Preken en bidden

1985-08-23
  • Jaargang 29
  • nummer 32
In “GETROUW", het bekende maandblad van de ICCC staan vaak artikelen, die je blik verruimen, omdat ze je bepalen bij wat er in de wereldkerk gaande is. Ook artikelen door buitenlandse theologen gepubliceerd worden geheel of gedeeltelijk geciteerd. Zo troffen wij onderstaande bijdrage aan van de Zuid-Afrikaanse dr L. Oosthuizen. overgenomen uit ;,Die Kerkbode" van 13 februari 1985. Onder het opschrift: "Preek een goddelijk wonder wat afgebid moet word", schrijft hij:

"Als predikanten kunnen we toch zo vaak de paarden achter de wagen spannen. Ik bedoel dat wij de preek eerst proberen klaar te krijgen ("regdokter") en daarna proberen recht te bidden (“regbid"). Dikwijls wordt hard aan een preek gewerkt en als die klaar is om te worden gehouden, wordt, er nog gauw gebeden dat het toch een gezegende preek zal zijn - om Jezus' wil. Amen.
Het gebed fungeert hier als het ware als een geurmiddel dat aan een geheel bereide maaltijd wordt toegevoegd, of als een kers die op het allerlaatst op een cake wordt gezet. Preken mislukken dikwijls, en dat is dan niet maar omdat de predikers niet hard aan hun preek hebbengewerkt, maar omdat het "preekmaakproces" niet van begin tot eind doordrenkt is van het gebed om de bijstand van de Heilige Geest. Gebed is een wezenlijk en integrerend bestanddeel van het preekmaakproces. Alle ware prediking komt op uit, en wordt gedragen door gebed. Gebed is niet onwetenschappelijk. Het maakt juist de prediking tot wetenschappelijke en methodisch correcte prediking. Gebed en exegese sluiten elkaar niet uit, maar juist in. Het gebed is juist de hermeneutische methode bij uitnemendheid. In het gebed wordt de God van de geschiedenis gesmeekt om de tekst van het verleden voor het heden duidelijk temaken. Wie dus bezig is rondom een tekst te bidden, is bezig met theologische exegese.
De prediker is niet slechts bedienaar van het Woord. Hij treedt ook op als gebedsbemiddelaar.
Hij treedt bij God in voor de gemeente tot welke hij Gods Woord gaat richten. Niet alleen moet gebed aan de prediking voorafgaan, het moet er ook op volgen. Om de waarheid te zeggen: echte prediking kan o.a. daaraan worden gemeten, of zij de naam Gods op zodanige wijze verkondigt dat het de gemeente tot een nieuwe wijze van aanbidding en lofprijzing inspireert. Als de gemeente teleurgesteld huiswaarts keert, mogen we ons gerust wel eens afvragen of er genoeg om die preek is gebeden. Dikwijls zijn de beste gedachten van een prediker niet die welke hij van te voren heeft overpeinsd, maar die op de kansel als het ware op engelenvleugelen naar hem toe gedragen zijn. Dit is de ware retorica die slechts de Heilige Geest ons kan schenken.
Als de prediker niet een man des gebeds is, kan hij wellicht beter op elke andere plaats staan dan op de kansel.

Misschien zouden we één en ander wat anders formuleren, Maar de bedoeling van de scribent is duidelijk en wat hij te berde brengt serieuze overweging waard. Een leven zonder gebed is een leeg leven! Waar het gebed verstomt sterft de kerk weg. Laten de dienaren van het evangelie ook in het gebedsleven voorbeelden der kudde Christi zijn. De Heilige Geest wil het als teken van zijn Pinksterdoorbraak gebruiken en zegenen voor henzelf en voor de hele gemeente. Het behaagt God nog steeds om door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. Maar Hij wil wel, dat wij daarom bidden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief