Komende met de wolken
1986-05-09
Veertig dagen lang is de Here Jezus aan Zijn discipelen verschenen, tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. Uit al die gesprekken is ons één vraag overgeleverd; een brandende vraag voor de discipelen: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Deze vraag mag dan ongepast zijn (het is niet uw zaak ... ) maar deze vraag kwam niet uit de lucht vallen. Er blijkt juist een heel serieus ingaan op wat de Here Christus Zelf aan de.- Jaargang 30
- nummer 19
orde stelde uit. Het Koningschap - dat is de allesbeheersende zaak in dit gedeelte.
Komende met de wolken - deze uitdrukking past goed bij wat in vs 11 staat: dan komt de Zoon des Mensen naar de aarde om in koninklijke waardigheid voor eeuwig de heerschappij te oefenen.
Een blik in de concordantie laat zien dat deze dikwijls in het NT voorkomende uitdrukking oorspronkelijk uit Daniël 7 komt. Het in dat hoofdstuk weergegeven visioen heeft als centraal moment het komen van een mensenzoon op de wolken van de hemel.
Nauwkeurig lezen wat daar staat brengt iets merkwaardigs aan het licht.
In Daniël 7 moeten we niet allereerst denken aan een beweging vanuit de hemel naar de aarde toe, maar juist ván de aarde náár de hemel toe. Een mensenzoon mag opklimmen tot de HEERE God, naderen tot God de Allerhoogste, en ontvangt dan de heerschappij, eer en Koninklijke waardigheid. Het Nieuwe Testament laat zien dat dit betrekking heeft op de mensenzoon Jezus Christus, de Zoon des mensen. Wanneer deze Jezus Christus ten hemel vaart, dan wordt werkelijkheid wat Daniël gezien heeft. De hemelvaart is Zijn komen met de wolken van de hemel.
Maar: heeft het ‘komende met de wolken van de hemel’ dan geen betrekking op het eind der tijden? Hebben we geen komen op de wolken meer te verwachten? Is het allemaal verleden tijd?
Wij zullen meer oog moeten hebben voor de manier waarop in de Bijbel over belofte en vervulling wordt gesproken.
Als voorbeeld noemen we Jesaja 65. Daar lezen we dat de profeet Jesaja aan in de Babel verkerende ballingschappen moet verkondigen dat de HEERE God Zijn volk zal zuiveren en redden; Hij zal Zijn volk ziften als de tarwe en het overblijfsel terugbrengen naar Jeruzalem.
Concreet gaat het daar dus om de belofte van terugkeer uit de ballingschap naar het land der vaderen. We weten dat het inderdaad tot die terugkeer gekomen is. In het jaar 538 voor Chr. ten tijde van de Perzische koning Cyrus (= Kores). De belofte is toen in vervulling gegaan. Echter: je kunt de indruk krijgen dat de vervulling heel wat magerder is dan de belofte: in de toezegging van heil klonken zeer indrukwekkende woorden: Zie Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was zal niet gedacht worden… (65 vers 17 vv). De vraag is nu: was de gedane belofte te breed – of zullen we moeten zeggen dat de vervulling in Kores’ dagen maar zeer ten dele was? Noch het een noch het ander. Dat ze mochten terugkeren uit het land der ballingschap wordt gezien als het begin van een totaal nieuwe tijd.
Nu ze weer mogen wonen in Jeruzalem is er weer zicht op het nieuwe rijk van God. De komst van Gods nieuwe rijkop aarde is niet los te maken van de terugkeer uit Babel - en dáárom wordt die terugkeer in de profetie geschilderd als de komst van dat nieuwe rijk met kosmische afmetingen!
Zo lezen we dat ook bij de hemelvaart.
De hemelvaart is vervulling van het profetisch visioen van Daniël 7. Wanneer bij Daniël de komst met de wolken direkt inhoudt dat het eeuwigdurend koningschap een feit wordt in hemel en op aarde dan zien we daarvan de vervulling bij de hemelvaart. We zeggen dan niet: van dat koningschap zien we niets bij de hemelvaart. Niets wijst op een totale omwenteling in de heerschappij; integendeel: we herkennen in de hemelvaart de indringende boodschap van Gods kant: het koningschap is nu aan de Zoon des Mensen!
Zijn rijk breekt zich baan in onze werkelijkheid.
De hemelvaart is geen vlucht uit de werkelijkheid - juist niet!
Zijn hemelvaart, Zijn komen met de wolken des hemels, is net als het komen van God, zoals we dat keer op keer in het Oude Testament tegenkomen, een tehulp komen, of ook: een ten oordeel komen, om de weg naar de toekomst weer open te leggen.
In Handelingen 1 wordt het gesprek over het Koninkrijk Gods niet plotseling afgebroken door de hemelvaart; de hemelvaart is juist een teken dat Gods Koninkrijk gegarandeerd komt.