Het Liedboek
1985-08-16
Lied 314- Jaargang 29
- nummer 31
Het is duidelijk dat dit Lied inhoudelijk vooral teruggaat op de brief aan de Efeziërs: voor strofe 1 Ef. 2 : 14 v.; strofe 2 Ef. 4 : 15 v.; strofe 3 Ef. 2: 17 V.; en voor strofe 4 Ef. 1: 22" (Comp. p. 732). De in 1865 verschenen vertaling betekende reeds een verbetering van het oorspronkelijke Duitse lied, terwijl de thans in het Liedboek opgenomen tekst opnieuw een belangrijke verbetering inhoudt. Een vergelijking van strofe 2 moge als illustratie dienen.
Tekst 1865:
Daar trekken ze uit in alle landen,
Apostelen met een heilige last.
Zij vrezen foltring, strijd noch banden
En houden zich aan Jezus vast.
Op 't bloed der martlaars rust de kerk
En in haar grondslag wordt zij sterk.
Tekst Liedboek:
"Gezanten gaan door alle landen, een heilge opdracht drijft hen voort, zij vrezen strijd noch smaad, noch banden, zij houden vast aan Jezus' woord.
Het martlaarsbloed is 't zaad der kerk, de wasdom is des Heren werk."
De melodie is dezelfde als van Lied 297.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 315
Dit Lied is gebaseerd op het verhaal van het dochtertje van Jaïrus (Matth. 9 : 18~26). "Het is een eenvoudig versje, waarover verder niet veel te zeggen valt. Alleen misschien dit: In dit lied wordt het dochtertje van Jaïrus een zinnebeeld voor heel de kerk". (Comp. p. 732).
Maar deze. toepassing lijkt ons niet juist. Het lied vormt wel een grote tegenstelling met het voorgaande dat wijst op een "actieve kerk". Hier gaat het echter om een sterk "passieve kerk": “het wacht om op te staan" (strofe 1) "voordat zij slaapt voor goed" (strofe 2), "zij slaapt ten dode toe" (strofe 4). Als kerklied is het o.i. daarmee af te wijzen.
De melodie, bedoeld om de “even eenvoudige als indrukwekkende tekst eens te meer tot spreken te brengen", is wel zingbaar, maar van weinig belang.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 316
In tegenstelling met het voorgaande ademt dit Lied een belangrijk beter en schriftuurlijker geluid t.a.v. de kerk. Het gaat hier om een gebed waarin gevraagd wordt om een open oor en een ontsloten hart voor Gods Woord, een goed inzicht en een volhardend bezig zijn in de dingen van Gods Rijk. Een activiteit aansluitend bij die van Lied 314.
De melodie heeft haar meest oorspronkelijke vorm, stammend uit het laatst van de 16e eeuw weer terug gekregen, hetgeen een aanwinst betekent.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 317
"De bijbelgedeelten die in dit Lied doorklinken zijn Openb. 19, 1 : 4-8, Colossenzen 1 : 12-29; Efeziërs 2: 20-22. Jammer dat de tekst enigszins verouderd is: "rijze, prijze, wien 't heelal eens eren zal" (strofe 1); 't groot heelal" (strofe 2). Een vernieuwing van het Lied, ook wat de stijl betreft, zou wel gewenst zijn. De melodie betekent een verrijking van de gemeentezang. Ze is ook te vinden bij Lied 426 en 451. Tekst 2; melodie: 3.
Lied 318
Ter gelegenheid van de inwijding van een kerkgebouw in Eefde in 1954 werd dit Lied, dat een liturgisch karakter draagt, gemaakt. Hoewel er goed bruikbare strofen in voor komen, voldoet. het toch niet in zijn geheel. Zo roept de inhoud van strofe 3 wel wat vragen op en is ook strofe 4 (nog afgezien van de minder fraaie woordsamenstelling , "totter" dood") enigszins duister. Ook bij het aanroepen van de Geest in strofe 7 en 8 plaatsen we vraagtekens. De melodie, die mogelijk van Luther stamt, is goed voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 319
Alhoewel bij enkele strofen van dit Lied wat 'vragen rijzen (wat is b.v. de betekenis van "een toren in de tijd" in strofe 3) en enkele minder geslaagde uitdrukkingen erin voorkomen (b.v. "der heemlen Heer" in strofe 1 en "O lieve God ik kom" in strofe 5) is het over 't geheel genomn toch wel aanvaardbaar. De melodie is zeer goed en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 320
"Dit Lied is ontstaan door een opdracht om een kinderlied te maken bij de eerste steenlegging van een kerk. Het was daarbij de bedoeling dat de kinderen der gemeente de eerste stenen zouden metselen en dat ze daarbij van alle vier windstreken zouden aantreden". (Comp. 739). Vanwege deze opzet draagt het lied zo sterk het karakter van deze gebeurtenis dat het gebruik daarvoor wel erg beperkt is.
De melodie is uit de Valerius Ghedenck Clanck en algemeen bekend. Een tamelijk rustig tempo lijkt hiervoor aanwezig.
Tekst: 2 (vanwege te beperkt gebruik); melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1
bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;
het cijfer 2
bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3
als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1
voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2
voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste;' behoort;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.