Ingezonden
1985-01-04
Ontwerp-resolutie homofilie- Jaargang 29
- nummer 1
In Opbouw van 7 dec. 1984 op pag. 266 en 267 heeft u een artikel gepubliceerd van de hand van de 'heer Meulink, omtrent de ontwerp-resolutie homofilie van het CDA. .
Graag wil ik stil staan bij het volgende.Het is jammer, dat de heer Meulink, zonder nadere toelichting, vindt dat de vergelijking van Okke Jager kant noch wal raakt. Is het in de visie van de heer Meulink zo dat iemand wel homoseksuele gevoelens kan hebben, maar daarover beter doet te zwijgen.
In zijn verdere betoog stelt de heer Meulink, dat beroep op art. 1 van de grondwet merkwaardig is. De eerste reden die hij noemt is, dat de grondwet burgers tegen de overheid beschermt. Weliswaar zegt art. 1 niet specifiek iets over dienstverbanden in het algemeen, het gaat in brede zin over gelijke behandeling. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat dit wetsartikel iets wil regelen tussen burgers onderling. Kortweg geciteerd: diskriminatie is niet toegestaan, op welke grond dan ook.
De overheid dient dan wel terughoudend te zijn, maar zeker wanneer het, gaat om voorzieningen die uit de algemene middelen worden betaald, zie ik het als taak van de overheid te waken voor uitgesproken vormen van diskriminatie. Ik denk dan b.v. aan het weren van gehuwde vrouwen uit het onderwijs dat bij de wet verboden is.
Het beroep op de godsdienstvrijheid lijkt mij niet juist. Er wordt niet voor gepleit om nietgelovige mensen (hetero of homo) de christelijke school binnen te halen.Dat er veel christenen van mening zijn dat de Bijbel homoseksueel gedrag veroordeelt, is even waar als de stelling dat veel christenen van mening zijn dat de Bijbel homoseksueel gedrag niet als onoirbaar ziet. De wijze waarop de heer Meulink een aantal Bijbelteksten naast elkaar zet en daaruit konkludeert dat de Bijbel homoseksueel gedrag veroordeelt, gaat mij wel wat snel. Zouden we niet wat genuanceerder met Gods Woord om kunnen gaan? Wij, homoseksuelen worden zo weer in de christelijke gemeente tot zondaars gemaakt.
Ik ben gaarne bereid te aksepteren dat de heer Meulink op goede gronden tot zijn visie is gekomen, maar ik hoop dat hij mij ook wat ruimte wil geven. Laten we inderdaad samen nagaan wat de Schrift ons leert: 'te doen wat recht is, de trouw eerbiedigen en ons moedig gedragen tegenover de HEER onze God'.
Graag wil ik puntsgewijs een kort kommentaar geven op het ingezonden artikel van de heer Borgdorff. Het was mij ook uit andere reacties al gebleken, dat mijn verhaal niet door iedereen begrepen werd.
1. Het ging mij primair om de vrijheid van de burgers en tegen de betuttelingstendenz van het CDA. Niemand, en dat geldt ook voor de homofielen, is bij een betuttelend overheidsoptreden gebaat.
2. De vergelijking, die Okke Jager trok tussen negers en homofielen was onjuist. Een neger kan zijn huidskleur niet veranderen. Een homofiel heeft daarentegen wel de keus om al dan niet homosexuele omgang te plegen. Daarbij erken ik, dat het afwijzen van deze omgang wel erg moeilijk zal zijn.
3. Grondrechten gelden in beginsel tegenover de overheid. Het gaat bij grondrechten nl. over rechten en vrijheden, die de burger toekomenen die de overheid moet eerbiedigen. Ze zijn dan ook niet geëigend om zo maar op andere verhoudingen dan die tussen overheid en enkeling te worden toegepast. Grondrechten dienen we te aanvaarden in hun beperkte, maar juist daardoor fundamentele plaats, het zijn van waarborg tegen overheidsinmenging.
4. Beroep op godsdienstvrijheid is hier terdege op zijn plaats. Immers de CDA-motie beoogt burgers, die menen op grond van Gods Woord bepaalde mensen niet tot bepaalde functies te mogen toelaten, te dwingen dit toch te doen. Men verhindert daarmee mensen hun geloof te beleven.
5. Inderdaad denken christenen nogal verschillend over sexueel gedrag. Is het niet goed elkaar daarin te respecteren, tenzij hun beroep op de Bijbel, niet serieus genomen kan worden.
6. Inderdaad heb ik een aantal teksten die over homosexualiteit handelen maar kort aangestipt. In het kader van mijn verhaal was het ook niet nodig daar nu breed op in te gaan.
7. Wanneer de Bijbel homosexuele praktijk inderdaad veroordeelt, en dat is mijn opvatting, is dat gedrag toch zonde. Daarmee zet ik homofielen niet in een bepaalde hoek van zondaars.Heterofielen handelen op sexueel gebied ook vaak in strijd met wat God vraagt. Wat het zondaar zijn betreft, staan we echt allen naast elkaar. Er is geen sprake van dat we ons boven anderen mogen verheffen,
8. Van mijn kant ben ik graag bereid met anderen na te gaan, of mijn visie wel de juiste is. Daar komt nog bij, dat ik ook niet precies weet hoe we ons nu met onze verschillende visies in de praktijk van het leven moeten opstellen. Vandaar mijn oproep aan het eind om samen biddend na te gaan wat de Schrift leert.
J. Meulink
Christen-zijn en samenleving
Over dit thema organiseren het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte, Tear Fund, Reveil (opinieblad), IFES-Nederland en het Christelijk Studiecentrum een 8-tal studie avonden in resp. Leiden, Amersfoort en Zwolle/ Kampen. Onderwerpen als arm/rijk, oorlog en vrede, rentmeesterschap e.d. komen uitvoerig aan de orde. De Bijbel staat centraal in ons denken hierover.
De avonden vallen in de maanden februari tot en met april.
Bel of schrijf voor inlichtingen: Christelijk Studiecentrum, Nieuwezijds Voorburgwal 96-1, 1012 SG Amsterdam, tel. 020-257141 (elke dag).