ONDERGANG TITANIC 1912

1986-04-04
  • Jaargang 30
  • nummer 14
Het was mistig en bitter koud in de nacht van 12 april 1912, ergens op de Atlantische Oceaan bezuiden New Foundland en ten oosten van New York. De uitkijk in het kraaienest van de splinternieuwe "Titanic" meende zelfs, dat het elke minuut kouder werd. Kort voor middernacht greep de matroos Fred Fleet naar het touw van de alarmbel en luidde drie maal krachtig. Met de andere hand had hij de telefoon al te pakken en riep: "IJsberg recht vooruit op 400 meter!".

De reactie kwam binnen seconden.
De officier van de wacht commandeerde: "volle kracht achteruit" en liet meteen hard bakboord sturen. Met de snelheid van 21 knopen zou het schip in ruim 10 seconden de ijsberg frontaal raken. En dat zou nog het beste zijn geweest.
Maar door het tweede commando dreef het schip enigszins schuin af en kwam langszij de ijsberg. Als gevolg scheurde de zijkant over een lengte van honderd meter open. Meteen liepen zes van de 16 waterdichte compartimenten vol, het schip ging hevig hellen, het water stroomde over de waterdichte schotten en vulde nu ook de andere tien "veilige" afdelingen. Na twee uur en 40 minuten verdween het stalen reuzenschip onder de golven.
Het was de grootste scheepsramp in vredestijd. Van de ruim 2200 opvarenden verloren 1500 het leven - slechts 700 werden gered. De mensheid, die met zijn technologie de wereld en de bovenwereld meende te beheersen, kreeg deze harde les: gewis, daar is een God, die leeft en op deze aarde vonnis geeft.

Het was de eerste reis van de Titanic, van Southampton naar New York. Al de kennis en het kapitaal van de 19e eeuw maakten de bouw van een luxueus en onzinkbaar superschip mogelijk: 270 meter lang, met 46 duizend ton waterverplaatsing en drie klassen van grote, grotere en zeer grote luxe. "Mevrouw", zei een matroos voor het vertrek tegen een passagier, "Godzelf kan dit schip niet tot zinken brengen!" De aangesprokene echter achtte deze grootspraak een klap ih Gods gezicht; zij overleefde de ramp om het ons aan te zeggen, maar de matroos is verdronken.

Waar in het voorjaar het smeltwater van de Noordpool-gletschers de Warme Golfstroom ontmoet, ontstaat dikwijls mist, doen zich ijsvelden voor, met hier en daar ijsbergen ertussen.
Zo was het die nacht. Even tevoren had een ander schip per radio gewaarschuwd voor de ijsbarrière, waarin het verzeild raakte. Niettemin ging de dansmuziek op de Titanic door en de mensen, voorzover niet naar bed, genoten van het rijke leven, zich veilig wetend op een onzinkbaar schip. De passage had, voor enkele reis eerste klas, $ 4.350 gekost, dat zou vandaag $ 50.000 betekenen.
Daar mag je wat voor verwachten.
En toen de klap kwam, zullen velen zich terecht bekocht hebben geacht.

Zeker voelden ze zich bekocht, toen ze niet half genoeg reddingsboten aantroffen. Die waren als overbodige ornamenten meegevoerd, maar in onvoldoende aantal. Bovendien werden deze, slechts gedeeltelijk gevuld, snel weggestuurd om een ondergang in de zuiging van het zinkende schip te ontgaan.
Zelfs geholpen door ooggetuigenverslagen, kunnen we ons nauwelijks voorstellen, welke tonelen zich hebben afgespeeld.
Derdeklas passagiers werden verhinderd op het botendek te komen, daar de betere klassen voorrang hadden.
Achteraf bleek dat alle kinderen uit de eerste en tweede klasse gered zijn - maar dat van de derde klasse tweederde.
verdronk. Toch deed ook geld niet alles: de Amerikaanse millionair Astor, die niet tot het botendek werd toegelaten, wist tot de brug door te dringen maar daar viel de voorste schoorsteenpijp over heen, die niets heel liet.

Er waren trouwens meer misrekeningen gemaakt. De waterdichte compartimenten waren slechts berekend voor water, dat van beneden zou komen; maar dat het van boven kwam maakte elke voorziening waardeloos. Ook was er een schip op twee uur varens afstand; het had alle opvarenden kunnen redden, maar had helaas zijn radio tijdelijk afgezet.
Toen men weer luisterde en de noodseinen opving, zond de Titanic zijn positie verkeerd uit. Die verkeerd "berekende positie was oorzaak, dat diverse schepen naar de verkeerde plek stoomden. Slechts een boot, de Carpathia, trof onderweg naar de verkeerd opgegeven plek - de reddingsboten aan. Deze heeft de overlevenden aan wal gebracht.
Voor wie met zwemvest in het water lag, twee graden onder nul, kwam deze redding echter te laat.

De hoogmoed van de mensheid die natuurkunde, astronomie en geografie in alle details had doorvorst zonder iets van God aan te treffen, kwam vooral in de naamgeving van het superschip tot uiting: "Titanic". Men dacht in termen van de Griekse mythologie. In de met "titanisch geweld" gevoerde godenoorlogen zou de god Zeus (symbool van recht en orde) zich hebben gekeerd tegen zijn vader, die de ruwe onbeheerste natuurkrachten vertegenwoordigde.
Zo werd dit schip naar heidens voorbeeld Titanic, reuzenschip, godénschip genoemd.
Het zou alle krachten van de elementen terzijde schuiven. De ordenende mensheid kraaide victorie.

Onlangs is het wrak van de Titanic, na 73 jaar zoeken, gevonden.
De elkaar tegensprekende verslagen worden nu geverifieerd.
Het grote schip ligt, vier kilometer diep, rustig op de bodem van de oceaan. De scheur aan de rechterzijde laat zich zien en meten. De steven ligt afgebroken afzonderlijk. De voorste schoorsteen ligt nog over de brug gevel, de 22.000 foto's tonen de ankerkettingen, lieren en kaapstanders intact; een partij wijnflessen ligt voor de boeg verspreid en aan de modellen zijn Riesling, Bordeaux, Champagne en Madeira te herkennen. Een glas-in-lood deur, die eens toegang gaf tot de tweede klas rooksalon, ligt in ongerepte Jugendstilschoonheid apart in het zand. Het kraaienest is nog aan de omgevallen mast aanwezig: de beugel, waaraan de bel hing, is intact, ook het ophangstuk van de scheepstelefoon is zichtbaar.

U vraagt: hoe vindt men een scheepswrak in vier duizend meter diep water, dat is onder 400 atmosferen druk? Het verhaal staat in de decembereditie van National Geographic.
Een Frans schip werkte met een Amerikaanse boot samen.
Het eerste had een kleine duikboot, uitgerust met sonar, aan een lange kabel neergelaten.
Het andere werkte met een slede, uitgerust met videocamera's, ook aan een kabel geleid. Nadat de onderzoekers de vermoedelijke plek - even ten noorden van de plaats waar de reddingsboten waren gevonden - hadden vastgesteld, werd een gebied van 20 bij 20 kilometer haarfijn uitgekamd,
De sonar kon banen van 800 meter breed afspeuren, de video gaf doorlopend beelden, onder grote schijnwerpers opgenomen.
Na 69 dagen kwam het beeld van een der reusachtige ovendeuren op het scherm: onmiddellijk herkend van de vele foto's, in 1912 gemaakt.

Onlangs is een dame van tachtig jaar geïnterviewd. Zij had als meisje van zeven de ramp overleefd. Daarbij verloor ze haar vader, maar het was haar moeder, wie de menselijke grootspraak over een onzinkbaar schip mishaagde. De dame vertelde dat haar moeder een "waarschuwing" had gekregen, dat het schip zou ondergaan.
Daarom was haar moeder geen nacht naar bed gegaan. Toen de Titanic wegzonk zei ze: "ik heb dit schip al eerder zien ondergaan, ik zag al die gruwelen, ik hoorde al die vreselijke kreten al eerder".

Er is een overlevering, dat de scheepskapel in die laatste uren het lied "Nader mijn God tot u" zou hebben gespeeld. In kringen van het Leger des Heils leefde deze taaie mythe. Nu was de prijs van de passage hoog genoeg voor het altijd arme Leger, en het wetenschappelijk verslag vertelt hierover niets. Mogelijk is het verhaal ontstaan omdat Sigfrid Kàrg Elert een compositie aan deze ondergang heeft gewijd, waarin het lied een rol speelt. Maar toegegeven, àls het Leger des Heils aanwezig was geweest, mocht men een dergelijke geestelijke en moedige houding verwachten.

In een wetenschappelijk magazine echter kan men een intuïtieve of helderziende waarschuwing nog plaatsen - maar een geestelijke beleving van de nabije dood valt buiten de grenzen der wetenschap. Hier is geloof gevraagd in een almachtige God, in wiens hand we veilig zijn. En geloof is meer dan wetenschap, meer dan weten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief