Ingezonden

1986-04-25
  • Jaargang 30
  • nummer 17

Aan de Kerken van Nederland
Na de legalisering van abortus provocatus is, zoals te voorzien was, de strijd losgebrand om ook euthanasie te legaliseren.
Sommige kerken van Nederland hebben een heel duidelijke waarschuwing laten horen ten aanzien van de consequenties van een dergelijke legalisatie, andere kerken hebben nog gewacht met spreken. Daar deze ontwikkeling ons bijzonder verontrust willen wij U als bestuur van het Nederlands Artsenverbond gaarne enkele feiten voorleggen.
Als belangrijkste feit willen wij noemen dat euthanasie inhoudt het opzettelijk doden van een patiënt. Of dit plaats vindt op diens verzoek of zonder verzoek is in de praktijk nauwelijks te onderscheiden. Want na de dood van de patiënt is het onmogelijk met zekerheid vast te stellen dat deze er zelf om heeft gevraagd, en dat hij dit zonder druk van derden heeft gedaan.
Mocht euthanasie onder bepaalde omstandigheden toelaatbaar worden, dan betekent dit derhalve een radicale breuk met het verleden. Tot nu toe gold het als kenmerk van een beschaafde democratische samenleving dat ieders leven wordt beschermd door de wet. Men kan niet tegelijk .iemands leven beschermen en toestaan dat het wordt beëindigd.
Deze breuk met het verleden wordt des te radicaler als degene aan wie bevoegdheid tot doden wordt gegeven de arts, is.
Sinds de dagen van Hippocrates, meer dan 24 eeuwen geleden, hebben de artsen gezworen nooit euthanasie of abortus toe te passen, ook niet op verzoek van de patiënt, omdat men alleen. vertrouwen kan hebben in een arts, als men weet dat hij in geen enkel geval zijn kennis zal gebruiken om te doden.
Want de patiënt is niet in staaf te onderscheiden tussen een handeling gericht op genezing en een handeling gericht op zijn dood. Hij moet zijn arts kunnen vertrouwen. Mocht de bevoegdheid tot uitoefening van de geneeskunst gaan samenvallen met de bevoegdheid tot het opzettelijk doden, dan komt in theorie elke patiënt die een arts raadpleegt in levensgevaar. Gelukkig voorlopig alleen in theorie, omdat nu nog de meeste artsen euthanasie afwijzen.
Het tweede feit is dat de strijd voor de legalisatie van abortus en euthanasie zorgvuldig is voorbereid. Met een merkwaardige openheid heeft een hoofdartikel in California Medicine van september 1970, officieel orgaan van de Californische artsenorganisatie, onthuld waar het om gaat. Het artikel begon met te vermelden dat de huidige medische ethiek berust op -het joods-christelijke concept van de gelijkwaardigheid van alle mensen, een concept dat niet langer gehandhaafd kan worden, omdat overbevolking zou dreigen, en men bovendien niet langer bereid zou zijn elke vorm van menselijk leven zonder meer te aanvaarden. Er zouden kwaliteitseisen worden gesteld. Maar omdat opzettelijk doden nu nog teveel weerstand zou oproepen, zou men moeten beginnen met het legaliseren van abortus, daar veel mensen nog geloven dat abortus niets te maken heeft met het doden van een mens. Is eenmaal abortus aanvaard dan begint men te spreken over vrijwillige euthanasie, en is dit eenmaal aangenomen, dan is tevens de weg vrij voor onvrijwillige euthanasie. Naast geboortebeheersing zou er ook stervensbeheersing komen, en wij artsen zouden ons nu reeds op deze nieuwe taak moeten voorbereiden volgens dit artikel in California Medicine.
Het is duidelijk dat de meeste mensen die nu propaganda maken voor euthanasie niet begrijpen wat de consequenties zijn, maar ook niet weten dat er in feite geen repen meer is voor deze propaganda. Men zegt dat euthanasie barmhartig is. Het is onbarmhartig om mensen pijn te laten lijden of door te gaan met behandeling wanneer dit voor de patiënt zelf zinloos is geworden. Maar op dit moment zijn er veel meer en betere middelen voor pijnbestrijding dan ooit tevoren. Er zijn artsen die zeggen dat men elke pijn kan· wegnemen. In plaats van euthanasie toe te passen, kan men de patiënt beter naar deze artsen verwijzen. Niet het toepassen van euthanasie is barmhartig, maar het geven van goede hulp.
Omdat men soms hogere, doses van pijnstillende middelen moet geven, die in eerste instantie dodelijk zouden kunnen zijn, zegt men dat afdoende pijnbestrijding een vorm van euthanasie is. De waarheid is echter dat hogere doses alleen nodig zijn als de patiënt aan het middel gewend raakt, maar dat dan ook het lichaam deze hogere doses zonder nadelige gevolgen verdraagt.
Sterft de patiënt na toediening van deze hogere doses, dan sterft hij tengevolge van de ziekte, niet van de pijnbestrijding.
Doordat het verdwijnen van pijn ontspanning geeft, wordt echter in de meeste gevallen juist het leven enigszins verlengd. Men kan natuurlijk ook de dood veroorzaken door veel hogere doses te geven dan nodig is voor de pijnbestrijding. Maar in dat geval is het doel niet pijn bestrijden, maar opzettelijk doden. In dat geval pleegt men euthanasie.
Men zegt ook dat staken van een voor de patiënt zinloze behandeling een vorm is van euthanasie. Maar dit is goede geneeskunst, zoals deze door de eeuwen heen is toegepast. Reeds Hippocrates beschreef de geneeskunst als drieledig, namelijk 1. de kunst van het genezen, 2. de kunst van het verzachten van leed, 3. de kunst om met behandelen op te houden als dit niet langer in het belang is van de patiënt zelf.
Door afdoende pijnbestrijding en het staken van een zinloze behandeling te beschouwen als vormen van euthanasie zaait men grote verwarring. Het gevolg hiervan is dat bij opiniepeilingen het percentage van zogenaamde voorstanders voor euthanasie veel groter wordt opgegeven dan het in werkelijkheid is.
Een derde feit is dat, hoewel het in de Tweede Kamer besproken Wetsvoorstel Wessel- Tuinstra een aantal eisen heeft overgenomen (niet alle) uit het meerderheidsrapport van de Staatscommissie Euthanasie, eisen waarmee men hoopt gevallen waarin euthanasie straffeloos zou worden scherp te kunnen afbakenen van de gevallen waarin opzettelijk doden niet toelaatbaar is, geen van deze eisen in de praktijk waargemaakt kan worden (en dat er ook geen waterdichte bepalingen te bedenken zijn). De belangrijkste eisen zijn dat euthanasie wordt toegepast 1. op verzoek van de patiënt, die 2. in een uitzichtloze noodsituatie moet verkeren, door 3. een arts die 4. moet nagaan of 1 en 2 van toepassing zijn, 5. een andere arts moet raadplegen, en 6. een verslag moet bijhouden, dat hij 7. moet zenden aan de lijkschouwer.
Zoals gezegd is het, vooral na de dood van de patiënt, praktisch onmogelijk met zekerheid te zeggen of hij uit eigen vrije wil tot zijn verzoek om euthanasie is gekomen. Of het verslag geheel naar waarheid is geschreven, valt niet meer te controleren. Wat een uitzichtloze noodsituatie is wordt niet nauwkeurig omschreven. De arts die geen kans ziet de pijn afdoende weg te nemen zal eerder een situatie uitzichtloos vinden dan de arts die goede, pijnbestrijding toepast. Het vinden van mogelijkheden om een noodsituatie op te lossen is een kunst die de een beter verstaat dan de ander. Een kerk die vrijwilligers weet te mobiliseren om patiënten in hun geestelijke of sociale nood bij te staan kan hierin van doorslaggevende betekenis zijn.
Het is duidelijk dat dit wetsvoorstel niet zal kunnen voorkomen dat vele patiënten zonder enig verzoek hunnerzijds zullen worden gedood.
Terecht wijst het minderheidsrapport van de Staatscommissie Euthanasie op de gevaarlijke consequenties van legalisering.
Sinds 1945 zijn vele pogingen in het werk gesteld (Verklaring van de Rechten van de Mens in de Verenigde Naties, Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de Verklaring van Genève van 1948 door de World Medial Association, etc.) om in de toekomst de gruwelen van de voorafgaande jaren te voorkomen door ieders recht op leven te doen eerbiedigen door wetgever en arts. De grondslag van al deze verdragen en verklaringen wordt weggenomen door de voorgestelde wetswijziging.
Maar ook zonder wetsverandering is de toestand .niet veel beter.
Nu reeds heeft de Vereniging van Artsen-Automobilisten haar leden gratis rechtsbijstand toegezegd voor het geval zij euthanasie plegen volgens de door de Staatscommissie genoemde eisen.
In naam van de mensheid en een menswaardige samenleving doen wij een beroep op Uw kerk naar wegen te zoeken om de bescherming van het menselijk leven in Nederland weer zo effectief te maken als het tot voor kort geweest is. Wij van onze kant willen U daarbij gaarne steunen door het geven van voorlichting op de grootst mogelijke schaal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief