De opening van: De stormvloedkering
1986-10-03
"Ik heb in 1953, in die februaridagen, gevaren tussen de lijken, zowel van mensen als van dieren. Als je dat ziet en meemaakt, en je werkt jaren aan dijkdichting en dijkverhoging, dan is er maar één weg, en dat is de radikále weg! Zoiets kàn niet meer gebeuren, mag niet meer gebeuren! Daar moest een dijk komen, een zware dijk. Ik vond dat de veilige weg.- Jaargang 30
- nummer 38
Maar toen kwam daar de politiek. De Oosterschelde werd tot een kraamkamer verklaard van allerlei mooie beestjes, en visjes en garnaaltjes. En die kraamkamer moest open blijven. Dat is een politieke beslissing geweest. Het hield in dat we iets anders zouden maken. Het is machtig wat ervan gekomen is, alléén: ik hou vol dat we bij zo'n sluiting nog steeds de kans lopen van menselijk falen. Waar er zoveel levens mee gemoeid kunnen zijn, moet je bepaalde dingen niet overlaten, bijvoorbeeld aan een brok techniek. Dat moet je radikaal doen.
Aan de andere kant, ik ben aannemer en bij een klein werk kun je minder verdienen dan bij een zeer gróót werk. Wij waren er als aannemers niet vóór - we hadden allemaal gewerkt in '53 en waren van mening: de radikale weg is de beste weg. Maar toen de beslissing was genomen, hebben we het graag gedaan."
Aan het woord is de heer G.(van Goof) van Oord, sinds enkele jaren Commissaris van het familiebedrijf Van Oord-Utrecht, nu gevestigd te Odijk. "Oom Goof", woont nu in Ierland, maar hij komt geregeld in ons land, voor familiebezoek, voor bezoek aan vrienden, voor zaken. Deze week is hij in ons land, vanwege de sluiting (of is het de opening?) van de Oosterscheldewerken. De stormvloedkering die morgen in gebruik wordt genomen. Bij de bouw daarvan is hij nauw betrokken geweest.
Hij is een van de leden geweest van een groep van drie, het "Dagelijks Bestuur", waarin nog een lid van onze kerken, Ir. A. Griffioen uit Loenen, zitting heeft gehad.
Betekent dat dat de stormvloedkering is gebouwd door mensen die zèlf van mening waren dat er beter een andere oplossing had kunnen komen?
Ja, zeker in de beginperiode van het werk. Toen halverwege de bouw de beslissing werd genomen er een stormvloedkering van te gaan maken, overheerste bij ons de mening: 'Jongens, dit is niet de goede weg; de goede weg is: maak er een dijk van!' Maar later zijn we van mening veranderd. We zagen de ontwikkeling van een machtig werk. We zagen de zwaarte van constructie, het rekenwerk, de talloze proeven- er is in de laboratoria voor miljóenen aan proefnemingen gedaan! - en raakten van de constructie zekerder. Desondanks, het zijn schuiven die op en neer kunnen gaan. Op een tijdstip, nietwaar, dat jij niet wenst - dat kan van bovenaf komen, het kan noodweer zijn, het kan een olievlek zijn, een brandende olievlek desnoods - dan zijn er mogelijkheden dat iets faalt.
Dat is een onzekerheid. Maar we hebben het zo goed mogelijk gedaan. Zekerheden zijn ingebouwd, maar menselijk falen kun je nooit uitsluiten.
Als u er heengaat, is dat dan toch met het idee: hier wordt toch iets geweldigs verricht?
In het denken van de aannemers heeft zich iets voltrokken van de gedachte: samen staan we sterk. Samen met het vernuft van niet alleen de aannemers, maar ook in samenwerking met Rijkswaterstaat kan iets geweldigs tot stand gebracht worden. De schepen die daar gemaakt zijn zijn ontsproten aan het brein van mensen de nooit tot zo'n grootse prestatie gekomen waren,' als er niet zo'n groot projekt gelegen had.
Het heeft voor de waterbouw veel betekend, en ook voor de betonbouw. Misschien wel de belangrijkste vrucht van de Oosterscheldewerken vind ik echter de onderwatertechniek. Men kan zien wat er onder water gebeurt. Beneden het wateroppervlak kon je bijna niets, alleen peilen hoe diep het was. Maar nu is het zichtbaar geworden. Dat zou wel eens een van de grootste vruchten van dit werk kunnen zijn.
Vindt u dat een Christen anders tegenover zo'n werk zal staan dan een ongelovige?
Je bént Christen. Dat is de intentie waaruit je de dingen doet. Zo is eerlijkheid belangrijk. Het werk moet goed en gaaf gebeuren; dat legt op jou een wat zwaardere verantwoordelijkheid.
Maar omdat ik er werk, en andere christenen, is het nog geen christelijk werk geworden. Maar het is goed en degelijk gemaakt. Daarbij is ook goed gezorgd voor de arbeidsvoorziening.
Bij dit projekt zijn natuurlijk duizenden mensen betrokken geweest. Die hebben het zeer goed gehad. De arbeidsvoorwaarden waren uitstekend. De veiligheid die erbij betracht is is een voorbeeld voor toekomstige werken. Ik vind dat ook een stuk christelijke opdracht.
Verder is er ook bij de afloop van de werken grote zorgvuldigheid betracht. Men hoorde: "Het werk loopt af." Een half jaar is meegeholpen om mensen andere arbeidsplaatsen te bezorgen.
Door ons aannemers zijn gelden beschikbaar gesteld om mensen herscholingscursussen te geven. Of dat nou christelijk is, het is in elk geval mènselijk! En een christelijke visie past daar op z'n minst helemaal in.
Hoor ik u ook zeggen: er kan een kant aan zo'n 'projekt zitten die je als "Torenbouw van Babel" moet bestempelen?
Nou, eerst even dit. Je moet je in je leven nooit laten beheersen door mensen die zeggen: 'dit gaat gebeuren, dàt gaat gebeuren, als de Oosterschelde afgesloten is.' Ik ken de verhalen over het, Brouwershavense Gat., Dat zou een mestpoel, een stinkput, worden, enzovoort, enzovoort.
Maar de beste mosselen komen uit datzelfde Brouwershavense Gat! En de beste oesters komen uit dat Brouwershavense Gat!
De natuur - de Here - laai zich niet voorschrijven wat Hij daar doet. Er is nu geconstateerd dat er inderdaad minder sóórten vogels zijn, maar aan hoeveelheden zijn het er veel méér! Zo is gebleken dat af die rekensommetjes van wat voor ,,-logen" ook, dat daar niets van uitgekomen is. En daarom moeten we ons door hen nooit de wet laten voorschrijven, Ik heb altijd het idee dat de biologen met hun berekeningen God de wet willen voorschrijven: Alsof Hij zich laat dwingen! Er waren redelijke argumenten om het Brouwershavense Gat een beerput te noemen, maar het gaat niet óp. Het gebeurt niet! Er is iets ànders. Er is méér dan ze verklaarden, met hun computers, hun biologen en wat ook.
Van vissers hoor je vaak dat ze een sterk godsvertrouwen
hebben. Geldt dat ook voor "uw soort mensen"?
Ook wij waterbouwers worden geconfronteerd met de macht van de natuur, De scheppingskrachten zijn ongelooflijk! Je bent klein als je waterbouwer bent! Dat geldt ook voor vissers'.
Dat geldt overal waar eb en vloed is. Eb en vloed zijn de werkingen van de natuur. Daar heb je je klein bij te voelen. Ik ervaar dat in hoge mate, als ik op de Oosterschelde ben. Als je daar over die dam heenloopt, hè, en je ziet daar onder het water kolken - van de Oosterschelde naar de zee en van de zee naar de Oosterschelde - dan ervaar je die nietigheid. Er is dan wel een machtig bouwwerk gekomen, maar die krachten zijn zó geweldig. Het houdt je nederig. Daarbij zijn ook de weersomstandigheden bepalend voor een werk. Heb je veel slecht weer, b.v.. mist - want een van de moeilijkste dingen is niet storm, maar mist - dan geeft dat problemen voor het tijdschema, om klaar te komen. Je bent sterk afhankelijk van weersomstandigheden. Het gaat toch steeds weer om Gods bestuur! ' Verder, het deed me altijd deugd dat in het dagelijks bestuur - dat bestond uit drie man dat daar mijn goede vriend Ab Griffioen in zat.
Ook de algemeen, directeur van de werkcommissie een katholiek, weet zich afhankelijk. Heel duidelijk. Ik denk dat de directeuren van grote bedrijven pas over de streep gaan, als ze los komen van hun werken, als ze opgesloten zitten in kantoorgebouwen van zoveel verdiepingen. Ze komen los van het eigenlijke werk, worden, managers, geldbeheerders of wat ook. Zolang iemand dicht bij de natuur leeft, dan geloof ik, dat hij zich inderdaad afhànkelijk weet. En die zijn er, vrij veel.
Nogal wat grote bedrijven zijn in de gevarenzone terecht gekomen. Ze hebben teveel aangepakt; er stonden 'teveel gelden uit'. Vindt u nu dat christenen die een bedrijf hebben gauwer geneigd zijn om te zeggen: 'we breiden niet uit'.We worden wel een beetje groter, maar tè groot worden is niet goed?
Ik werd 31 december 1952 gebeld door D,SH.
J. Schilder uit Utrecht. Hij vertelde dat Ds Amelink - destijds uit Langerak - niet kon preken en hem gevraagd had te komen. "Maar het is zo glad; ik heb drie mensen opgebeld die hebben gezegd: ' het is te glad, ik doe het niet'.
Jij bent nummer vier. Als jij ook zegt dat het te glad is, dan bel ik af." Ik zei: "langs wegkantjes zullen we er best komen." We hebben er heel lang over gedaan, maar ondanks alle spanning, heb ik toch een vraag aan hem gesteld: "Dominee, we hebben een goed bedrijf; we kennen vrijwel iedere werknemer, we weten van zijn huiselijke omstandigheden, Mag een christen nou als aannemer zo groot worden dat hij zijn mensen niet meer zo goed, kent?" Hij zei: "dat is een interessante vraag. Christen-zijn betekent bij jou dus het kennen van je personeel? Mag ik er eens met mijn vader over spreken?" Dat was dus 31 december 1952.
Ik belde dominee Schilder op 7 februari 1953.
"Dominee Schilder", zei ik, "mijn vraag is beantwoord, niet door u maar door de ramp.
Want ik ben van kleine aannemer nu al grote aannemer geworden. Ik krijg plotseling zoveel opdrachten." Vanaf die tijd ben ik groot geworden. Vanaf die tijd ken ik niet, iedere arbeider meer. Mijn staf ken ik wel. Ik laat ook door mijn staf belangrijke dingen bepalen. Zo kunnen er wel eens dingen inderdaad je overkomen.
Eén ding weet ik zeker: naarmate je als kleiner bedrijf meer eigen centen in je bedrijf hebt zitten, je voorzichtiger met de dingen omgaat, 'want het zijn je eigen centen.
Wij als kleinere aannemers, christenen, hebben natuurlijk ook niet alles in de hand.
Stel, er komt een revolutie. Zoals gebeurd is, in Nigeria. Ook kun je het niet vóór zijn bij een oliecrisis zoals ons overkomen is in Mexico, Waar de winst nihil werd. Je hebt niet alles in de hand. Maar m'n ervaring is: kleinere eigen bedrijven zijn voorzichtiger. Grote bedrijven willen door fusies vaak nog veel groter worden en dat brengt wel eens moeilijkheden met zich mee. Getuige de moeilijkheden van een Bos Kalis van een Volker Stevin, nu van Ballast. Die zijn nop een gegeven moment zo groot. Die kunnen dat allemaal niet meer bijfietsen.
Wij kunnen nog onze mensen "begeisteren", nog deelgenoot maken, maar bij een bedrijf van duizenden kan dat niet meer.