De dichter Revius (4)
1986-10-03
Het laatste artikel over Revius vond u in Opbouw van 1 augustus en zoals ik beloofd had, nemen we de draad weer op, nu de vakantie voorbij is. Ook in de volgende artikeltjes hoop ik Revius wat dichter bij de lezers van nu te brengen, vooral door uit zijn werk te citeren en het zo mogelijk te plaatsen in de tijd waarin hij leefde. Revius is nog steeds onze aandacht waard.- Jaargang 30
- nummer 38
Revius was voluit een man van zijn tijd. Hij voelde zich nauw betrokken bij de worsteling ‘Om de vrijheid, de strijd die zijn vaderland tegen Spanje voerde en die hij zag als een strijd voor de kerk.
Spanje en Rome, dat kwam voor hem zo ongeveer op hetzelfde neer. En als binnen de kerk strijdontbrandde, bleef hij ook niet afzijdig. Dat heeft zijn Remonstrantse collega in Deventer maar al te zeer Ondervonden: Revius rustte niet vóór de ander gedwongen werd, Deventer te verlaten. Ja, die strijd binnen de kerk ging ook toen al ten koste van personen. Maar ook op het terrein van de letterkunde wist Revius wat er te koop was. Ook hij was diep onder de indruk van de kracht en schoonheid van de klassieke cultuur. Hij bewonderde die, hij volgde die na, maar hij bleef kritisch. U hebt dat kunnen lezen in zijn gedicht "Heidens Houwelijk".
Het is trouwens niet uitsluitend een calvinistische houding, want eigenlijk gaat Vondel op dezelfde manier te werk, als hij bij voorbeeld in de Gijsbrecht van Amstel de klassieke noodlotsgedachte plaats laat maken voor de overtuiging dat God alles bestuurt 'en dat de mens zich bij Gods ondoorgrondelijke leiding neer moet leggen. Dat is de zg. "aemulatio", het streven de klassieken 'te overtreffen door het christelijke karakter van de inhoud.
J.A. Revius een man van zijn tijd en niet zo uitgesproken calvinistisch 'als dikwijls wordt gezegd. Wat denkt u van het volgende:
Maria
Gezegend is de maagd, de kroon van alle maagden,
De tempel van Gods Zoon en wezenliike kracht,
De schone dageraad waardoor ons nu toelacht
De Zonne daar zo dik de Vaderen naar vraagden.
Gelukkig, meer als die die ooit de Heer behaagden,
De zuster van haar kind, de dochter van haar dracht,
De bruid van Die zij zelf ter wereld heeft gebracht
In Wiens ontvangenis beid' aard en hemel waagden.
Welzalig zijn voorwaar haar ongeraakte borsten
Waarnaar de Bronne zelf des levens plag te dorsten.
Welzalig is de schoot waarin Hij heeft gerust.
Maar zalig boven al zijn zulken die haar leven
(Gelijk Maria deed) tot zijnen dienst begeven
En hebben in zijn woord haar hartelijke lust.
(Toelichting: Maria was de "tempel" waarin Gods Zoon en Gods
wezenlijke kracht gewoond hebben, zie Lukas 1: 35, De Messias is
de "zonne der Gerechtigheid". Het woord "dik" = dikwijls.
"Waagden" = bewogen, beefden.)
Deze lofzang op Maria is toch niet iets wat wij van een "doorgewinterde calvinist" verwachten. Nee, het is katholiek, maar dan in de ruime zin des woords, het is algemeen christelijk, De beelden zijn ook beslist niet nieuw, ze zijn al bij oude christelijke schrijvers aan te treffen. Ze zullen ons niet meer zo aanspreken; 'het maakt op ons een gezochte indruk, het komt ons wat kunstmatig voor, als we lezen dat Maria de zuster van haar eigen Zoon was, de dochter van eigen kind, en zelfs de bruid van die eigen Zoon. Maar, zoals gezegd, 'het waren uitdrukkingen die Revius al in werken van eeuwen daarvoor had aangetroffen en waarmee hij vertrouwd was.
Het volgende staat nog verder van ons af, de beeldspraak in het gedicht dat ik nu overneem, staat mij zelfs tegen, maar het is voor veel lezers misschien toch wel interessant eens, kennis te nemen van iets dat driehonderd j1aar geleden kennelijk wèl gewaardeerd werd. Het gaat over de besnijdenis van Jezus en Revius betrekt daarbij Mattheüs 16: 2-3: Bij het vanen van de avond zegt gij: Goed weder, want de lucht ziet rood. En 's morgens: Vandaag ruw weder, want de lucht ziet somber rood.
Besnijding
Wanneer de zon het vroege licht
Komt uit de blauwe baren (golven van de zee)
Openbaren,
Indien de nevels ros en dicht
Die samen opwaarts varen
Hem ontklaren, (hem, de zon, verdonkeren)
Zo wacht u op de avond laat (wees op uw hoede)
Die zeewaarts of te velde gaat
Eer 't onweer komt aanzwaaien,
't Wil regenen, 't wil draaien
Ende waaien
o grote Zon, uit 's Vaders schoot
Die ons ter rechte tijden
Kwaamt verblijden,
Uw opgang was van bloede rood
Toen Gij het zwaar besnijden
Wildet lijden:
Dit was een voorbo van de vloed (vloed = het stromen)
En 't storten van uw dierbaar bloed
Dat Gij met zure vlagen (met hevige pijnen)
Op 't einde van uw dagen
Zoudet dragen.
Wanneer de Zon de rode zoom
Der diep gewelfde zalen (= de horizon)
Komt te malen, (= gaat kleuren)
Schikt hij hem in de stille stroom (maakt hij zich klaar om)
Met rozen-rode stralen
Neer te dalen,
Zo wacht een schone dageraad
Die zeewaarts of te velde gaat,
Waardoor zeer schiedelijken (snel)
De duisterheid moet strijken (verdwijnen)
Ende wijken.
Hoe rood was Uwe ondergank o Jesu, als U 't leven
Wou begeven!
Uw open borst, Uw-leden krank
Men zag van bloede kleven
Ende beven.
Maar door Uw goddelijk geklag
Moest ons de liefelijke dag
Van Gods genade schijnen.
Ons smarten al verdwijnen
Door Uw pijnen.
Zo'n gedicht past hellemaal in het Literaire klimaat van die tijd, het is barok; zaken-die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, worden met elkaar verbonden en dat is een kenmerk van een internationale stroming. Die stroming wordt wel onderscheiden van de meer algemene barok door de term: metafysische poëzie.
Zo zien we weer dat Revius echt èen man van zijn tijd was; hij was niet alleen volop Renaissancist, hij beheerste ook de middelen die nodig waren om te passen in de moderne varianten van die moderne stroming en hij oriënteerde zich daarbij niet alleen op schrijvers uit de oudheid en uit zijn eigen land, hij was ook op de hoogte van wat er buiten de grenzen van de lage landen werd geschreven.
Een volgende keer gaan we verder, ik hoop dat het u nog niet verveelt!