Jongeren en geloof (2)
1986-03-14
Vorige week spraken we over een onderzoek naar 'de beleving van het christelijk geloof bij jongeren uit de Gereformeerde Kerken’ en zeiden daar nog nader op terug te komen.- Jaargang 30
- nummer 11
Een eerste reaktie is wel: moet (kan) je zulke zaken als 'geloofsbeleving' in tabellen en cijfers onderbrengen? Leent zo'n onderwerp zich daar wel voor en wat is dat: 'beleving van geloof'?
Welke waarde moet je aan de gevraagde antwoorden en de daaruit getrokken conclusies toekennen? Zo zijn er nog wel meer vragen te stenen, bijv. over de opzet van een vragenlijst, die aan de enquete ten grondslag lag: De redaktie van 'Dienst’ heeft de publikatie, waarover we spreken, van een 'ten geleide' voorzien en daarin reeds enkele van die vragen aan de orde gesteld.
Vooreerst, zegt de redaktiesekretaris, ds A. Kooij, moeten we bij het lezen van dit rapport norm en feit scheiden. Dat wat de jongeren in de antwoorden weergegeven hebben zijn feiten. Als daar een bepaald gedragspatroon uit blijkt, hebben we daarmee nog geen norm voor het handelen. Een duidelijk signaal!
In deze tijd, waarin met enquetes, statistieken, meningen e.d. gezwaaid wordt alsof daar de waarheid uit te voorschijn zal komen, is het goed die gegevens wat opeen afstand te houden en ze te toetsen aan de Schriften en aan de daaruit gegroeide christelijke 'levenswandel. Daarvoor is het wel dienstig die feiten te kennen. De studie legde ze op tafel, maar het echt toetsen van de conclusies aan Schriftuurlijke normen viel buiten de studie-opdracht en dat moet dus beslist nog gebeuren. Door wie?' Door ouders, ambtsdragers, jeugdleiders, binnen de christelijke gemeente.
Verder legt ds Kooij de vinger bij de hang naar 'ervaring' en zegt dat de jongeren best willen geloven op voorwaarde dat zij iets van God "voelen". Leven in het verbond en de daarvoor zo broodnodige luisterhouding is een vaak verwaarloosde leer.
Luisteren naar Gods spreken is een verbondservaring van de eerste orde! Gewaarschuwd moet worden voor het gevaar om de oplossing voor twijfel te zoeken in het gebed. Niet ons spreken heft de twijfel op. maar het luisteren naar Gods spreken. Daarmee zegt hij met zovele woorden dat element in vragen en antwoorden te missen. Ik zou nog een stapje verder willen gaan en vragen: waarom blijkt uit de hele aktiviteit niet in hoeverre de jongeren de HERE kennen, Zijn wil voor ons leven, de door Hem uitgestippelde weg voor Zijn volk. Dat is niet zo gemakkelijk in tabellen en cijfers wit te drukken.
Soms denk je: deze studie is als een foto, scherp maar erg éénzijdig.
Een stuk werkelijkheid, maar geen levend stuk. Statisch.
Dat telkens spreken over 'het geloof' is zo heel anders dan wat de Schrift zegt over de vreze des HEREN, Zijn Zoon liefhebben, in Hem geborgen zijn en Hem uit de hemelen verwachten.
Datzelfde is er in het spreken over 'de Bijbel', je houding er tegenover, het lezen ervan, het begrijpen van het gelezene enz.
Dat kan zo vlak lijken en het laat zich ook zo gemakkelijk associëren met een traditioneel kerkelijk en godsdienstig patroon.
Maar uit die Schriften te horen "strijdt om in te gaan" of "gij geheel anders" is van een andere orde, evenals wat er gezegd wordt over afval van de HERE en Zijn toorn over hen, die Hem verlaten. Het is wel te verstaan dat dit niet in een studie, die aan een Rijksuniversiteit plaats vindt, past. Dáár overheerst het wetenschappelijke, psychologie dan wel sociologie.
Maar daarom is het wel van levensbelang op dit manco te letten.
In de vragen rondom "de Kerk" (waarom toch zo dikwijls met hoofdletters") komt dat wat boven opgemerkt is, terug. Kerkbezoek, huisbezoek, besteding van de zondag, relatie met predikant en/of andere ambtsdragers hebben een plaats in de vragenlijst. Maar het sámen verbonden zijn aan het Hoofd van de gemeente; onze Heer Jezus Christus, kom je niet tegen, evenmin als de betekenis van de wekelijkse bijeenkomsten.
De resultaten van het onderzoek blijven daardoor voor ons toch wat op een afstand. Je doet goed er aandacht aan te geven, velen behoren er kennis van te nemen, maar als gezegd: aanvullingen op het gepresenteerde zijn voor de lezer nodig.
Wie is die lezer? Ik hoop dat veel ouders dat zijnen verder ieder, die jongeren ontmoet, in welk verband ook. Eigenlijk bedoel ik ons allen.
Het nummer van 'Dienst' kunt U verkrijgen door f 7,- over te maken op girorekening 5533736 t.n.v. Janneke van der Ploeg, Noorderbuitensingel. 12, 9717 KK Groningen, onder vermelding "Jongeren en geloof". Maar wacht U even, alvorens het te doen, want binnenkort hoop ik "Ouderen en geloof" (een soortgelijke studie) te bespreken en wellicht wilt U dat dan ook bestellen.
Of, als U dat nu reeds wilt bezitten: hetzelfde adres, maar de prijs daarvan is f 9,-.