Zondag in Moskou (slot)
1986-03-14
Een week na onze ervaringen in Lwov waren we in Moskou. Omdat we wisten, dat informatie over kerkdiensten bij het staatsreisbureau Intourist geen hoge prioriteit geniet, hadden we ons in Nederland al van te voren op de hoogte gesteld van de mogelijkheid om een kerkdienst in Moskou bij te wonen.- Jaargang 30
- nummer 11
Niet zo ver van het Rode Plein staat het kerkgebouw van de Evangelische Christen-Baptisten.
Deze gemeente is officieel geregistreerd met alle offers, die daarvoor gebracht moeten worden.
Er zijn ook Baptisten-gemeenten, die deze registratie niet wensen aan te vragen en dus ook geen enkele medewerking van de overheid ontvangen, integendeel ze hebben veel te verduren en velen van hen zitten gevangen.
En natuurlijk daarom alleen al ben je geneigd aan hun kant te staan. Zijn dan de wèl geregistreerde gemeenten mensen, die het maar lichtvaardig op een akkoordje gooien? We moeten denk ik in dit geval maar niet al te snel oordelen.
In elk geval was het een Belevenis enkele uren door te brengen in het kerkgebouw van de eerder genoemde gemeente, het enige overigens in de hele stad Moskou. In een stad van 8 miljoen inwoners! Er worden dan ook meerdere diensten per zondag gehouden.
De eerste dienst begon om 10 uur en dank zij bus en metro en enkele, naar later bleek, medebezoekers van de dienst arriveerden we, weliswaar wat te laat, in de kerk. Onmiddellijk werd er op de galerij een rij voor ons ontruimd, waardoor zelfs oude mensen uren moesten staan, maar men was niet te vermurwen, wij waren gasten en zo hoorde dat. De kerk was stampvol, veel mensen stonden, al zagen we, dat tijdens de dienst men elkaar afloste. In de dienst trad een koor op, dat kennelijk uit gemeenteleden bestond. Het zong met veel geestdrift en wat men ten gehore bracht was van hoog niveau. De dienst kent uiteraard een andere orde, dan wij in een. gereformeerde kerk in ons land gewend zijn. Ik realiseer me opeens, dat ik voor het eerst in mijn leven een dienst in een Baptistengemeente mee maak en daarvoor blijkbaar eerst naar Moskou moest reizen. Er zijn verschillende voorgangers, wàt ze zeggen ontgaat ons uiteraard, wat natuurlijk jammer is.
Wèl hoor je af en toe bekende klanken. Soms ook herken Je van bepaalde liederen de melodie.
Er wordt zeer aandachtig geluisterd, ik zie ook mensen, die in een schrift aantekeningen maken, soms ook laat men duidelijk hoorbaar zijn of haar instemming blijken. De dienst duurt ruim twee uur, maar de aandacht verslapt niet. Dan men we dat vanaf de galerij mensen briefjes naar beneden gooien, ze worden beneden opgeraapt en dan doorgegeven naar de voorste bank, waar een gemeenteoudste ze verzamelt. Vervolgens bracht deze man de briefjes naar de voorganger op de kansel.
Wat ik al vermoedde bleek bij navraag juist te zijn. Het ging in dit geval om gemeenteleden; die voorbede wilden laten doen voor zieke familieleden of andere zaken, die ze wilden voorleggen in het gebed van de gemeente. En in een stampvolle kerk kan dat ook op deze manier. Na afloop van de dienst spraken we nog kort met één van de voorgangers die ons in het Engels te woord stond. Veel tijd was er niet, want de volgende dienst zou spoedig hierna beginnen.
Dan staan we buiten en wandelen even later over een zonovergoten Rode Plein. Daar zien we de eindeloze rijen mensen staan, die een bezoek willen brengen aan het mausoleum van Lenin, om daar kort een blik te mogen werpen. Op het gebalsemde lichaam van de man, die daarmee eigenlijk de hoofdrol speelt in een pseudo-religie, waarvan het ritueel zich elke dag op het Rode Plein afspeelt. Als we er zelf later in de week, na drie en een half uur In de rij binnentreden, heb je inderdaad het gevoel het heilige der heiligen binnen te gaan, alles ademt deze quasireligieuze sfeer. Deze Lenin schijnt ooit opgemerkt te hebben, dat het christendom nog hooguit vijftig jaar haar bestaan zou kunnen rekken. Welnu, Lenin is dood, al meer dan 60 jaar, maar God leeft, ook in Rusland.
En daarom gooien vanaf de galerij in dat kerkgebouw niet zo ver van het Rode Plein, mensen briefjes naar beneden, omdat ze daarmee belijden, dat zij het in hun leven, als het er echt op aan komt, het niet verwachten van een of ander systeem, van een of ander isme, maar het uiteindelijk willen wagen met God en daarom in de kring van de christelijke gemeente hun zorgen en wensen aan Hem bekend willen maken.
Dat ondanks een constante atheïstische propaganda, een soms grove, soms ook uiterst subtiele indoctrinatie. Ondanks talloze kleine en grote hindernissen, ondanks musea, waarin het christelijk geloof als achterhaald en minderwaardig wordt voorgesteld. Ondanks de vaak hoge prijs, die christenen voor hun keuze moeten betalen.
Hoe ervaren ze dat in de dagelijkse werkelijkheid? Ik denk, dat wij daar eigenlijk geen notie van hebben. Kunnen we wat voor hen betekenen? Natuurlijk is dat geen vraag. We kennen in onze kring, vermoed ik, niet zoveel kerkgebouwen met galerijen.
Wat we dan kunnen doen?
Bij wijze van spreken steeds maar weer briefjes naar beneden gooien, elke zondag opnieuw, en daarmee in elk geval bereiken, dat onze broederschap in het oostblok een vaste plaats krijgt in onze voorbeden.