De kleine oecumene
2011-05-27
Meestal horen wij positieve geluiden over ‘de kleine oecumene’, de samenwerking van GKV, CGK en NGK.- Jaargang 55
- nummer 11
Maar niet heel kerkelijk Nederland is er enthousiast over. Zo verscheen op 14 april in De Saambinder, het blad van de Gereformeerde Gemeenten, een kritisch artikel van de hand van C.S.L. Janse, oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.
De Gereformeerde Gemeenten hebben veel affiniteit met de rechtervleugel van de Christelijke Gereformeerde Kerken (gegroepeerd rond Bewaar het Pand). Dat bepaalt ook de stellingname ten aanzien van ‘de kleine oecumene’:
In de kring van Bewaar het Pand is er geen sprake van kanselruil of samenwerkingsgemeenten.
De bezwaren die men daar terecht heeft tegen allerlei ontwikkelingen in het eigen kerkverband inzake prediking en liturgie, gelden nog in sterkere mate de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Men beseft heel goed dat een eventueel samengaan van de drie kerken de situatie alleen nog maar erger maakt.
In de prediking in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en bij de Nederlands gereformeerden mist men het bevindelijke en onderscheidende element.
Een kleine tien jaar geleden analyseerden een aantal christelijke gereformeerde predikanten een jaargang uit de vrijgemaakte prekenserie “Waarheid en Recht”. Zij moesten tot de conclusie komen dat in deze preken de toe-eigening van het heil nog minder functioneerde dan zij al gevreesd hadden. () Over de Nederlands Gereformeerde Kerken zou hetzelfde op te merken zijn.
De verhouding tot dat kerkverband wordt bovendien bemoeilijkt doordat men daar inmiddels vrouwelijke ambtsdragers kent; niet alleen ouderlingen en diakenen maar sinds kort ook vrouwelijke predikanten. () En om een ander punt te noemen, in Nederlands gereformeerde kring houden velen er moderne opvattingen op na over homoseksuele relaties.
Dat zijn inderdaad wezenlijke zaken.
Zaken die een kerkelijke toenadering en zeker een kerkelijke eenwording blokkeren.
Het grote probleem voor de bezwaarden in de rechtervleugel van de Christelijke Gereformeerde Kerken is echter dat deze bedenkelijke verschijnselen en ontwikkelingen zich ook in eigen kerkverband voordoen.
Het geestelijk klimaat in tal van christelijke gereformeerde kerken (met name in het noorden) verschilt niet veel van dat bij de vrijgemaakten of de Nederlands gereformeerden. Verschillende christelijke gereformeerde predikanten en kerkenraden hebben geen bezwaar tegen de vrouw in het ambt. De christelijke gereformeerde predikant dr. B.
Loonstra, die al eerder in opspraak kwam vanwege zijn opvattingen over het Schriftgezag, publiceerde in 2005 een boek waarin hij ‘homoseksuele relaties in liefde en trouw’ goedkeurde. Weliswaar nam hij onder druk van zijn kerkverband het boek uit de handel, maar daarmee kwam hij niet terug op zijn standpunt.
De Christelijke Gereformeerde Kerken kunnen zich er op beroemen dat zij, anders dan de Gereformeerde Kerken of de Gereformeerde Gemeenten, nooit een kerkscheuring hebben gekend. () Daarvoor hebben de christelijke gereformeerden echter wel een forse prijs moeten betalen. Namelijk een steeds meer uit elkaar groeien van de flanken. Wat de ene predikant hartelijk aanprijst, daar is de ander faliekant op tegen. Dat proces gaat gepaard met een toenemende onderlinge vervreemding. De liefde tot het eigen kerkverband en de betrokkenheid bij bovengemeentelijke zaken wordt op die manier wel erg op de proef gesteld. Bij gewone gemeenteleden, maar ook bij ambtsdragers. Dat is een pijnlijke zaak. () In de Christelijke Gereformeerde Kerken is de onderlinge vervreemding sinds jaar en dag een groot probleem. En dat wordt er helaas niet minder op. Er zijn inmiddels twee jeugdorganisaties: de CGJO voor de linkervleugel en de LCJ voor de rechtervleugel. In de erediensten worden tegenwoordig niet minder dan vier verschillende bijbelvertalingen gebruikt: de oude statenvertaling, de HSV, de Nieuwe Vertaling van 1951 en de Nieuwe Bijbelvertaling. Men kan kiezen uit verschillende liturgische formulieren.
Omdat mensen tegen de gang van zaken in de christelijke gereformeerde kerk in hun woonplaats soms grote bezwaren hebben, sluiten ze zich noodgedwongen aan bij een andere gemeente van hun kerkverband. () Geen wonder dat de tegenstellingen binnen het kerkverband soms hoog oplopen.
Dat er bittere verwijten gemaakt worden, zoals recent inzake de geringe voortgang van de kleine oecumene. Kerkelijke toenadering en kerkelijke eenheid staan tegenwoordig hoog genoteerd. Kerkmuren hebben voor velen geen betekenis meer. Het aantal christelijke gereformeerde kerken met een meer of minder vergaande vorm van samenwerking met de vrijgemaakten of de Nederlands gereformeerden neemt geleidelijk aan toe.
Het is dan ook voor de predikanten in de rechterflank van de Christelijke Gereformeerde Kerken geen gemakkelijke opgave om hun bezwaren daartegen kenbaar te maken en daar instemming voor te vinden. Maar terecht vinden zij dat hier wezenlijke zaken in het geding zijn. Zaken van geloof en bekering, van eeuwig wel of eeuwig wee, zijn immers onopgeefbaar.
Ook al staan wij als Gereformeerde Gemeenten buiten deze ‘kleine oecumene’, we kunnen wel met hen meeleven en meebidden. En met hen beducht zijn voor een oppervlakkig gereformeerdendom, dat innerlijk vreemd is aan de gereformeerde belijdenis.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.