Een kleine gemeente...hoe moet dat? (2)

1985-08-23
  • Jaargang 29
  • nummer 32
In ons eerste artikel zagen we, dat over het geheel genomen kerkelijke gemeenten aanmerkelijk kleiner zijn geworden. In tijden van grote bloei ontstonden kerkelijke structuren en deze bestaan tot op de dag van vandaag. Tot deze structuren behoren ook de ambten en na de Reformatie vinden we er tot nu toe drie, die van predikant, ouderling en diaken.
Binnen onze kerken zijn de taken van deze drie ambtsdragers vrij nauwkeurig omschreven in ons akkoord van kerkelijk samenleven.
Veel gemeenten zijn kleiner geworden en een eigen predikant is niet steeds mogelijk en wordt wellicht steeds minder haalbaar. Wat gebeurt er dan in een vacante gemeente? Is deze incompleet? En wat moet er gebeuren met prediking en bediening van de sacramenten? Met het oog hierop zullen in dit artikel o.a. gegevens uit het Nieuwe Testament worden aangedragen.


Het Nieuwe Testament en De ambten
Het is voor ons duidelijk, dat het Nieuwe Testament in ieder geval ouderlingen en diakenen kent.
We komen ze in één hoofdstuk zelfs bij elkaar tegen, namelijk. in 1 Timotheüs 3.
In het kader van dit onderwerp is het niet .zo zinnig om over het diakenambt uit te weiden, hoewel het verleidelijk genoeg is om bijvoorbeeld meer te zeggen over wat Paulus over de diakenen opmerkt in 1 Tim. 3 vers 13: dat diakenen zich verwerven veel vrijmoedigheid om te spreken door het geloof in Christus Jezus". Paulus gebruikt hier het woord "parresia", waarin alles en zeggen zit en -dan wellicht de betekenis kan krijgen van: vergunning, bevoegdheid (tot spreken).
Verschijnt hier de "diaken" Stefanus, die we meer kennen als (s)preker dan' als "armverzorger"?
Het is zeker, dat het Nieuwe Testament méér ambten vermeldt dan de drie, die wij kennen. Wat dat betreft komen wij er misschien wat al te karig af. We treffen in het Nieuwe Testament aan: apostelen, profeten, evangelisten, leraars, herders, opzieners, oudsten, voorgangers en voorstanders.
Het is overigens wel de vraag of al deze namen aparte ambten aangeven of dat één aspect van bijvoorbeeld het oudstenambt met bijzondere nadruk wordt aangeduid door een andere naam te gebruiken dan die van oudste. Iedereen, die zich met deze materie bezig houdt, zal ontdekken, dat in 'het Nieuwe Testament voor eenzelfde ambt verschillende woorden worden gebruikt.
Wat de ene keer een oudste heet, heet de andere keet een opziener.
Of beide woorden worden door elkaar gebezigd. Vergelijk bijvoorbeeld wat Paulus schrijft aan Titus. In hoofdstuk 1: 5 geeft hij opdracht in alle gemeenten oudsten aan te stellen.
Maar in vers 7 noemt hij die oudsten: opeens opzieners. Om ons nu niet te 'verliezen in een uitvoerige bespreking van al deze ambten, zullen we ons voornamelijk beperken tot de predikant en de ouderling.

Intermezzo
Wie zich iets breder wil oriënteren, kan in boekhandel of bibliotheek terecht. Voor de liefhebbers noteren we hier in ieder geval wat titels, die ook door ons vlijtig zijn gebruikt.
Een zeer lezenswaardig boek, met veel materiaal uit de geschiedenis van de kerk, is: Dr A.F.N. Lekkerkerker: Oorsprong en functie van het ambt. In de noten achterin dit boek vinden we nog vele andere titels over de ambten. Heel boeiend en verrassend is ook van de veelomstreden Dr E. Schillebeeckx: Kerkelijk ambt, met als ondertitel 'de voor· een rooms-katholiek wat ongehoorde en ongebruikelijke zin: Voorgangers in de gemeente van Jezus Christus. Verder maakten we met veel plezier gebruik van Dr J. van Bruggen: Ambten in de apostolische kerk. In dit boek wordt uitvoerig exegetisch materiaal aangedragen met betrekking tot de ambten.


