Pastorale notities
1986-05-09
Nu niet boos worden, broeders uit Waardhuizen, als ik iets vertel uit de kerkeraad. Degenen, die erbij betrokken waren, leven denk ik, ook niet meer. Na de vrijmaking werd uitgevonden om op gezette tijden, bijv. eens in het kwartaal, in de kerkeraad de preken van de dominee te bespreken. Ik heb er nooit van gehoord, dat dit ook vóór de vrijmaking gebeurde. Er was natuurlijk veel voor te zeggen.- Jaargang 30
- nummer 19
Het kon goed zijn om met de predikant eens door te nemen, hoe z'n preken overkwamen.
Maar het liep wel eens uit de hand. Ik had de voorzittershamer aan de tweede voorzitter overhandigd, en ik zat nu gereed, met potlood en papier, om op te schrijven, wat de broedersnaar voren zouden brengen. Het viel me niet mee. Zij stelden voorop, dat ik de zuivere waarheid bracht en ik denk, dat ze het daarbij hadden moeten laten. Want daar gaat het toch om. Maar ze hadden meer, De gemeente was niet enthousiast, zeiden ze. De gemeente: een rekbaar begrip, want misschien vertolkten ze de mening van enkele mensen. Maar de gemeente dim, zij vond mijn preken niet méér dan inleidingen op de jongelingsvereniging of verhaaltjes van de zondagsschool.
Ik zat daar als een jongeling nog teder en gering; bij broed'ren laag geacht. Je bent dan zo kwetsbaar. Je kunt je moeilijk verdedigen, want je denkt: ze zullen wel gelijk hebben. Ik keerde verdrietig en verslagen huiswaart. Maar toen een paar maanden later het punt "preekbespreking" weer op de agenda stond, waren de rollen omgekeerd.
De scriba las voor: De kerkeraad is van mening dat, dominee z'n preken te eenvoudig zijn; er zit niet meer in dan in een inleiding die op de j.v. gehouden wordt.Eén van de broeders stelde voor, om die en dergelijke passages te schrappen, "want we zitten , vanavond met het agendapunt dat dominee inmiddels twee beroepen gekregen heeft, van Bilthoven en Ermelo; in het land denken ze er dus anders , over dan wij. En ik vind dit nu een beetje gek staan in de notulen." De scriba echter hield voet bij stuk: dit wàs toen onze mening. Die kan fout geweest zijn; dat geloof ik ook, maar daar moeten wij ons dan maar voor schamen tegenover onze dominee. "
Later heb ik in andere gemeenten wel weer preekbesprekingen meegemaakt. Er zat altijd iets geforceerds in. Alle broeders menen. dat ze wel iets moeten zeggen en in alle opmerkingen die ze maken, zit een element van waarheid. Maar je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
De één wil dat je dieper graaft, de ander vindt het al gauw te moeilijk. De één wil dat ie de zweep er eens over legt, de ander zegt: Ik heb onze kerken juist lief omdat het wettische verdwijnt: het Evangelie wordt weer bediend. Toen ik een jaar of 45 was, heb ik gezegd, dat ik m'n preektrant niet meer veranderen kon. Het had dus geen zin om erover te praten. En ik geloof, dat het opzettelijke bespreken van de preken maar achterwege moet blijven.