Pastorale notities
1986-04-11
In deze notitie zijn dezelfde draadjes dooreen geweven als in de vorige. Misschien had ik me beter tot één onderwerp kunnen beperken, maar deze manier leek voor een keer wel aardig.- Jaargang 30
- nummer 15
Toen wij kwamen wonen in Waardhuizen N.B., waren er nog geen geasfalteerde wegen in die streek; ook geen klinkerpaden.
Klei en grint, dat waren de wegen. De kinderwagen was dus niet om mee te wandelen, maar om in de tuin te zetten. Als m'n vrouw naar 't zuigelingenbureau moest in Almkerk, dan was ons zoontje Moriaantje, zwart als roet, vanwege de vrachtauto's en de stofwolken.
Ook was de weg te hobbelig en vol kuilen, zodat de kinderen in de wagen misselijk werden.
Telefoon hebben we daar nooit gehad. Er waren maar twee leden der gemeente die telefoon hadden, dus waar zou dominee naar toe moeten bellen, een auto hadden we niet. Trouwens, geen enkele collega in die tijd
had er één. Dat is pas veel later gekomen, dat een dominee ook een auto had. Het vervoermiddel was de fiets. Het grint had geen scherpe kanten, zodat je toch niet vaak een lekke band had.
Alleen trilde de fietsbel steeds weer los.
Op Borneo woonden we ook aan een grintpad en ook daar hadden we geen telefoon. Er was geen electrisch licht en geen gas.
Geen waterleiding. Je stelt je er op in en dan gaat het best.
Met het zendingswerk ging het goed. Maar wij moesten het afbreken; eind 1956. Toen bleven de heer en mevrouw Moerkoert en zr. G. Draijer achter, die daar waren voor het onderwijs.
Moerkoert is in 1959 naar Soembà gereisd en daar tot predikant benoemd. Hij is in 1960 teruggekeerd naar Borneo en hij heeft de gemeente van Toebang-Raèng geïnstitueerd.
In 1961 is hij definitief naar Nederland vertrokken. De Soembanese kerken wilden wel wat doen voor die eenzame gemeente op Borneo en zij zonden daarheen ds Daniel Dida. Diens verblijf aldaar werd niet gezegend. Allerlei twisten vlam den op in de gemeente. Trieste jaren. Tenslotte riep ds Goossens Dida terug. Ik meen dat hij de gemeente "overgedragen" heeft aan de Geref. Kerk-vrijgemaakt van Drachten. Maar die kon niet veel doen.
Nu kwamen onlangs ds Arend van Essen en z'n vrouw bij ons op bezoek. Hij is regelmatig, de laatste tijd, een kijkje wezen nemen in Raèng en werkt daar dan. Zodra hij bij ons in de stoel zat, zei hij: "Het gaat goed in Raèng". Wat maakte dit me blij.
Hij zei dat al tijdens het verblijf van Dida, de ouderling Oetèn een samenbindende kracht in de gemeente was en na '79, toen Dida vertrokken was, heeft hij álles gedaan. De kerkdiensten worden gemiddeld door 200 mensen bezocht en velen bereiden zich voor op de doop.
Een kwart eeuw lang dus, heeft daar geen Nederlandse zendeling iets kunnen doen. Er was geen zendingsinstantie die een ziekenhuis runde of een landbouwprojekt.
Niets: Nu bereidt er zich wel een zendeling op voor, om daarheen te gaan, ds E. L. van 't Poort, maar het is iedereen zonneklaar, dat de Here Jezus z'n gemeente bewaart, beschermt en onderhoudt en dat Hij dit óók doet, als wij de zaken niet kunnen regelen of in de gaten houden.