De betekenis van de Reformatorische beweging van de jaren '30 voor het Gereformeerde leven (3)
1986-02-07
- Jaargang 30
- nummer 6
5) De geestelijke situatie in de gereformeerde kerken in de jaren ‘30
De reformatorische opleving in de jaren '30 was een begin van terugkeer, met vallen en opstaan, naar de Schrift zelf, in geloof en bekering. Het gereformeerde volk, voortgekomen uit het "wonder van de 19e eeuw", zoals H. Algra dat heeft genoemd, was, toen de verdrukkingen ophielden, tot een zekere welstand gekomen. De gemeenten uit de Afscheiding en die uit de Doleantie hadden elkaar, zoals gezegd, in 1892 gevonden. Toen waren de gezaghebbende Gereformeerde Kerken in Nederland ontstaan, waaruit wij allen, lezers van dit blad, in een öf twee generaties waarschijnlijk afkomstig zijn. Deze kerken zijn velen tot grote zegen geweest.
Het gereformeerde leven uitte zich ook in een machtige A.R. partij met begaafde leiders, er was een gereformeerde universiteit, een eigen toen nog Theologische School, een veelheid van lagere en middelbare christelijke scholen, van bladen en tijdschriften, organisaties en stichtingen op allerlei gebied.
Dat verleden is niet iets om als slechts mensenwerk op neer te zien. Wel liep er, achteraf gezien, een o.i. niet juiste visie op het komen van het rijk van Christus in deze bedeling doorheen.
Het was niettemin een inwerking van de Schrift in het nationale leven die moeilijk elders was aan te wijzen. Het was echter tegelijk een nationale bewegingsvrijheid die een sterk geloof vereiste om gedragen te kunnen worden en temidden van die vrijheid zoutend zout te zijn.
Na 1892 is er een toenemende zelfgenoegzaamheid en' verwereldlijking in het gereformeerde leven te bespeuren. Het is opgemerkt binnen en buiten de kerken.
Zij uitte zich in een streven naar eer van mensen in kerk en staat en maatschappij. In het erkenning willen vinden bij de wereld, in het roemen in de zuivere leer van de meest zuivere kerk, in een waarderen van theologische en andere geleerdheid boven het gelovig kennen van de Schriften. Dat alles kwam tot uiting in de toenemende geestelijke spanningen in de kerkelijke vergaderingen, die zich steeds meer ontwikkelden tot boven de plaatselijke gemeenten staande gezaghebbende instanties.
Dat was de geestelijke situatie in het gereformeerde leven rondom de reformatorische beweging in de jaren '30.
6) Waar het om ging in de jaren ‘30
Het ging niet om een knapper redeneren dan anderen over Schriftwaarheden en niet om het ontwikkelen van betere theorieën over verbond, doop; enz. in de plaats van die welke op veel kansels doorklonken. De sterkte van de reformatorische opleving in de jaren '30 was gelegen in datgene wat met alle gebrek ook de sterkte van Afscheiding en Doleantie was geweest.
Haar sterkte school in het weer met eerbied willen luisteren naar wat God zelf in Zijn Woord zegt over het volbrachte werk van Jezus Christus en over al die onderwerpen. Dat luisteren gaf zicht op de kerkelijke situatie en de dreigende wereldsituatie-
en sterkte het geloof en vertrouwen op God in alle dingen.
De reformatorische opleving van de jaren '30 was een zich wapenen van de kerken tegen de haast niet op te merken diabolische verzoeking, die in de eerbiedwaardige gedaante van de Heilige Godgeleerdheid tot de kerken kwam.
De bereidheid tot luisteren naar wat God in Zijn Woord zegt over de door Hem gemaakte schepping heeft ook de nieuwe wijsgerige ontwikkeling mogelijk gemaakt. Voor wie goed oplette, was deze opzienbarend en voor de westerse wijsbegeerte van historische betekenis. Christenen werden ook op wijsgerig gebied gewapend tegen de goden van de tijd.
De hoofdbetekenis van de reformatorische beweging voor het ingezonken gereformeerde leven van de jaren '20 en '30 bleef echter gelegen in het inzicht dat Gods Woord niet "maar in naam en voor godsdienstige gelegenheden, maar voor het gehele leven onvergelijkbaar veel meer is dan alle. abstracte theologische en wijsgerige geleerdheid ooit kunnen zijn.
En dat, inzicht druiste radicaal in tegen de boven' de Schrift staande theologische geesteshouding van de jaren '30, die de gereformeerde kerken heeft overwonnen en na de oorlog de radicale Schriftkritiek heeft gebracht, die op gezag van de wetenschap de gehele Schrift uiteenrafelde.
7) Enige voorgangers
De gereformeerde kerken hebben in die jaren '30 veel voorgangers ontvangen die met inzet van ambt eer, brood en gezondheid, het woeden van de Boze tegen deze terugkeer naar de Schrift hebben tegengestaan.
Voor het verstaan van wat er is gebeurd; willen we enkelen, die belangrijke plaatsen moesten innemen, noemen.
Prof. dr K. Schilder (1890-1952) Prof. Schilder heeft in die jaren de theologische scholastiek, die niet schroomde God zelf theologisch te analyseren, zware slagen toegebracht. Hij heeft zijn gaven van hoofd en hart en zijn gezondheid niet gespaard in de strijd tegen deze heerschappij.
Over zijn moedige strijd voor de vrijmaking van de gemeente van Christus van wetenschappelijke tirannie zou veel te zeggen zijn. De nagedachtenis van zijn geloof, strijdvaardigheid en zachtmoedigheid zal bij velen in ere blijven. Prof. Schilder heeft de geloofsverwoestende onderscheidingen van de gereformeerde theologische scholastiek bekwamelijk met betere theologische onderscheidingen getracht te bestrijden. Zijn betere theologie bleef echter theologie, dat is betrekking hebbend op een abstract denken over Schriftwaarheden, waarin de Boze zich sterk kan maken en de gemeente van Christus zwak staat.
A. Janse (1890-1960)
De gereformeerde kerken hebben in de jaren '20 en '30 ook het onderwijs ontvangen van A. Janse. Als Schriftgeleerde, profeet en wijsgeer begon hij de Schrift te laten spreken op verschillende gebieden. Hij riep een kerkvolk, dat was gaan opzien tegen academische geleerdheid, terug tot het praktisch-profetisch kennen van de Schriften, wat veel meer is dan theologie ooit kan zijn. Dat was geheel nieuw in die dagen. Gods Woord meer dan theologie? Theologie was immers Gods Woord! Wie in de jaren '30 tegen de academische theologie durfde ingaan, nog wel zonder academische graad, trotseerde de wetenschappelijke goden van de tijd.
A. Janse heeft in voor velen toegankelijke taal laten zien hoe het leven bij de Schrift veel meer is dan een tot het innerlijk beperkt gemoeds-, ziele- of, bevindelijk leven. Leven bij de Schrift heeft op de gehele levenswerkelijkheid betrekking. Hij liet zien, dat de Schrift de Griekse "onsterfelijke zie]" niet kent, maar onderwijst dat de mens onsterfelijkheid moet aandoen. Hij heeft mede de grondslagen gelegd voor een christelijke wijsbegeerte en was op onderwijsgebied paedagoog en psycholoog. Zijn profetisch terugroepen naar de Schrift, temidden van alle strijd en gericht, is de reformatorische beweging tot grote zegen geweest.
Nog vele andere knechten
Van niet minder belang in de hevige strijd voor het behoud van de gereformeerde kerken in. Nederland was in die dagen de ontdekkende prediking van ds S. G. de Graaf (1889-1955) in Amsterdam, die velen tot rijke zegen is geweest.
Voorts is te noemen het baanbrekende wijsgerige werk van de geleerde hoogleraren D. H. Th. Vollenhoven (1893-1978) en H. Dooyeweerd (1895-1977) die de oppermacht van het Griekse en humanistische wijsgerige denken begonnen te doorbreken en de grondslagen legden voor een beoefening van de wijsbegeerte bij het licht van de Schrift.
Al deze strijders en nog veel andere niet met name genoemden, hebben in de bewogen jaren '30 het Woord van God gesteld boven niet-Schriftuurlijke traditionele meningen, wat niet zeggen wil, dat iedereen het eens moet zijn met alles wat zij gezegd hebben. Schriftonderzoek is een voortgaande levende zaak en ook zij waren kinderen van hun tijd. Het Schriftonderzoek dient .ook na deze voorgangers te worden voortgezet tot behoud van het opgroeiend geslacht dat leeft in een tijd waarin de Here de gemeenten confronteert met geheel andere vragen dan in hun tijd. Want de heilsgeschiedenis gaat voort.
(wordt vervolgd)