Hoe doet onze dominee het?

2011-05-27
  • Jaargang 55
  • nummer 11
De Commissie Toekomstig Predikantsprofiel adviseert een jaarlijks evaluatiegesprek met de predikant over diens professionele functioneren. Als lid van die Commissie moest ik het goede voorbeeld geven, vond ik. Vandaar dat ik mijn kerkenraad eerder dit jaar voorstelde om de manier waarop ik mijn werk doe in de Tehuisgemeente in Groningen en de inhoud daarvan onder de loep te nemen.

Dat is best een spannende exercitie voor een predikant. Je stelt jezelf bloot aan het ‘oordeel’ van de goegemeente.
Je bent even heel kwetsbaar.
Maar het moet, als je tenminste wilt groeien in de professionele uitoefening van je roeping.

Hoe?
In het gewone leven voert een werknemer evaluatie- en functioneringsgesprekken met de baas. Maar de predikant is geen werknemer van de kerk of van de kerkenraad. Hij (of zij) heeft maar één baas en dat is de HEER, zijn zender. Bovendien is de dominee lid van de kerkenraad en het zou vreemd zijn als die één van zijn leden, met wie op voet van gelijkheid wordt samengewerkt, zou gaan beoordelen. Zo dus niet. Maar hoe dan wel?

Gelijkwaardig
De Commissie Toekomstig Predikantsprofiel pleit voor een evaluatiegesprek tussen predikant en kerkenraad ‘op basis van gelijkwaardigheid’, liefst in bijzijn van een onafhankelijke deskundige. Dat laatste is harder nodig naarmate de spanningen binnen de kerkenraad rond een evaluatie groter zijn.
Die gelijkwaardigheid was bij de aanpak van de evaluatie van mijn werk uitgangspunt. Om dat te waarborgen werd aan twee broeders uit de Tehuisgemeente gevraagd de evaluatie voor te bereiden en ook uit te voeren, in goed overleg met kerkenraad. Als lid van de kerkenraad kon ik als predikant zelf ook mee-overleggen over vorm en inhoud van de evaluatie.
Dat laatste is nodig om de predikant te behoeden voor een ‘zonder-mijover-
mij’ gevoel.

Veilig
Naast behoud van gelijkwaardigheid tussen kerkenraad en predikant, moet zo’n evaluatie ook veilig zijn voor de predikant. Als een predikant heel slecht functioneert, is natuurlijk geen evaluatiegesprek nodig om daarachter te komen. Er zijn dan toch wel signalen uit de gemeente, dat het niet goed gaat. Dan is het zaak, dat de kerkenraad dat goed oppakt.
Een enquête houden is dan wel het laatste wat gedaan moet worden.
Een evaluatie heeft dus alleen zin als het zo op het eerste gezicht allemaal wel loopt met het werk van de predikant.
Want wat goed is, kan vaak beter, soms veel beter. Gemeenteleden geven die dingen niet zo makkelijk spontaan aan de dominee terug.
Je hoort toch vaak sneller wat men positief vindt. Door gericht te evalueren kom je ook achter de verbeterpunten.
Je krijgt als het goed is een spiegel voorgehouden, waarin je ziet wat goed gaat, maar ook wat beter kan.
De veiligheid voor de dominee wordt zeer bevorderd als er zo weinig mogelijk anonimiteit is in het hele evaluatieproces.
Transparantie en duidelijkheid is geboden!

Input
Voor een zinnig evaluatiegesprek is informatie nodig over het functioneren van de predikant. Die input moet komen van mensen die de predikant op de een of andere manier in zijn werk meemaken. Gemeenteleden dus, en uiteraard ook de kerkenraad en niet in de laatste plaats de predikant zelf.
Om informatie uit de gemeente te krijgen werd een enquête uitgezet onder alle gemeenteleden van 16 jaar en ouder. De enquête was nadrukkelijk niet anoniem. Anonimiteit vergroot de ruimte om ongenuanceerde afbrekende kritiek te uiten, waar bovendien niet op terug gekomen kan worden, want de afzender is niet bekend.
Daarom werd vooraf aan de gemeente meegedeeld dat anoniem ingevulde enquêtes terzijde gelegd zouden worden.

Een niet-anonieme enquête zou echter als nadeel kunnen hebben, dat gemeenteleden niet durven opschrijven wat ze echt vinden. Om daaraan tegemoet te komen is besloten dat alleen de beide broeders die de enquête voorbereidden en uitvoerden de ingevulde enquêtes onder ogen zouden krijgen. Een geanonimiseerde versie van de resultaten zou ter beschikking zijn van kerkenraad en predikant. En alle ingevulde enquêtes zouden na afloop van de evaluatie vernietigd worden, ook de digitaal ingeleverde formulieren.

Gemeente
De enquête onder de gemeenteleden bestond uit een aantal stellingen rond de taken van de predikant: de vieringen (liturgie, preken, etc.); het pastoraat en vorming en toerusting (catechese, leerhuis etc.), leidinggeven, diaconaat en de omgang met verschillende leeftijdsgroepen.
Om een indruk te geven een paar voorbeelden van stellingen: Bij ‘vieringen’: De vorm van de dienst (liturgie, keuze van liederen) spreekt mij aan.
Onder ‘toerusting’: Ik voel bij het leerhuis de ruimte om vragen te stellen.
En bij ‘pastoraat’: Ik ervaar geen drempel om de predikant om pastorale bijstand te vragen.
Bij elke stelling werd gevraagd de mening daarover om te zetten in een cijfer tussen één en vijf (‘helemaal mee eens’ – ‘helemaal mee oneens’) Bij elke stelling was ook ruimte voor een persoonlijke toelichting. Vrijwel alle 85 (!) respondenten hebben daarvan royaal gebruik gemaakt. Dat zorgde ervoor dat de opbrengst van de enquête veel meer was dan alleen een kille opsomming van gemiddelde scores. Opbouwende kritiek, milde observaties van de eigenaardigheden van de dominee, maar zeker ook waardering en dat alles meestal op een liefdevolle manier onder woorden gebracht.

Kerkenraad
Deze enquête, aangevuld met enkele specifieke vragen werd ook onder de kerkenraadsleden gehouden. Daarnaast voerden beide genoemde broeders gesprekken met de voorzitter en een lid van de kerkenraad. De predikant was daar niet bij. In het gesprek met de kerkenraad werden de stellingen uit de enquêtes besproken vanuit het perspectief van de kerkenraad.

Predikant
Ook met mij als predikant voerden de beide broeders een gesprek. En ook daarin kwamen de stellingen uit de enquête voorbij en kon ik mijn eigen ervaringen met de verschillende onderdelen van het predikantswerk kwijt. Dat is vooral nuttig om te kunnen zien of de waarneming van de predikant in de pas loopt met die van kerkenraad en gemeente. Als de predikant vindt dat het bijvoorbeeld met zijn pastoraat prima gaat, maar uit gemeente en kerkenraad komen duidelijk andere geluiden, dan is daar iets loos.

Verwerking
Enquête en gesprekken werden door begeleidende broeders verwerkt in een rapportje aan de kerkenraad. Dat werd eerst besproken door deze broeders met de voorzitter van de kerkenraad en mij. In dat gesprek werd ook vastgesteld welke verbeterpunten er zijn als het gaat om de manier waarop ik mijn werk doe. Als extraatje leverde de enquête ook waardevolle informatie op over het reilen en zeilen van de gemeente los van het functioneren van de predikant. Bijvoorbeeld uit de reacties onder ‘liturgie’ bleek dat sommige gemeenteleden dachten dat de predikant op z’n eigen houtje bepaalde wat er wel en wat er niet wordt gezongen in de diensten en dat je dus bij hem moest zijn als zijn keuze je niet bevalt. Maar over de lied- en muziekkeuze heeft de kerkenraad zich ooit uitgesproken. Ook over de kwaliteit van het pastoraat in het algemeen lieten sommige gemeenteleden zich uit, als ze bijvoorbeeld vonden dat ze te weinig huisbezoek ontvangen.

Daarna kwam het rapport op de agenda van de kerkenraad, die de verbeterpunten vaststelde voor mijn functioneren en daar actiepunten van maakte. Bovendien werd besloten op een aantal punten nog eens met de gemeente te communiceren welke afspraken er liggen over wat de dominee van de Tehuisgemeente wel en niet doet.
Ten slotte werd het rapport en de reactie van de kerkenraad daarop aan de leden van de gemeente toegezonden.
Terugkijkend ben ik bijzonder blij met de manier waarop in de Tehuisgemeente mijn functioneren als predikant is aangepakt. Ik heb me geen moment onveilig of zelfs maar ongemakkelijk gevoeld in het proces, ondanks dat er echt wel verbeterpunten uit de evaluatie naar voren kwamen.
Welke dat waren, ga ik hier niet aan de grote Opbouw-klok hangen. Overigens overheerste de dankbaarheid.
Goddank!

Ds. Paul Kurpershoek is predikant van de NGK Groningen en maakt deel uit van de commissie predikantsprofiel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief