Terloops
1986-03-28
Enkele maanden geleden heeft ds J. Bouma in dit blad meegedeeld, dat hij en ik onze medewerking aan de werkgroep homoseksualiteit hebben beëindigd.- Jaargang 30
- nummer 13
Duidelijk is hierbij naar voren gebracht, dat dit niet gebeurde, omdat we het belang van zo'n werkgroep niet meer zouden erkennen of spijt zouden hebben aan de vorming van deze groep te hebben meegewerkt.
Ik citeer Bouma: 'We hebben daar officieel nooit enig bericht van gedaan in de kerkelijke pers, 'Omdat we er geen behoefte aan hadden de indruk te wekken dat we ons tegen de werkgroep gekeerd zouden hebben.' Verder in zijn artikel heeft Bouma duidelijk gemaakt, waarom we uit elkaar gingen.
Ons vertrek ging niet gepaard met een gevoel van blijdschap, maar met een gevoel van onmacht.
Met anderen zijn we aan dit werk begonnen en daar heb ik nog steeds geen spijt van. Er is wat goeds verricht en daar ben is dankbaar voor.
Wat verbaasd en bedroefd las ik in de Kerkbode van Nederlands Gereformeerde kerken een reaktie van ds A. J. Moggré, waarin hij onze beslissing meedeelt en o.a. schrijft: 'Met blijdschap nam ik daarvan kennis en ik haast mij dit aan de lezers van de Kerkbode door te geven'.
De blijdschap van ds Moggré deel ik niet, ik heb me ook niet bekeerd van een zondige weg.
Naar mijn overtuiging was de opzet van de werkgroep een goede zaak. We hebben iets kunnen doen voor homofiele broeders en zusters en dat was de moeite waard. Dat we uit elkaar gingen was geen reden tot gejuich en we hebben ons dan ook niet gehaast met de
berichtgeving. Een ander hoeft zich dus ook niet te haasten. Niet alles hoeft in de krant vermeld te worden.
Ik kreeg een brief van een jongeman, die een aantal malen de samenkomsten van de werkgroep meemaakte. Hij schrijft o.a.: 'Ik ben na een tijdje gestopt de vergaderingen bij te wonen. Niet omdat ik de opzet niet belangrijk vond, maar omdat ik het zo moeilijk vind zelf iets te zeggen. Ik ben op dit punt dicht geslagen.
Er wordt zo gemakkelijk over homoseksuelen en dus ook over mij geschreven.
De discussies rondom Aids zijn vaak zo weinig genuanceerd en uit ervaring kan ik schrijven, dat veel mensen alle homoseksuelen gemakkelijk 'op één hoop gooien'. Ik ben dankbaar voor de wijze, waarop ds Bouma en U mij en anderen hebben geholpen.
Er was een oprechte poging om onze situatie te verstaan en te helpen. Het was een opluchting voor me te ervaren, dat het scherpe geschut van Genesis 19 en Romeinen 1 eens niet in stelling werd gebracht en dat er gelovig en biddend werd gezocht naar een ook voor mij begaanbare weg.'
Ik wil er verder kort over zijn.
Ik ben er niet blij mee, dat dit werk moest worden beëindigd.
Gelukkig is het mogelijk gebleken iets te blijven doen voor homoseksuelen in onze kerken, zonder aan de weg te timmeren.
Aan de weg timmeren is blijkbaar niet altijd mogelijk, Niet iedereen kijkt met zachte ogen toe. Ik zeg dit zonder anderen te beschuldigen.
Ik ben de laatste tijd wat aan het lezen in het boek Wijsheid van Jezus Sirach. In hoofdstuk 5 staat o.a.: 'Wees er vlug bij om te luisteren en bedenk u lang voordat gij antwoord geeft.
Antwoord uw naast, als gij iets weet; zo niet, leg uw hand op uw mond.' Een wijze les, We hoeven niet altijd te antwoorden.
We mogen rustig toezien als een ander iets onderneemt.
Mensen luisteren en lezen mee, als we spreken en schrijven.
Homoseksuelen lezen mee, als over homoseksualiteit wordt geschreven.
Dat moet tot voorzichtigheid manen.
We kunnen mensen van ons verwijderen, onbedoeld en onbewust.
Maar mensen hebben mensen nódig.