Tussen fundamentalisme en modernisme
1986-05-09
Onlangs in het nummer van 11 april van ons blad, heeft, er een meervoudig optreden aangekondigd gestaan van mevrouw dr B. Linnemann, een bekende theologe die voorheen Nieuwe Testament heeft gedoceerd aan enkele universiteiten in.de Duitse Bondsrepubliek.- Jaargang 30
- nummer 19
Generaties van Duitse predikanten heeft zij mede-opgeleid in bijbel-kritische zin. Maar daar heeft zij zich nu van bekeerd.
Publiek legt zé daarvan getuigenis af en voor dat doel was ze ook naar ons land gekomen. Ik heb haar in Amsterdam aan de V.U. mogen beluisteren, maar ze is wel op een stuk of vijf plaatsen opgetreden.
Bij ons in Amsterdam trok ze behoorlijk wat belangstelling met een verhaal dat bepaald niet smeuïg genoemd kan worden. Het zware Duits waarvoor wij niet altijd terecht het woord 'gründlich' gebruiken moet vele niet-akademisch gevormden moeite hebben bereid. Pas na de pauze werd het leuk, vooral toen iemand haar vroeg naar haar levensloop. Toen kwam ze in al haar charme naar voren: een vrouw om van te houden, een warm getuige en een herkenbare christen.
Waardering en twijfel
Toch ging ik die avond niet helemaal overtuigd naar huis. Zeker, het had mij zeer goed gedaan deze geleerde dame op te horen komen voor de wonderen waarvan de Heilige Schrift ons bericht doet. Haar protest tegen de heerszucht van het redenerend verstand dat Gods openbaring aan de wetten van het menselijke denken onderwerpt - het verwarmde mijn hart.
Opnieuw wist ik weer hoe het niet moet met de uitleg van de Bijbel. Twijfels echter behield ik ten aanzien van de vraag hoe dan wèl. Het Nieuwe Testament en trouwens de gehele Bijbel doen hun verhaal toch anders dan een kranten-bericht. De Evangelies bijvoorbeeld zijn komposities die een eigen werkelijkheidsvoorstelling hebben.
Ga je daarmee om als met een kranten-bericht dan kom je in moeilijkheden. Je stelt jezelf dan voor de noodzaak om allerlei oneffenheden op een gewrongen wijze weg te praten.
En dat doet aan de majesteit van het Woord geen goed.
Een vraag
Ik heb mevrouw Linnemann daarover een vraag gesteld. Ik vroeg haar naar het eigen karakter van de bijbelse, werkelijkheidsbeschrijving en ik deed dat aan de hand van een voorbeeld.
Dat van de tempelreiniging waarover alle vier de Evangelies ons vertellen, Het, eigenaardige van dit-verhaal is evenwel dat terwijl Mattheüs, Markus en Lukas deze gebeurtenis plaatsen aan de, vooravond van de lijdensgeschiedenis, Johannes er zijn vertelling bijna mee begint. Wij komen bij hem de tempelreiniging al in hoofdstuk 2 van Zijn Evangelie tegen. De oudere bijbel-'uitleg' sprak daarom van twee tempelreinigingen. Maar kan dat eigenlijk wel? Hoe moet je je dat voorstellen? De tempelreiniging is een echte tekendaad van de Here Jezus geweest.
Leende zich die tekendaad wel tot herhaling? Zou niet juist de herhaling, het nog eens doen, die daad niet betekenisloos maken? De Heiland wilde door een uiterst ongebruikelijk optreden de aandacht vestigen op de ontwijding van de tempel, maar wat nu toch als de mensen na een tweede keer zouden zeggen: 0 ja, Hij weer! Is het daarom bij deze geschiedenis van de tempelreiniging niet beter je af te vragen of je hier soms stuit op kompositie-verschillen tussen de evangelisten onderling?
Verslag of kompositie?
Kompositie-verschillen. Het is in de bijbel uitleg allang bekend (en daar wordt ook met vrucht mee gewerkt) dat de evangelisten ieder met zijn geschrift een eigen doel hebben nagestreefd.
Is nu de gedachte al te vermetel, dat zij terwille van dat doel de feiten die ze wilden vertellen gerangschikt hebben om zo aan hun boodschap meer slagkracht te verlenen? Natuurlijk, globaal hebben zij zich aan het historische verloop moeten houden.
Geen van, de vier vertelt het evangelie achterstevoren. Maar in bijzonderheden? Hebben zij zo strak als een historikus dat doet aan de leiband van de geschiedkundige volgorde gelopen? De historikus is een dienaar van die volgorde. Is een evangelist dat ook? Is de Heilige Geest dat ook? Moet je zeggen dat de Bijbel de geschiedenis beschrijft of is het veeleer zo dat de Bijbel de geschiedenis gebruikt? Voor zijn doel: de verkondiging van het heilsplan in Christus? Het zou wel eens kunnen zijn dat wij in het verleden geleerd hebben zo sterk historisch te denken dat de geschiedkundige volgorde onze enge meester is als wij ons zetten tot het weergeven van feiten. Maar, om het met een variant op een bekende slogan te zeggen: alles is (op een bepaald moment) geschiedenis.
Ik wil zeggen: dat angstvallig lopen aan de leiband van het 'toen-en-toen-en-toen' lijkt niet zo bijbels als voorheen wel eens gedacht is. (Zou het een erfenis van het oude Rationalisma kunnen Zijn?) En de mogelijkheid moet overwogen worden dat aan de bijbelschrijvers vanwege het ontbreken van die angstvalligheid een zekere kompositie-vrijheid gelaten is geweest.
Geen openheid voor echte vragen
Wel, het waren deze dingen die ik op die avond aan de V.U. aan mevrouw Linnemann heb voorgelegd. Ik had natuurlijk ook een ander voorbeeld dan dat van de tempel reiniging kunnen kiezen, maar ik verbeeld me dat dit er een is dat iedere bijbellezer kan aanspreken.
Ik was benieuwd naar het antwoord en naar de bijdrage die de hoogleraar aan het opgeworpen probleem zou kunnen geven. Juist nu zij zo duidelijk dat dogmatische vooroordeel van de bijbel-kritische wetenschap bleek afgelegd te hebben, hoopte ik bij haar een openheid voor echte vragen aan te treffen.
Helaas, dat viel tegen. Mevrouw Linnemann praatte het probleem geheel weg. Er konden best twee reinigingen geweest zijn. Nieuwe argumenten daarvoor kwamen niet ter sprake en op het door mij genoemde: onwaarschijnlijk die herhaling vanwege de aard van de handeling, werd niet ingegaan.
En dat ik deze gebeurtenis als voorbeeld van een breder verschijnsel had genoemd, leek haar te zijn ontgaan. Maar goed, mijn Duits is ook niet feilloos, zullen we maar zeggen..
Haar op dit punt horende dacht ik: in één opzicht, mevrouw, bent U niet veranderd en dat betreft ‘het gemak waarmee…’. Het gemak waarmee U eerder wonderen in de kachel stopte is hetzelfde als waarmee U nu echte vragen van tafel veegt en moeilijkheden weg verklaart. Mevrouw Linnemann was fundamentalist geworden. Geschrokken van de ‘resultaten’ van de moderne kritische bijbelwetenschap had ze voetstoots een standpunt van drie eeuwen geleden ingenomen. In die schrik was ze voor mij herkenbaar, in haar oplossing niet.
Wie helpt?
En zo heeft die avond mij opnieuw de overtuiging bijgebracht dat het fundamentalisme ons geen echte hulp kan bieden tegen het modernisme. Het fundamentalistische nee tegen het modernisme kunnen we bijvallen en meer dan dat: het verenigt ons op een diep niveau. Maar als het gaat om de vraag: hoe dan wèl?, dan staat de verantwoorde bijbeluitleg toch tamelijk eenzaam tussen modernisme en fundamentalisme in.
Niet dat er dan echte geloofsverschillen met de fundamentalisten opduiken. (En dat is de reden waarom je bij tijd en wijlen getroost zegt: ach, laat maar zitten.) Maar soms denk ik: zal de volgende generatie nog begrip kunnen opbrengen voor de gewrongenheden van het fundamentalisme of zal ze tot de ontdekking komen dat daarin toch meer de menselijke spitsvondigheid schittert dan het gezag van Gods Woord? En wie behoedt haar dan voor de schijnbaar zo voor de hand liggende konklusie dat het geloof van de moderne theologie of de theologie van het oude geloof lood om oud ijzer is? En wat zou dat, jammer zijn! Ik heb zelf in een komité van aanbeveling voor het optreden van mevrouw Linnemann gezeten.
Ik wil zeggen dat ik daar geen spijt van heb. Want ondanks het gevoel van onbevredigdheid op het genoemde punt denk ik toch met innerlijke warmte aan deze christenvrouw terug. Toch vraag, ik haar uit de verte: zou juist U het fundamentalisme niet wat meer kunnen helpen? Van bepaalde onhoudbaarheden af kunnen helpen bijvoorbeeld?