Boeketje trouwpreken (3)
1986-04-18
Je zou zeggen, dat God wel wát anders aan zijn hoofd heeft! Zijn handen houden van dag tot dag het hele heelal, met sterren en planeten, in stand. Mogen wij dan al niet blij zijn, als wij, kleine mensenkinderen, daar inclusief bij inbegrepen zijn? Maar neen, èxclusief draagt Hij ons, ieder van ons, heel persoonlijk, en in heel bizondere attentie en trouw. We hebben het daar echt niet naar gemaakt, zulke lieverdjes zijn we voor God nu ook weer niet. Zou het zo'n wonder zijn, als Hij tegen ons zei: zoek het nu verder zelf maar uit, ik trek mijn handen van je af? Het is veeleer zo'n groot wonder, dat Hij dat niet zegt en niet doet!- Jaargang 30
- nummer 16
Dag aan dag blijft Hij ons dragen. En Hij slaat geen dag over. Niet alleen de dagen dat wij het moeilijk hebben en Hem voor ons besef erg nodig hebben. Maar ook de dagen dat wij denken het zèlf wel te redden. Alle dagen. Geen dag niet.
We lazen zoëven een stukje uit Exodus, uit de geschiedenis van de verbondssluiting bij de Sinaï, 19: 1-6. Daar gebruikt de HERE dat mooie beeld van de adelaar, die zijn jongen leert vliegen en ze daarvoor het nest uitwipt, ze. moeten zelf leren hun vleugels te gebruiken, maar hij houdt ze wel in de gaten! Als ze moe worden en dreigen neer te storten, schiet hij onder hen en vangt ze op zijn brede vleugels op en zo draagt hij ze weer terug naar hèt veilig nest. Zo deed de HERE met zijn volk Israël en zo doet Hij nog met ons. Op je trouwdag gaan je ouders je loslaten, al blijven hun gebeden om je heen fladderen, - maar God vangt je op als je wankelt en draagt je als je valt.
Blijft Hij dat doen? Eeuwen later is de situatie voor Israël zó dat je denkt: nu heeft Hij ie toch laten vallen, - als ze hun land uitgejaagd zijn, naar Babel toe! Dan denk je: nu is 't afgelopen. Maar dan tóch weer, - God kan het eenvoudig niet laten! - dan tóch weer laat Hij Jesaja zeggen: "Ik heb jullie gedragen tot nu toe, en Ik zal jullie blijven dragen en redden uit Babel" (Jes. 46 : 3, 4).
En dan maakt Hij deze prachtige tegenstelling: jullie zien in Babel dagelijks, hoe de heidenen met hun goden omspringen, ze maken er een beeld van en dragen dat in processies door de stad op hun schouders. Maar jullie hebben een àndere God: jullie dragen Mij niet, maar Ik neem jullie op mijn schouders, zoals een vader zijn dreumes doet.
Maar dan komt de dag dat je geen dreumes meer bent en op je eigen benen wil staan en gaan en je te groot voelt om gedragen te worden. Maar je Vader in de hemel laat je niet los, al geeft Hij je tegelijk de speelruimte om zelfstandig. te zijn. Hij houdt niet op ons te dragen, - mèt wat Hij ons aan verantwoordelijkheid geeft. Hij legt ons geen- last op zonder kracht erbij !
Er wordt jullie vandaag veel goeds gewenst. Weinigen zeggen daarbij: veel heil en zegen, ook al bedoelen ze dat wel.
Onze tekst gaat nog verder: God gééft geen heil, - Hij is ons Heil! Het gaat maar niet om wat Hij voor ons hééft en ons gééft, maar om wat Hij voor ons is. Hij geeft zichzèlf mee in zijn gaven, in zijn beloften, zoals Hijzichzèlf ons gegeven heeft in zijn enige geliefde Zoon. Hij is ons Heil! Niet om onze EHBO. Of onze laatste hulp bij ongelukken. Hij is ons Heil. Hij heelt wat wij breken.
Hij balsemt de wonden, die we soms ook elkaar toebrengen.
- Hij heelt alle smarten, die ongetwijfeld ook in je huwelijksleven voor gaan komen. Hij houdt je bij elkaar en brengt je weer bij elkaar.
Zullen we dan niet eindigen met het begin van onze tekst: "Geprezen zij de HERE"?
Bij de aankondiging van jullie huwelijk is het zo mooi gezegd: "dat jullie je huwelijk willen beginnen in Gods Naam en tot Zijn lof willen volbrengen."
Tot, Gods lof! Geprezen zij de Heer!
Het is mooi ais je aan elkaar veel te lieven en te loven hebt, maar aan God blijft altijd nog veel meer te lieven en te loven!
-Alle dagen, die Hij je draagt.
Hier en daar bestaat nog de mooie gewoonte, dat als een kersvers echtpaar voor het eerst de eigen woning betreedt, hij haar in de armen neemt en over de drempel heen binnen draagt. Moge het bij die ene keer niet blijven! Ik hoop dat jullie elkaar alle dagen op de handen draagt.
Maar sámen hebben jullie die ENE nodig, die jullie beiden op zijn handen draagt,over vele en hoge drempels heen.
God zij geprezen met ontzag, Hij draagt ons leven, dag aan dag, Zijn Naam is onze vrede.
(Ps. 68: 7, n.b.)