De toekomst is reeds begonnen

1986-05-16
  • Jaargang 30
  • nummer 20
Pinksteren is het feest van de wereldwijde oogst. Het heil gaat naar alle volken; grenzen worden overschreden= al wie de Naam des HEÉREN aanroept zal behouden worden.
Alle volken zullen de HEERE aanbidden - met Pinksteren worden oude beloften ingelost: de volken zullen naar Sion komen om de HEERE eer te bewijzen, zie bijvoorbeeld Jesaja 2 en Zacharia 14.

Het heeft er alle schijn van dat op de pinksterdag inderdaad de volken naar Jeruzalem zijn gekomen.
We kennen allemaal die lange rij namen van volken: Parthen, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië enz. enz. Uit alle volken onder de hemel zijn er mensen gekomen naar Sion.
Maar zijn dat nu pure heidenen?
Zijn dit nu de mensen waar in de oude beloften over gesproken werd?
Stel nu dat het pure heidenen waren, op de pinksterdag
dan moet het toch tot b.v. Petrus zijn doorgedrongen dat die massale toevloed in de eerste dagen na Pinksteren overduidelijk toonde dat het heil ook naar de heidenen mocht gaan., Maar waarom zou deze zelfde Petrus dan nog een uitvoerig visioen moeten ontvangen (zie Hand. 10-11)? In Hand. 2 staat dan ook met zoveel woorden dat het niet om pure heidenen ging maar om joden. 'Nu waren er joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle' volken onder de hemel ... De pinksterdag wordt in eerster instantie in joodse kaders getekend.
Wat waren dat dan voor joden?
Velen waren deels door ballingschappen deels door de handel over de gehele toenmalige wereld uitgezwermd.
Deze joden in de verstrooiing (= diaspora) probeerden met de grote feesten in Jeruzalem te zijn. Een diep. verlangen bij velen onder hen was om straks rond de heilige stad begraven te worden; wanneer ze de leeftijd daarvoor hadden (of reeds vroeg hun schaapjes op het droge) dan kwamen ze in of bij Jeruzalem wonen; kochten daar een stukje grond als dodenakker (vgl. de aankoop van Sara's graf: in je dood deel hebben aan de vervulling van de land-belofte Genesis 23). Zo'n akker had b.v. Barnabas (Hand. 4 vs 37), en ook Simon van Cyrene zal tot deze categorie joden gerekend mogen worden (zie Markus 15 vs 21).
Lukas laat in zijn beschrijving van het gebeuren op de pinksterdag uitkomen dat met name deze joden betrokken werden bij dit grote heilsfeit. Daar zit achter dat de weg waarlangs het heil tot de einden der aarde komt een weg is juist via deze mensen. We lezen immers keer op keer van de grote apostel der heidenen Paulus dat hij telkens eerst kontakt zoekt met de joden in de verstrooiing, door hun synagoge op te zoeken.
Ze zijn een onmisbare schakel naar de pure heidenen.
Dat hangt hier mee samen dat deze joden enerzijds vertrouwd waren met de heilige Schriften, en anderzijds uit eigen ervaring wisten dat in andere culturen dan die van Palestina het geloof ook telkens een andere vorm kreeg. Zij zagen zich geplaatst voor de opdracht het geloof in de God van Israël gestalte te geven in een vreemde (soms opvallend vijandige) omgeving.
Juist dat laatste kon een belangrijk herkenningspunt voor christenen uit de heidenen vormen. Daarom eerst naar de synagoge: langs die schakel konden pure heidenen gemakkelijker worden bereikt. Deze 'taktiek' dienen we een serieuze plaats in onze zendings- en evangelisatiepraktijk te geven: inschakeling van vertrouwde en/of herkenbare tussenpersonen. Het boek Handelingen toont ons dikwijls van die typisch kleine stapjes: van de jood die altijd in Palestina had gewoond naar de jood die buitenslands vertoefde, naar de kring van belangstellenden rond de synagoge (godvrezenden en vereerders van God), dan naar de pure heiden. De weg waarlangs het heil naar alle volken gaat is dus mede-bepalend voor de manier waarop Lukas het gebeuren op de pinksterdag weergeeft.
Maar er is tegelijk ook gedacht aan het doel van de triomftocht van het evangelie: dat alle volken de HEERE zullen dienen en daartoe naar Sion komen om de God van Israël te dienen: daarom worden de eerstbetrokkenen bij de uitstorting van de Heilige Geest niet zomaar joden genoemd, maar uitdrukkelijk , vermeld als 'vrome mannen uit alle volken onder de hemel'.
(Het valt te overwegen deze opmerkelijke aanduiding van joden ook tot gelding te brengen bij Openbaring 7 vs 9 vv; dan lezen we daar twee keer over Israël, de tweede keer met een 'dubbele bodem': de heidenen, die via Israël bereikt worden).

Het verslag van Lukas over Pinksteren laat geen misverstand bestaan over de zeer doelmatige aanpak van de evangelieverkondiging; het laat bovenal uitkomen dat de gang van het evangelie niet te stuiten is: het evangelie bereikt onweerstaanbaar het doel dat God heeft: dat alle volken Hem zullen aanbidden. Die toekomst is zeker: zover komt het, zonder enige twijfel. Kijk maar naar dat grandioze begin: uit alle volken onder de hemel zijn ze gekomen om de God van Israël te aanbidden.
Pinksteren: de toekomst is reeds begonnen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief