Liefdevol prediker in een ontredderde tijd

2008-03-14
  • Jaargang 52
  • nummer 6
Dit jaar is het 100 geleden dat Helmut Thielicke werd geboren. Op 25-jarige leeftijd overleefde hij een verlammingsziekte waaraan hij volgens de artsen had moeten sterven.
Als theoloog verzette hij zich tegen het Hitler-regime en werd op een zijspoor gezet. Na de oorlog bereikte hij met zijn preken en boeken een groot publiek. Allereerst het getraumatiseerde Duitse volk dat opnieuw zijn weg moest vinden en daarna vele anderen.


De naam Helmut Thielicke kende ik van een enkele verwijzing door predikanten van een generatie boven mij.
Wat me trof was zijn bijzondere aandacht voor de mens in zijn diepste vragen en twijfels. Toen ik anderen in crisisomstandigheden naar zijn boeken verwees en hen enthousiast zag worden, raakte ik nog meer overtuigd van zijn
betekenis. Een collega verweet me half dat ik hem niet eerder op Thielicke gewezen had…

Liefdevolle aandacht
Het werk van Thielicke is gestempeld door de oorlogsperiode. In de ontreddering en de geestelijke verwarring van het na-oorlogse Duitsland maakt Thielicke de liefde van God tot het grote thema. God kan zijn betrokkenheid op ons mensen ook in zijn zwijgen laten zien (in 'Het zwijgen Gods'). Het zwijgen van God is geen onverschillig zwijgen.
Ik vermoed dat zijn populariteit destijds met dit thema te maken heeft. Want in tijden van lijden en ontreddering zoek je als mens naar een teken van God en zijn aandacht.
Thielicke leert mensen die tekenen tegen de schijn van hun leven in te gaan zien en te verstaan.
Typerend voor Thielicke is de inzet van zijn preken over de Bergrede.
Hij zoomt eerst in op de mensen die Jezus voor zich zag en wat Hij in hun ogen las. Dan schrijft hij: 'Het was een mengeling van hoop en vrees, van angst en heimelijke verwachting. Daar was allereerst het leger van ellendigen, van met schuld beladenen, vereenzaamden, ongeneeslijk zieken, bezorgden en van hen die door levensangst werden voortgedreven' ('Het leven kan opnieuw beginnen. Het appèl van de Bergrede').

Documentaire
Het zou kunnen dat dit alles als een soort Geert Mak 'In Europa'-documentaire aan de Opbouw-lezer voorbijtrekt!
Want leven wij niet in een heel andere tijd dan de Tweede Wereldoorlog en de jaren vijftig waarin Thielicke zijn preken hield?
Goed, de waarom-vraag is van alle tijden, maar ons leven van alledag wordt niet door een gruwelijke oorlog en zijn nasleep bepaald.
Nu geeft Thielicke zelf een antwoord op die vraag. Want in zijn wetenschappelijke werk gaat hij uit van het principe: de grenssituatie en niet de normale situatie stelt je voor de werkelijke vragen van het leven. In grenssituaties (zoals ernstig lijden, verbijstering, sterven) blijkt wie je bent als mens. Dat principe leert je vervolgens: wat waar en betrouwbaar is in grenssituaties is ook waar en betrouwbaar in het alledaagse leven. De manier waarop God zich in zulke situaties laat zien doorstraalt je hele leven. Dat uitgangspunt is wellicht één van de redenen dat je je in zijn boeken vaak zo herkend voelt.

Een professor wordt verkondiger
Net als Bonhoeffer verzette Thielicke zich tegen het nazisme. Als actief lid van de Bekennende Kirche werd hij uit zijn functie aan de universiteit van Heidelberg gezet. Noodgedwongen werd hij - wetenschappelijk theoloog - predikant. Er bleef niets anders over dan te preken en daarin vond hij onverwacht zichzelf in zijn roeping.
Hij merkte dat mensen door het Woord geraakt werden, troost kregen in de verschrikkingen van de oorlog en dat verdwaalde mensen nieuw houvast kregen. Zijn natuurlijke stijl trok publiek. Na de oorlog bereikte hij in Hamburg duizenden mensen.
Thielicke ontdekte de vruchten van zijn noodgedwongen weg van de katheder naar de kansel (tevens de naam van zijn autobiografie). Hij ontdekte dat je niet eerst theologisch alles op een rijtje hoeft te hebben om te kunnen verkondigen. Het is eerder andersom: de theologie volgt uit het geloof en de verkondiging. Dit betekent concreet voor Thielicke dat hij geen algemene en theoretische waarheden verkondigt, maar zich liefdevol richt op de mens in zijn concrete situatie.
Dat hij dichtbij zichzelf blijft, om het modern te zeggen.
Toen hij door de nazi's op een zijspoor was gezet en ging preken, richtte hij zich op de mensen die Jezus aanspreekt in de bergrede: gewone mensen die zich verloren voelen, twijfelaars, bange mensen, zieken, eenzamen.
Friedrich Langsam die een studie schreef over de preekvisie en de prediking van Thielicke zegt: 'Dit is het centrum van Thielickes werk en inspanningen. Hier klopt zijn hart'.
Typerend voor de stijl van Thielicke is het gebruik van het woord 'ik' ('Omdat Jezus mijn verdediger is hoef ik mij zelf niet meer te verdedigen').
Dat gaat verder dan een stijlvorm: het laat zien dat de prediker in zijn boodschap 'woont' (zoals hij het zelf formuleert).
Door zijn ziekenhuisperiode wist hij wat het is om ernstige pijn te lijden en door zijn betrokkenheid bij zijn studenten en bij soldaten kende hij de wanhoop en de angst van binnenuit.
Ik denk dat Thielicke er door zijn preekvisie in slaagt deze ervaring vruchtbaar te maken voor zijn preken.

Wereldvreemd
Na de oorlog was Thielicke diep geraakt toen hij merkte dat veel predikanten gewoon verder gingen waar ze in 1939 gebleven waren. Dat waren predikanten die uit het veilige kerkelijke wereldje waren gehaald en in oorlogsdienst of gevangenschap gezeten hadden. Ze waren bij uitstek geconfronteerd met grenssituaties van het mens-zijn.
Maar toen ze de kansel weer opgingen was daar in hun preken weinig tot niets van te merken. Thielicke vond dat schrikwekkend en hij schreef 'Lijden aan de kerk.
Een persoonlijk woord'. In dat boek keert hij zich tegen prediking die 'wereldvreemd' is en die niet aansluit bij het dagelijkse leven.
In feite gaat deze discussie niet alleen over de verkondiging van het evangelie, maar over het evangelie zelf en zijn relevantie. Wat is het evangelie waard in de moderne tijd en in de samenleving van de 20e eeuw (en de 21e eeuw voeg ik eraan toe)?
Thielicke zegt dat we als christenen volledig aangeraakt moeten worden door de vernieuwende adem van de Geest. Niet alleen op geloofsgebied, maar op alle gebieden van ons leven.
'Om het met een beeld te zeggen: het hart kan slaan voor God; het kan ook gegrepen zijn door zijn genade en in alle opzichten een vroom hart zijn, maar het heeft het bloed nog niet tot in de verste delen van het lichaam gepompt. Er zijn nog veel verkleumde lichaamsdelen, die de vernieuwende bloedsomloop niet bereikt heeft. Dat bijvoorbeeld mijn geslachtsleven of mijn zakenleven óók iets met God te maken heeft (…) dat is eenvoudig nog niet tot me doorgedrongen'.

Geloofwaardigheid
Thielicke komt op voor de geloofwaardigheid van het evangelie. Je moet erin 'wonen', want je hele leven speelt zich af voor Gods aangezicht.
Het betekent daarom ook dat je niet in het luchtledige moet spreken. Met een voorbeeld uit zijn tijd: als je tijdens een nazi-bijeenkomst 'Christus is de Messias' zegt, zal dat hoogstens verwondering opwekken. Maar als je het volgende zegt: 'Christus is de enige Heer en Leider en zonder Hem moesten Hitler en alle apostelen van dit valse geloof ter helle varen', dan heb je niet een begrip vertolkt dat in de leegte verwaait, maar dan is het levende verkondiging geworden! Met alle gevolgen van dien.
Dit voorbeeld van Thielicke brengt me bij het slot en dat is een vraag: wie durft in onze tijd zo voor de geloofwaardigheid van het evangelie op te komen en ook - als God het van je vraagt - voor Christus te lijden? Wie heeft in onze tijd de moed en het geloof om zijn woorden niet in de leegte te laten verwaaien?

Drs. Laurens van Baardewijk is lid van de redactie van Opbouw en predikant in de NGK van Loosdrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief