De eenheid van de kerk: een vergeten hoofdstuk? (1)

1986-02-07
  • Jaargang 30
  • nummer 6
Het wil niet zo erg met het oecumenisch streven in onze dagen.
De Wereldraad van Kerken is wel regelmatig in het nieuws met allerlei uitspraken over maatschappelijke en politieke vragen, maar leeft meer aan de top van de organisatie dan aan de basis.

In ons land zijn de Nederlands Hervormde en de Gereformeerde Kerken samen op weg gegaan en hebben deputaten een concept verklaring van overeenstemming ten aanzien van het samen kerk zijn gepresenteerd, maar in de plaatselijke kerken is nog niet veel van komende vereniging te zien.
Wat onze eigen kerken betreft zijn er de laatste jaren weinig vorderingen in de verhouding tot de Chr. Geref. kerken te bespeuren.
Er zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen.
De geest van de tijd gaat aan de kerken niet voorbij.
In alle kerken doen zich moeiten voor, die veel aandacht en zorg vragen, zodat men de handen volheeft aan het eigen kerkelijk leven.
Het is voor een mens niet gezond wanneer hij steeds met zichzelf bezig is en geen aandacht heeft voor anderen.
Evenzo is het niet gezond, wanneer we in het kerkelijk leven steeds in eigen kleine kring ronddraaien.
Wanneer we met de kerk van alle eeuwen geloven dat de Here Jezus Christus zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, vergadert, zullen we in de gebrokenheid van het kerkelijk leven blijven zoeken en streven naar de eenheid van al de zijnen.
We zien hoe in onze dagen driftig de mensen bezig zijn met de democratisering, waarin ieder voor zijn belangen opkomt en zijn rechten laat gelden.
Onze parlementaire democratie wordt aangevuld met allerlei acties en dagelijks melden zich demonstranten om de aandacht van publiek en regering op bepaalde noden en gevaren te richten.
Werkgroepen en actiegroepen zijn druk in de weer en soms lijkt het alsof iedereen zich met alles bemoeit en je vraagt je af: komen die mensen eigenlijk nog wel aan hun gewone werk toe?
Men spreekt ook wel van het ‘ik-tijdperk’ en dat is, dacht ik, het beste weergegeven met de woorden: ik doe wat ik lekker vind.
Met de mondigheid van de democratische mens krijgen we ook in de kerken te maken en het is niet verwonderlijk dat de R.K.-kerk hier de meeste moeite krijgt.
Krachtens de leer van de kerk is het gezag toevertrouwd aan de Paus en de bisschoppen met in hun gevolg de geestelijkheid, terwijl van de leken onderwerping wordt gevraagd.
Het verzet tegen dit ambtelijk gezag is op beschamende wijze duidelijk geworden bij het bezoek van de Paus aan ons land. Binnen de R.K. kerk werden allerlei acties ondernomen, de media namen dit graag over, waarbij de VARA wekelijks de Paus met allerlei flauwiteiten bespottelijk maakte.
Tot in verre landen werden de beelden van het tumult, compleet met stenengooierij, aan de mensen vertoond.
Een trieste zaak, want al verwerpen wij de aanspraken van Paus en bisschoppen, er is een duidelijk onderscheid tussen verwerpen op grond van de Schrift of in naam van de “democratie”.
Revolutie is geen reformatie.
Er is wel eens gesteld dat tegen een aristocratische vorm van regering in de R.K. kerk door Calvijn de democratie is ingevoerd.
De kerk van Christus is echter geen instelling van deze wereld en daarom geen aristocratie, democratie of anarchie maar de ambtelijk geleide gemeente.
De ambten in de kerk zijn geen vorm van democratie maar geven het eigen karakter van het gezag over de gemeente weer.
In het ambt wordt men geroepen door Christus en geen mens roept zichzelf. Dit betekent niet dat de geest van de tijd halt houdt voor de reformatorische kerken met een schrifuurlijke ambtsbediening.
In de kerk hebben we ook te maken met de geest van mondigheid.
Regelmatig lees je in de kranten en ingezonden stukken van werkgroepen voor allerlei actie en bezinning in de kerken.
Gebeurt dit alles in goed overleg met de kerkeraden, dan kan dit het kerkelijk leven ten goede komen.
Maar er kunnen ook pressiegroepen ontstaan en dan komen de spanningen, want de beslissingen in de gemeente worden genomen door de geroepen ambtsdragers, die verantwoordelijk zijn tegenover Hem die hen heeft geroepen.
De laatste jaren is mij opgevallen dat onder ons hier en daar de gedachte leeft dat de ambtsdragers verantwoording schuldig zijn aan de gemeente en de zgn. gemeente-vergadering een eigen plaats krijgt in de kerkregering, waar men eventueel in appèl kan gaan tegen de kerkeraad.
In de gereformeerde kerkregering kennen we het appèl op de meerdere vergadering maar niet op de gemeente.
Om mogelijk misverstand te vermijden voeg ik hier aan toe dat ambtsdragers dienaren zijn van Christus en wijs doen zoveel mogelijk opening te geven aan de gemeente om het medeleven en de eenheid te bevorderen.
Het is voor ieder mens, ook voor een christen moeilijk gezag te aanvaarden, want we hebben allemaal een opstandig hart van nature.
In het kerkelijk leven kan ons dit geducht parten spelen en in de geschiedenis van onze kerken is gebleken dat we er niet tegen opzien in verzet te komen tegen kerkelijke vergaderingen.
Het kleed van de mondige gelovige dat we daarbij aantrekken kan wel eens als dekmantel van de mondigheid van de moderne mens fungeren.
Kortom, ook in de kerken hebben we te maken met de geldingsdrang, die de eenheid van streven bemoeilijkt.
Naast de democratisering noemde ik al de individualisering, waarin niet de gemeenschap, maar het individu voorop staat.
Het is lang zo geweest dat verwacht werd dat de enkeling zich aanpaste aan de gemeenschap en dit kon wel eens mensen in moeite brengen.
In onze tijd is het alsof de gemeenschap zich moet aanpassen bij de enkeling met de risico dat door kleine minderheden beslissingen worden geforceerd b.v.
ten aanzien van de plaats van de vrouwen haar "inkomen".
Kort geleden werd in ons blad opgemerkt dat het herhaaldelijk voorkomt dat gemeente-leden zich onttrekken op lichtvaardige gronden.
Men heeft geen bezwaar tegen de leer van de kerk, maar gaat over tot een gemeente of groep waar men zich beter thuis voelt.
Het gaat in de diensten niet zo stijf, er is meer “warmte” en er is voor elk wat wils. Een leuke, liefst gezellige kerk.
Het is bij de mensen waarschijnlijk helemaal niet opgekomen zich af te vragen of de Here Jezus Christus zich thuis voelt bij zo’n lichtvaardige versplintering van zijn kerk.
De kerk is geen winkel van geestelijke goederen waar de klant koning is.
In ons volksleven zien we allerlei verschijnselen van polarisering, individualisme en discriminatie, die inbreuk maken op de gemeenschap, zodat de mensen elkaar steeds moeilijker verdragen.
Wat zou het mooi zijn wanneer in die wereld de christ-gelovigen, op zijn minst die van gereformeerd belijden, een eenheid vormden van geloof en liefde, niet in het hebben, maar in het geven, niet in heersen, meer in dienen, niet vol van onszelf, maar van de genade van Christus.

Een volgende keer willen we zien wat er op dit front te melden valt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief