Christelijke euthanasie (2)
1986-05-09
9. Die primaire verantwoordelijkheid van de arts wil ik nog nader beklemtonen, tegenover hen die bepleiten dat de patiënt zelf hier het volstrekte beslissingsrecht zou moeten hebben. De arts is geen slaaf van de patiënt, maar een dienaar, en niet een eigen, door anderen niet af te nemen verantwoordelijkheid.- Jaargang 30
- nummer 19
De ideologie van de volstrekte zelfbepaling van het eigen baas zijn in eigen leven, miskent de eigen verantwoordelijkheid van anderen voor dit eigen leven. Ook een in de zak meegedragen verklaring dat men bepaalde geneeskundige behandelingsmethoden niet wil, zijn voor een arts nooit bindend, noch juridisch, noch moreel - hoogstens een aanwijzing voor wat de patiënt zou kunnen willen, indien deze nog zelf zijn wil zou kunnen bekend maken.
Maar ook een lange lijdensweg op een langdurig ziekbed maakt patiënten vaak labiel, zodat zij nu eens wel, dan weer niet euthanasie begeren.
En wie zal de scherpe grens kunnen bepalen tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding?
Welke arts kan de volledige en diepste motieven peilen achter een verzoek om euthanasie?
Kortom, het gehele probleem van de euthanasie is daarom zo moeilijk omdat het zich voordoet in grenssituaties. In situaties waarin niet iedere betrokkene (patiënt, geneeskundige, verpleegkundige, familie, de overheid) altijd precies weet wat men moet doen of laten. B.v. : een besluit tot staking van de geneeskundige behandeling (de zg. passieve euthanasie) wordt vaak na lang wikken en wegen, met raadpleging van allerlei collega’s en omstanders, genomen. Dan nog zal de een het te vroeg en de ander het te laat genomen achten. M.a.w. er is een marge van onzekerheid, die eigen is aan de situatie. Elk aangewend middel en elk nalaten heeft óf levensverlengende óf levensverkortende uitwerking – al is het nog zo weinig. De grens tussen moord of zelfmoord enerzijds en euthanasie anderzijds, kan onzichtbaar worden of onscherp. Daarom ook nog een enkel woord over de juridische kant.
10. De arts die op een of andere manier euthanasie toepast, d.w.z. het leven van zijn patiënt opzettelijk op een gegeven moment beëindigt door zijn ingreep, komt thans nog in strijd met de wet en is strafbaar. Schuldig aan moord of hulp bij zelfdoding. Daarom vragen thans velen om wetswijziging ten einde ruimte te verkrijgen voor zgn. actieve euthanasie.
Er zitten heel wat juridische haken en ogen aan deze kwestie, Als leek kan ik lang niet alles. wat in de juridische discussies naar voren wordt gebracht, voldoende beoordelen.
Daarom geef ik met schroom voorzichtig mijn lekemening. Namelijk deze: aangezien bij elke verruiming van de bestaande wetgeving de mogelijkheden tot misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet zeer toenemen, en aangezien ook artsen, net als alle mensen, tot het kwade geneigd zijn, evenals hun patiënten en de betrokken familieleden, lijkt het me nogal riskant de bestaande wet te wijzigen. Zoals de wet nu nog luidt, is het in ieder geval duidelijk dat elke vorm van moord of hulp bij zelfmoord verboden is, ook voor artsen.
Maar toch, vanwege de onduidelijkheid in tal van grenssituaties, en vanwege de principiële wenselijkheid van een geringe ruimte voor christelijke en liefdadige euthanasie, zou wellicht te overwegen zijn dat bij eventuele handhaving van de bestaande wet, via de richtlijnen voor het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie, of via de jurisprudentie, de mogelijkheid geopend wordt voor verantwoordelijke artsen om in voorkomende gevallen euthanasie toe te passen. Bijvoorbeeld door toepassing van het beginsel der "medische uitzondering".
Maar misschien is het toch nog beter dat de wetgever zelf deze mogelijkheid open stelt, als dat juridisch zonder al -te veel risico's mogelijk zou zijn. Als nietjurist kan ik dat onvoldoende beoordelen .
Als er dan een betrekkelijk veilige wetgeving in deze mogelijk is, dan zullen uiteraard tal van beperkende maatregelen moeten worden ingevoegd, b.v. zoals in de trant van de richtlijnen van de Maatschappij voor Geneeskunde en/of die van het kabinetsvoorstel.
Voor een christen echter komt het er vooral op aan welke motieven en argumenten hij voor zijn standpunt heeft. Men kan een juridisch-goede zaak nog wel met onaanvaardbare motieven verdedigen. Als twee hetzelfde doen, is het nog niet hetzelfde. Vooral in de politieke beslissingen is dat aan de orde van de dag. We moeten dus nog wat nader ingaan op de hedendaagse meest gangbare argumentaties voor euthanasie, om ons in elk geval dáárvan te distantiëren. Zelfs het goede en zeer sterke argument van de naastenliefde is voor ons onvoldoende.
11. Eerst echter nog een moreel probleem waarmee sommige artsen het moeilijk hebben. Zij moeten nl. een overlijdensakte tekenen, waarin de doodsoorzaak moet worden opgegeven. Naar men zegt (ik kan dat niet controleren, maar op grond van vroegere pastorale ervaringen is het mij niet onbekend) wordt dit meestal zo gezien dat als doodsoorzaak bv. “kanker” wordt opgegeven, ook al was de laatste schakel in de ketting van doodsoorzaken bv. Een overmatige dosis morfine of een vergelijkbare injectie, onthouding van voedsel e.d. sommige artsen achten zulk een opgave dan moreel onjuist, omdat volgens hen de eigenlijke en direkte oorzaak van de dood de euthanasie-ingreep van de arts was. Dan iets anders opgeven, zou dus een leugen zijn, valsheid in geschrifte. Anderen echter willen dit juist uitdrukkelijk vermelden om een proces uit te lokken; om juridisch, en dus openlijk, meer ruimte te krijgen voor euthanasie. Voor beide standpunten is wel wat te zeggen.
Toch meen ik dat men de vraag naar de doodsoorzaak eerlijk en juist moet beantwoorden, maar dan wel met een nuchter en waarheidsgetrouw beeld van de werkelijkheid; en niet met een formalistische vertekening daarvan. De euthanasie-handeling van de arts staat niet los van de situatie en mag niet abstract en alleen formeel-logisch beoordeeld worden. Vanuit zulk een formalistische en rationalistische benadering zou elke euthanasie zonder meer "moord" genoemd moeten worden, een "beroving" van het leven, met welke woorden dan al impliciet een morele veroordeling is meegegeven.
Evenwel, de laatste ingreep van de arts kan wel eens niets meer zijn dan de laatste schakel in een ketting van doodsoorzaken.
Allerlei ziektefasen en ziekteverschijnselen worden, als oorzaken, vervlochten met allerlei medische handelingen en deze beide met elkaar vervlochten reeksen spelen hun rol in het langer of korter worden van het betrokken leven.
Daarom moet de grote lijn in het oog gehouden worden en als doodsoorzaak de (voornaamste) ziekte worden genoemd die aanleiding gaf tot allerlei, soms ook dodelijke, bijverschijnselen en complicaties, en tot allerlei medische ingrepen, ook van de laatste. Niet het abstracte, allerlaatste fragment uit het stervensgebeuren is "de" doodsoorzaak.
12. Ten slotte dan de hedendaagse: argumentaties in de pleidooien voor euthanasie en voor wetswijzigingen ten deze. Over het algemeen kan men zeggen dat wij als christenen hier volstrekt afwijzend tegenover moeten staan. Wel zal ik straks dit standpunt wat nuanceren, maar primair moeten we ons bewust zijn dat we in een post-christelijke en zelfs in toenemende mate in een antichristelijke samenleving verkeren. Vanuit deze samenleving komt de actualiteit van het euthanasieprobleem vandaag omhoog. De argumenten komen dan ook overduidelijk vanuit een humanistische levensbeschouwing, die zich vooral hierdoor kenmerkt dat de mens steeds meer meent volstrekt eigen baas te zijn over zijn leven en over alles wat zich in dat leven moet voltrekken. Eigen baas in de eerste plaats tegenover God. Maar ook zoveel mogelijk tegenover medemensen, in welke relatie men ook met hen staat. Alle menselijke samenlevingsverbanden hebben tegenwoordig zeer te lijden onder deze verkeerde individualiseringstendens. (Er bestaat ook een goede individualiseringstendens in onze cultuur, maar dat laat ik nu rusten.) De moderne mens wenst geen gezag boven zich te erkennen. Het is thans niet het geschikte moment om uiteen te zetten dat deze tendens gedoemd is uit te lopen op wat men juist niet wil: dictatuur, totalitaire staatsmacht, volstrekte heerschappij van de geestelijke en morele mode' en van de publieke opinie. Eigen baas zijn.
