Jongeren (2)
2011-05-13
Nu dus, zoals beloofd, het derde stukje uit De Reformatie van 8 april over jongeren in de kerk; een wat tegendraads verhaal van hoofdredacteur Ad de Bruijne: - Jaargang 55
- nummer 10
Onlangs volgde ik een bijspijkercursus didactiek. De docent greep terug op het moderne hersenonderzoek. Tot boven de twintig is de voorste hersenkwab van jongeren nog niet volledig ontwikkeld.
Daar zetelt het vermogen om je leven te overzien en jezelf aan te sturen. Op die punten moet je van jongeren dus niet al te veel zelfstandigheid verwachten.
Dit moderne hersenonderzoek relativeert gangbare stokpaardjes in onze omgang met jongeren. Op middelbare scholen wordt al een tijd ingezet op de eigen verantwoordelijkheid van leerlingen.
Ze moeten zelfstandig leren. In het Hoger Onderwijs circuleert het toverwoord 'zelfsturing'. Een student heet zelf verantwoordelijk voor zijn leerproces.
Ook in de kerk vragen we wat de jeugd wil. En in de opvoeding laten velen hun kinderen behoorlijk vrij. Die moeten keuzen maken die bij henzelf passen. Een eindeloze file tv-programma's schotelt ons de ouders van nu voor: joelend, klappend en snikkend publiek voor hun hyperauthentieke kroost. Jongeren met autoriteit de weg wijzen, voorgaan en zo nodig krachtig tegenkomen - wie durft dat nog?
De bekende Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas is wars van deze trek van de moderne cultuur.Met een beroep op Bijbelse wijsheid benadrukt hij de waarde van traditie, gemeenschap en gezag. Dwars tegen de mode in moet je volgens hem tegen leerlingen, studenten en andere jongeren durven zeggen: Stop voorlopig maar even met zelf te denken en het op jouw manier te doen.
Denk en doe eerst maar eens een tijdje zoals ik.
Om je weg in het leven te vinden en echt iets te leren, heb je een overtuigende gezagsstructuur nodig. Durf een voorbeeld te nemen aan anderen. Dan moeten die anderen - docenten, voorgangers en ouders - zichzelf dus niet langer degraderen tot onzekere applausmachines voor nieuwe generaties.
Durf met autoriteit op te treden en een voorbeeld te zijn. Liefst op grond van de Bijbel, maar als het moet op gezag van de hersenkwabben.
Over de rol van iets oudere jongeren in de kerk schrijft Niels de Jong in het ChristelijkWeekblad van 14 april. Hij is (via de IZB) missionair predikant in hartje Rotterdam. Hij voert geregeld gesprekjes zoals deze:
“In de stad is het zeker erg moeilijk om kerk te zijn?” “Nou, valt wel mee. Het is eigenlijk wel leuk."
“Het loopt bij jullie ook terug zeker?” "Nee, we zijn weliswaar niet zo groot, maar ons kerkbezoek is de laatste vijf jaar bijna verdubbeld."
“Wel veel grijze mensen zeker?” “Nee, eigenlijk niet. 80% is onder de veertig jaar."
“Allemaal jonge mensen uit gereformeerde-
bondsgemeenten uit de provincie zeker?"
“Soms wel, maar steeds vaker ook niet.
De gemeente wordt steeds breder wat betreft achtergrond: van Gereformeerde Bond tot midden-orthodox, van Gereformeerde Gemeente tot Rooms-katholiek, van 'niets' tot christelijk-gereformeerd."
“Doen jullie dan iets spectaculairs om die jonge mensen te trekken?” "Eigenlijk zijn onze diensten vrij sober, is de preek behoorlijk orthodox en duurt die minstens een half uur."
“Het is wel lastig om de jonge mensen ook in te schakelen, toch?” “Valt wel mee. Ze willen zich best inzetten.
Kinderclub, meidenclub, Alphacursus, Voedselbank-vrijwilligers, kerkenraad, allerlei commissies, moeder-
bezoekwerk, PR-commissie, klussen via Stichting Present, kindernevendienst, etc. Het draait grotendeels op twintigers en dertigers."
En hij vervolgt:
Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik hier mag werken.Want voor mijn gevoel sta ik zo met mijn neus op een nieuwe beweging in de kerk, waarvan ik denk dat het een beweging van de Geest is.Waarvan ik hoop dat die beweging zich doorzet. Groeiende grotestadsgemeenten met gecommitteerde jonge mensen (). In een tijd waarin wordt geklaagd dat de kerk de tussengeneratie, grofweg de huidige twintigers en dertigers is kwijtgeraakt, blijken er stadskerken te zijn die het uitgerekend van deze groep moeten hebben. En in toenemende mate deze groep weten te binden. Niet door spektakel of iets dergelijks maar door een sterk inhoudelijk verhaal, door een plek van ontmoeting te zijn, door een sfeer van gebed, door mensen ruimte, verantwoordelijkheid en inspiratie te geven om hun gaven in te zetten voor de kerk en de stad.
Deze twintigers en dertigers voelen zich thuis in wat ik noem ‘open orthodox'.
Inhoudelijk kiezen ze voor een stevig orthodox verhaal, maar dan wel op een open manier. Open naar de (stads)samenleving, open voor nieuwe mensen, open voor nieuwe invloeden, open voor veranderingen, open naar de huidige tijd met zijn vragen en uitdagingen.
En deze manier van kerkzijn - open orthodox - heeft mijns inziens de toekomst ().
Als je wilt voorspellen waar de kansen liggen voor de kerk, dan moet je dus vooral goed naar kerken kijken die jongeren weten te binden. Om te beginnen in de grote steden.Want daar beginnen de nieuwe ontwikkelingen.
Drs.Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.