Ouderen en geloof
1986-03-28
Nadat twee studenten aan de Groninger universiteit de resultaten van een onderzoek naar "jongeren en geloof" hadden beëindigd, vervolgden ze hun aktiviteiten en kwam een rapport "ouderen en geloof" tot stand. Dit heeft tot nu toe voor zover mij bekend niet in een nummer van het blad "Dienst" (waarin eerstgenoemd rapport werd opgenomen) een plaats gekregen. Wel is het afzonderlijk door de onderzoekers, Janneke van der Ploeg en Otto B. Wiersina, als brochure uitgegeven. Het is bij eerstgenoemde te verkrijgen voor f 9,- (girorekening nr. 5533736). Het Gereformeerd Wetenschappelijk Genootschap verleende zijn steun ook aan dit projekt.- Jaargang 30
- nummer 13
Doel
De auteurs zeggen daarvan "ons onderzoek heeft als doel zicht te krijgen op de geloofsbeleving van de ouderen binnen onze kerken" (de vrijgemaakte n.l.).
De menselijke ervaring staat derhalve centraal, want, vanuit een levensbeschouwing verlenen mensen zin aan hun bestaan of aan gebeurtenissen in hun leven."
Gezin, belijdenis, relaties e.d. beïnvloeden deze ervaringen, "terwijl het leven volgens christelijke normen en waarden steeds minder vanzelfsprekend wordt." Voorts is een bijkomend doel "inzicht te krijgen in het welzijn van de ouderen en de samenhang hiervan met de geloofsbeleving."
Middelen
Meer dan in het vorige werkstuk (over jongeren) is in het thans voorliggende aandacht gegeven aan wat je de wetenschappelijke kant zou kunnen noemen. Een respektabele literatuurlijst geeft dat ook aan. Voor ons doel lijkt het niet nodig daarop verder in te gaan, liever zien we naar de praktische uitvoering en uitkomsten.
De eerste aktie is geweest een lijst met 25 globale vragen over gezondheid, aktiviteiten, kerkelijk leven, levensstijl, relaties e.d. van de betrokken ouderen. Vanuit deze vragenlijst en het daarop ontvangen kommentaar van een aantal ambtsdragers en gemeenteleden, is een tweede vragenlijst opgesteld "De Schaal Religieuze Identiteit Ouderen" (SIRO), 32 vragen die beantwoord moeten worden met een waardering die loopt van "nooit", "zelden", "vaak" naar "altijd". Op die manier zou de geloofsbeleving gemeten kunnen worden.
Tenslotte is aan hen, die medewerkten, een "zellfbelevingsschaal" voorgelegd, om inzicht te verkrijgen over het subjectief welzijn.
De vragenlijsten zijn aan 323 ouderen, alle boven 65 jaar, verzonden en van 142 (44%) - alle leden van de vrijgemaakte kerken - kwam een reaktie binnen; met 22 deelnemers is daarna een gesprek gevoerd.
De gemiddelde leeftijd van de medewerkenden was 691 jaar; 55% van hen waren vrouwen, 65% was gehuwd, 23% weduwe/ weduwnaar, 12% ongehuwd.
De gemiddelde gezinsgrootte van de gehuwden en van hen, die gehuwd waren geweest, was 4 à 5 kinderen.
Verantwoording
Vóór we kennis kunnen nemen van de resultaten van het onderzoek geven de twee auteurs in een afzonderlijk hoofdstuk informatie over wat zij verstaan onder "religieuze identiteit". Ze formuleren die als volgt "een zich in de zelfervaring voordoend gevoel van eenheid met God en de ervaring zo ook door anderen te worden gezien." Ook hier dus weer de beperking, tevens beklemtoning van "de ervaring".
Niet àlle kanten van het geloof lenen zich, zo schrijven ze, voor onderzoek; slechts bepaalde overtuigingen, ervaringen, gevoelens zijn ter sprake gebracht. Zij werden samengevat en gerubriceerd in een achttal, t.w.
- vertrouwen op God (tegenover wantrouwen)
- vaststaan in het geloof (tegenover twijfel of schaamte)
- het kunnen vervullen van verschillende door het geloof bepaalde rollen: bijvoorbeeld vader en ouderling (tegenover het blijven steken in een bepaalde rol)
- de behoefte te blijven groeien in het geloof en het vervullen van religieuze plichten (tegenover verflauwing en vervlakking)
- het gevoel van religieuze identiteit (tegenover verwarring van de religieuze identiteit)
- beleving van verbondenheid in het geloof (tegenover isolement in geloofsbeleving)
-gevoel van verantwoordelijkheid voor het volgen en overdragen van de religieuze traditie (tegenover verwaarlozing van of breuk met de traditie)
- religieuze fundering van waarden die men aanhangt (tegenover onduidelijke fundering van waarden).
De beperking tot de groep ouderen bracht met zich dat veel vragen gericht waren op "het terugzien op het leven en het zich voorbereiden op het einde daarvan."
De vraag naar de zin van het leven komt bij ouderen sterk naar voren. De uitkomsten worden, als gezegd, verbonden met het welzijn: gezondheid, weerbaarheid, zelfwaardering, kontakten e.d.
Resultaten
Uit een analyse van de antwoorden op de 32 gestelde SIROvragen zijn in drie categorieën weergegeven:
- geloofszekerheid (kind van God zijn)
- geloofsgemeenschap (relaties met anderen)
- geloofsvertrouwen (de ervaring van Gods zorg en hulp)
In elk van de drie groepen zijn de uitkomsten positief tot zeer positief. Wel klinkt hier en daar enige twijfel door en ook onmacht vanwege besef van zonden. Het is verleidelijk verschillende uitspraken te citeren, maar dan zou deze bespreking te lang worden. Eén opmerkelijke uitspraak: "Het feit in de kerk te zijn geboren en de vrijmaking te hebben meegemaakt, geeft een aantal ouderen de zekerheid dat ze uitverkoren zijn!"
Tenslotte is nagegaan het verband tussen geloofsbeleving en welzijn. De onderzoekers hebben daarbij de ontvangen reakties uit de eigen kring vergeleken met die van 500 willekeurig gekozen ouderen (al dan niet kerkelijk) in Apeldoorn. Laat nu de uitkomsten van beide groepen vrijwel dezelfde zijn! Het rapport zegt dan ook "andere levensbeschouwingen verschaffen evengoed als het christelijk geloof een zekere mate van subjectief welzijn." Alleen bij het aspekt 'zelfwaardering' scoorden de Gereformeerden aanzienlijk lager dan de anderen. Hoe te verklaren? Zelfkennis (in de kerk) enerzijds, de hang naar zelfontplooiing (buiten de kerk) anderzijds.
Zonder geloof vaart niemand wel
staat op het achterblad van de brochure, of zoals het, laatste hoofdstuk zegt "het geloof is een richtsnoer voor het leven, keuzen op kerkelijk en maatschappelijk terrein worden er door bepaald en het geloof geeft troost in moeilijke situaties; het is ook tijdens de ouderdom Ievensvullend."
Eén van de conclusies is "Bij de ene bijbelse boodschap dat de kinderen van God door de inzet van Christus gered worden, is er een enorme verscheidenheid in Ievensevaring en geloofsbeleving.
Het is zinvol daarover met elkaar te spreken om zo te delen in de rijkdom die elk van God gekregen heeft. En evengoed mogen gesprekken er op gericht zijn elkaar op te trekken uit (geestelijke) armoede. Dit boekje draagt voor dit gesprek wat stof aan. Vooral gespreksstof uit "de praktijk": hoe denken en spreken gereformeerde ouderen over hun geloofsbeleving. Die "praktijk" heeft uiteraard niet het laatste woord. Er zal in het licht van de Bijbel over doorgepraat moeten worden" aldus de auteurs.
Kritische opmerkingen
Het gestelde doel is bereikt, zij het m.i. in beperkte mate. Er is slechts een deel van de geloofservaring" in vragen en antwoorden gevangen kunnen worden.
En wat ontbreekt is van het grootste belang. Je vindt in de brochure bijvoorbeeld geen direkt antwoord op de vraag in hoeverre bij de ouderen is het kennen van de HERE, het zich in Zijn grote werken van schepping en herschepping verblijden, het Hem. als Vader van onze Heer Jezus Christus mogen aanroepen, wachten op zijn grote toekomst.
Niettemin is veel stof vergaard, waarvan met name ambtsdragers gebruik zouden kunnen maken.
Opnieuw komt naar voren hoe rijk we als gemeente van onze Heer in deze tijd mogen zijn: we mogen Hem leren kennen en elkaar leren kennen en daarop zouden onze gesprekken méér afgestemd behoren te zijn.