We noemen dat met één woord "autonomie” hetgeen letterlijk betekent: zelfwetgeving.
Autonomie, dus ook inzake het uur van onze dood. Vandaar ook pleidooien om de zelfmoord tot een wat acceptabeler verschijnsel te maken: waarom zou iemand niet het recht hebben er een eind aan te maken, indien hij het voor zijn leven '"niet meer ziet zitten". Ook “hulp bij zelfmoord" mag dan niet meer strafbaar zijn: Autonomie, dus ook voor het tijdig beëindigen van het zeer moeilijk of pijnlijk geworden Ieven dat door ziekte óf ongeval werd getroffen.
Men wenst b.v. niet de "totale ontluistering", of de grote lastenverzwaring voor de familie, of de “zinloze" voortzetting , van het lijden, enz. Derhalve de "eis" aan de medici om euthanasie, toe te passen.
Het behoeft geen lang betoog dat wij' ons als christenen volstrekt moeten onthouden van een dergelijke instelling. Dit is de geest der "wereld", waaraan wij niet gelijkvormig mogen worden.
13. Daartegenover hebben wij als christenen ons te oefenen in een bijbelse geloofsvisie op leven en sterven. In tegenstelling tot de wereldse autonomie-gedachte erkennen wij God in Christus als de Heer van ons leven.
Hij is onze eigenaar. Hij gaf ons het leven te leen. 'Het blijft- Zijn eigendom. Wij mogen en moeten er "rentmeester" over zijn.
Dat betekent ook dat wij lijden en sterven gelovig in de liefdesgemeenschap met Christus mogen, beleven, en aldus leren "sterven in de Heer". Dat wij ook het aardse leven mogen en moeten zoeken en bevorderen, is een waarheid die wij niet formeel-logisch en abstract mogen verabsoluteren.
De rationalistische conclusie dat God, omdat Hij het leven geeft en de doodslag verbiedt, "dus" altijd "aan de kant van het leven staat", is holle retoriek. De Bijbel leert ons haast op elke bladzijde anders.
De Heer van het leven wil nog steeds dat de meeste mensen in onze westerse wereld tegenwoordig op een leeftijd van ongeveer 70 à 80 jaar zullen sterven. De romantische vroomheid die alleen op dit punt, God exclusief "alleen-werkzaam" wil laten zijn, is in strijd met Gods geopenbaarde-wil in de feiten van onze alledaagse levenservaring.
Het is dan ook niet zo dat God het leven "op Zijn tijd" als een willekeurig despoot ons afpakt. Zeker, God "neemt tot zich" en dat ook "op Zijn tijd". Maar zoals in alle dingen van het leven geeft Hij ons ook hier “medezeggenschap" ,en ,,mede-verantwoordelijkheid".
Ten aanzien van de verlenging van ons leven geeft dat geen problemen, althans als regel niet. Wel is deze mede-verantwoordeIijkheid door de moderne medische techniek ook hiervoor toegenomen, Bewuster dan vroeger moeten thans patiënten èn artsen zorgvuldig overwegen of levensverlenging nog "zin" heeft. Indien die vraag met neen wordt beantwoord, dan staat men voor de keus: het leven van deze patiënt nog langer "rekken" of het "bekorten"'.
Een tussenweg is er niet. Het is het één of het ander. "Passieve" euthanasie bestaat niet, Er is wel, verschil tussen verkorten met of zonder speciale ingreep, maar verkorten blijft het, wanneer men de pogingen 'tot verlenging willens en wetens staakt.
