Liefde tot de naatste (2)
1985-08-29
In zoverre gij dit aan één val deze minsten hebt gedaan, hebt ge het Mij gedaan. Met deze woorden uit Mattheüs 25 eindigde ik de vorige keer.- Jaargang 29
- nummer 33
Deze woorden zijn van betekenis voor heel ons leven, maar vooral ook voor Ons in de gemeenschap van Gods gemeente. In die wonderlijke gemeenschap der heiligen wil God Zijn liefde doen schitteren en Zijn kinderen als lichtende sterren doen leven. ZÓ heeft het liefdegebod wel heel bijzonder een boodschap voor kerkmensen. Hoe gaan kerkmensen met elkaar om?
Jezus Christus staat er borg voor, dat allen, die aan Hem door de Vader zijn gegeven, bewaard blijven. Zijn wij bereid om met inzet van al onze krachten aan die bewaring mee te werken, daarin Gods medearbeiders te zijn? Zijn wij bereid om naar vermogen lief te hebben en vast te houden allen die Gods Naam ootmoedig vrezen en leven naar Zijn Goddelijk bevel? Schamen· we ons voor allerlei kerkelijke breuken, waarbij er iets is mis gegaan in de omgang met elkaar?
Maar Gods recht dan? Laten we deze vraag niet te gauw stellen. Als wij leven naar de Schrift, zorgt God er wel voor dat Zijn recht wordt geopenbaard. Ook 'daarin zal Hij de weg wijzen, zal Hij ons voorgaan. De trouwen de ontrouw van Zijn kinderen glippen Hem niet door de vingers. Hij weet ervan: Hoe lankmoedig zijn we, als zich meningsverschillen openbaren?
Hoe afgunstig zijn we op de ander? Hoe opgeblazen zijn we? Wat hebben we er voor over om niemands gevoel te kwetsen? Hoever zijn we al gekomen in het niet zoeken van onszelf, van ons recht of onze eer? Zijn we 'Vergevensgezind en niet te snel verbitterd?
Brengen we het op om de ander het kwade niet toe te rekenen?
Het zijn bekende vragen, die regelrecht uit 1 Cor. 13 op ons afkomen.
Zullen we er voor ons zelf, heel persoonlijk, eens over nadenken en de antwoorden opschrijven?
Zó dat we die antwoorden zien? Zó dat God die antwoorden ziet?
Het liefdegebod kan ons bewaren voor groepsvorming en massavorming binnen Gods gemeente. Waar ze wel optreden wordt die gemeenschap uitgehold. Goed doen aan de huisgenoten des geloofs betekent niet allereerst, dat we een pak suiker kopen bij een broeder. Het betekent dat we hem en haar goed doen, het goede voor die ander zoeken.
Massavorming treedt niet alleen op in belangrijke breuksituaties, zoals in de dagen voor de Vrijmaking of aan het eind van de zestiger jaren. Massavorming treedt ook op, als de een de ander napraat in het beoordelen van wat de ander doet of niet doet. Massavorming is er, als de concrete gemeenschapsoefening verdwijnt en we ons in het beoordelen van een ander gemakshalve maar aansluiten bij een gangbare mening of zoiets. Daarvan ;kunnen mensen het slachtoffer worden, daardoor kunnen kinderen van God tot uitersten worden gedrongen ..
Iets zijn, iets doen voor de ander.
Wie die ander ook is. Misschien iemand die net uit de gevangenis komt, misschien dat meisje dat aan drugs is verslaafd en zich in de kerk niet meer durft vertonen.
Misschien die !homofiele jongen, die laatst tegen me zei: 'Ik ga kapot als ik mensen in de kerk naar me zie kijken, ik kan er niet meer tegen dat ze misschien weet ik wat van me denken'. Misschien die broeder die wat minder of meer modern denkt dan ik ... Och, er zijn veel minsten in de gemeente. Voor hen is troostvol dat laatsten eersten kunnen worden, dat minsten misschien wel meesten zijn.
Wat willen we voor Jezus doen?