engelse song van Dylan, die een cruciale rol speelt in het verhaal, niet in een noot een vertaling meegekregen heeft. Zeker, nu de bedoeling is dat het boekje een massale verspreiding krijgt.
Overigens vind ik het als geschenk voor 'de week van het Christelijke Boek' een gelukkige keuze.
Sjaak Verboom, Droomkind, Uit. Mozaïek, Zoetermeer, 2008. 96 pag. Tot 22 maart gratis bij aanschaf van een boek ter waarde van € 11,50. Daarna € 7,50.
Jan Lakerveld is neerlandicus, redacteur van Opbouw en lid van de NGK in Emmeloord.