M.i. kunnen hiervoor goede redenen bestaan.
14. Sterven kan en mag voor christenen een daad zijn, een activiteit. Zo lezen we van de bewuste stervensdaad van vader Jacob, van Simson en vooral ook van Jezus: "Niemand ontneemt het (leven) Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af" (Joh. 10: 18). Het "geven van de geest" hoeft niet altijd te betekenen dat men “bezwijkt", maar het is ook vaak gewoon en letterlijk te nemen: het is een "terug" geven, van wat men van God te leen heeft gekregen, Niet een eigenmachtig, autonoom teruggeven, omdat men er niet meer van gediend is, of omdat men het zat is. Neen, "in de Heer" sterven, is een vrijwillig sterven, een vrijwillig teruggeven aan 'God, die er kennelijk om vraagt. Want God laat het soms zeer duidelijk weten, dat het einde moet komen. Als wij mensen spreken van een ongeneeslijke ziekte of van een hopeloze situatie daarin, dan zijn dat aanwijzingen waarin God ons openbaart wat Hij van plan is, nl. om ons spoedig tot zich te nemen. Ons past dan geen opstandig verzet, geen "titanische strijd"
tegen deze "laatste vijand" om hem zo mogelijk nog enige dagen of weken van het lijf te houden, totdat wij niet meer kunnen en de strijd ontgoocheld moeten opgeven.
Neen, die "laatste vijand" heeft geen "angel" meer, God heeft er een (soms pijnlijke) "doorgang tot het eeuwige leven" van gemaakt.
Als God ons dan via de symptomen en de medische ervaringen laat weten, dat het einde aanstaande is, dan behoren wij eenswillend het als leen-gave ontvangen leven aan God terug te geven, al dan niet met behulp van christelijke euthanasie.
Er zijn, situaties dat de patiënt het sterven vurig begeert en ook dat de omstanders dit wensen. Er wordt ook wel bij menig sterfbed gebeden om "verlossing uit het lijden".
Waarom zou dit bidden dan niet met werken gepaard mogen gaan ? Waarom dan vanuit de kring der omstanders en met name vanwege de geneeskundigen geen hulp verleend, ten einde die pijnlijke doorgang door de dood te verzachten en te bekorten?
Uit liefde tot de naaste. Ongeacht of hij als christen wil sterven of geen christen .is. Voor de christen-patiënt die in de stervensfase is aangekomen, lijkt mij het probleem niet moeilijk. Hij zal zijn "medebeslissingsrecht" slechts willen uitoefenen in christelijke verantwoordelijkheid aan God, d.w.z., zijn beslissing nemen in het spoor dat God zelf heeft uitgezet met Zijn aanwijzingen: Geen autonomie dus, maar juist vrije gehoorzaamheid en gehoorzame vrijheid. Ook het sterven van de christen is niet door God bemoeilijkt met wetten en voorschriften, noch door casuïstische regels aan de hand waarvan men zou kunnen uitrekenen wanneer euthanasie wel. en wanneer het niet "mag"; Het staan in de christelijke vrijheid betekent m.i, in dit geval dat het de christen vrijstaat zijn leven een paar dagen of weken eerder dan wel later terug te geven. Datum en uur zijn niet zo belangrijk meer. Daarom propageer ik niet de "vrijwillige 'euthanasie", maar ik pleit alleen voor het juridisch en moreel aanvaardbaar achten van christelijke euthanasie.
Zowel voor patiënten als voor genees en verpleegkundigen.
Ik ben mij bewust dat er rondom het besproken kernpunt van de euthanasie-kwestie nog veel aanverwante vragen en problemen zijn. In het korte tijdsbestek van deze lezing (zie noot) moest ik mij echter beperken tot wat mij het voornaamste leek: het belichten van de euthanasie, het goede sterven, vanuit een christelijke levens- en stervensbeschouwing.
Deze twee artikelen waren aanvankelijk een lezing uit 1974, sindsdien op verschillende plaatsen gehouden en thans voor de publicatie ietwat bijgewerkt.