Predikanten en ouderlingen
De Reformatie heeft uit de verwarring van eeuwen een nieuwe weg moeten zoeken, ook wat betreft de ambten. Het is een verrukking, dat daarbij prediking en ouderlingschap in eer zijn hersteld. Dat heeft een enorme zegen gebracht voor de gemeenten van Christus.
Het mag als bekend worden geacht, dat het vooral Calvijn is geweest, die de stoot heeft gegeven tot de structuur, zoals de kerken der Reformatie. die kennen. Tot in de Dordtse Kerkenordening is de Institutie te herkennen. Men Ieze er Boek IV van de Institutie maar op na. Zo kwamen in de Dordtse Kerkenordening vier ambten terecht: van doctor, predikant, ouderling en diaken.
In latere tijd werd het doctorsambt niet meer als een apart ambt beschouwden dus bleef er .
het ons bekende trio over. En dat drietal treffen we ook weer aan in ons Akkoord van kerkelijk samenleven en in de praktijk van onze gemeenten.

Twee soorten oudsten
Van Calvijn komt de gedachte, dat er twee soorten oudsten in een gemeente moeten zijn, namelijk leer- en regeerouderlingen. Ook binnen de reformatorische kerken: is deze visie overgenomen. Zo kennen ook wij twee soorten ouderlingen, de dienaren des Woords of predikanten en de (regeer)ouderlingen. Beider taken verschillen. De taak van de dienaren des Woord is omvangrijker. Vergelijk alleen maar de lengte van beider taakomschrijving in ons Akkoord van kerkelijk samenleven.
De taken van de predikant kunnen niet zondermeer worden overgedragen aan de ouderling; De tekst van ons Akkoord en de praktijk van ons kerkelijk leven geven daartoe ook geen opening. De taken van de ouderling zitten echter ook in het pakket van de predikant. Doch er zijn werkzaamheden van de predikant, die niet worden of mogen overgeheveld naar de ouderling, ook niet als deze daarvoor de wijsheid, bekwaamheid en vrije tijd heeft.
Of ja, het kan toch wèl, als de ouderling eerst de weg volgt van Artikel 5 van ons Akkoord van kerkelijk samenleven. Een weg, die bij ons beter bekend is als die van Artikel 8 van de oude Dordtse Kerkenordening.

Ouderling Begaafdheid
In Kerkepad is er in de gemeente een man van singuliere gaven. Deze ouderling heet toevallig ook nog Begaafdheid. Hij gaat de weg van, zullen we maar zeggen, Artikel 8. Hij doet dat om de gemeente van Kerkepad te dienen. Maar wat gebeurt er? Broeder Begaafdheid wordt aanvaard - doch hoewel er in Kerkepad erg veel werk is, de gemeente is maar klein en heeft al een eigen predikant. Een tweede dominee kan niet worden betaald. Maar dat is ook helemaal niet nodig, want broeder Begaafdheid heeft een goedbetaalde baan met veel vrije tijd. En wat zo mooi is, de man kan met heel weinig slaap toe.
Helaas, Paulus kon soms met tentenmaken de kost verdienen en tegelijk prediker bij uitnemendheid en apostel
van allure zijn broeder Begaafdheid door Gods genade blijft. in Kerkepad ouderling.

Kerkorde
Op kerkordelijke gronden wordt binnen alle reformatorische kerken in ons land en daarbuiten gepraktiseerd, dat een ouderling niet bevoegd is tot verkondiging van het Evangelie in de samenkomsten van zijn gemeente, niet bevoegd is te dopen en niet bevoegd is het avondmaal te bedienen.
Aan de overige taken van de predikant, als "voorgaan in de openbare gebeden", het verdedigen en doorgeven van de zuivere leer en het onderwijzen van de jeugd der gemeente en van allen die onderwijs behoeven" wordt kennelijk wat minder gewicht gehecht. We kennen zo heel wat catechiserende ouderlingen, doch een dopende ouderling, wie vindt die eigenlijk?

Putten uit de bron
We hebben het idee, dat we met onze rondgang door het Nieuwe Testament nóg niet klaar zijn gekomen.
Doch aan alles moet een eind komen. Ook aan een krantenartikel. Volgende keer zullen we opnieuw de emmer in de bron laten zakken om enig fris water te putten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief