Persschouw

1986-04-18
  • Jaargang 30
  • nummer 16
In een serie van ettelijke artikelen houdt ds C. G. Geluk (Herv. gereformeerde Bond) zich met bovengestelde vraag bezig in het bekende blad: "De Waarheidsvriend".
In het zesde artikel schrijft hij' onder punt 4: Door als ouderen positief in de kerk te staan: '"Er zat eens een predikant in de trein. Tijdens een "stop" kwam een man tegenover hem zitten, die in kennelijke staat van dronkenschap was. Een halflege fles stak uit zijn rechterjaszak. Kort nadat de trein zich weer in beweging gezet had, pakte hij de fles en nam een flinke slok. Het zag ernaar uit, dat hij van plan was dit ritueel te herhalen totdat de fles leeg zou zijn. Bij de tweede slok kreeg hij zijn overbuurman in het oog.
"Wilt u soms ook een slok?"
vroeg hij terwijl hij hem de fles reikte, "Nee; dank u, ik drink niet," antwoordde de predikant.
Dit herhaalde zich enkele keren.
"Wilt u ook een slok?"
"Nee; dank u, ik drink niet."
En iedere keer bracht de man zèlf de fles weer naar de mond ...
Toen hij weer een keer een slok wilde nemen nadat hij inmiddels de gebruikelijke vraag gesteld en het gebruikelijke antwoord gehoord had, liet hij opeens zijn arm zakken. Hij keek zijn medereiziger een poosje zwijgend aan en zei toen: "U zult van mij wel denken: wat is dat een beest!"
"Integendeel," antwoordde de predikant, "Ik zit juist te denken: wat is die man gul!"
Hierdoor ontstond een gesprek, dat de Heilige Geest gebruikte om deze drinkgrage vriend een nieuw leven te schenken.

Ik vind dit een treffend voorbeeld.
De Geest gaat zijn eigen weg en laat die Zich door niemand voorschrijven. Als wij er maar op bedacht zijn van de gelegenheid gebruik te maken in een vraag- en antwoordspel op de opmerkingen van onze gesprekspartner in te haken.
Gaan we zó van huis? Is dàt onze bede elke dag als het levensprogramma voor ons ligt: "Here, geef mij in elke situatie het inzicht en de moed om van U te getuigen"? Vragen wij aan de almachtige God: "HÈRE, leg mij de woorden in de mond, help mij toch om te tonen, dat ik een kind van U ben, dat leeft van Uw liefde"? Of zijn we zo druk met andere dingen, dat dit er steeds bij inschiet? Zijn we minder bedacht op de kansen en meer beducht voor de konfrontàtie? We mogen ons althans in geen enkel opzicht verliezen in negativisme.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief