Drie artikelen n.a.v. de komende verkiezingen

1986-05-16
  • Jaargang 30
  • nummer 20
Nog een paar dagen en de Nederlandse bevolking mag weer haar stem uitbrengen. Op 21 mei worden de nieuwe leden voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal gekozen. Ook de lezers van Opbouw zullen dan hun stem uitbrengen. Maar op welke partij, op welke volksvertegenwoordiger? Niet iedereen zal het gemakkelijk hebben met het maken van een verantwoorde keuze. Moet je kiezen voor een grote christelijke partij, of voor één van de kleinen?
Aan (vertegenwoordigers van) drie partijen heeft de redaktie gevraagd iets te schrijven over de grenzen van het compromis. Politiek bedrijven is een zaak van compromissen (willen) sluiten. Maar waar is de grens? Denk aan abortus-provocatus, aan euthanasie, aan emancipatie,etc., Misschien wordt u geholpen door het lezen van deze drie bijdragen. We plaatsen de artikelen in alfabetische volgorde: drs C. J. Klop namens het CDA, M.Leerling namens het RPF, G. J. Schutte namens het GPV.

De redaktie


Grenzen van het compromis

Compromissen zijn in een land meteen meerpartijensysteem, waarbij niemand de meerderheid bezit; onmisbaar. Ook het verkeer tussen mensen onderling laat zich zonder bereidheid tot geven en nemen niet denken. Het leven zou onleefbaar worden.
Compromissen sluiten kan als functie hebben het opheffen van de stagnatie die het gevolg is van een voortslepend conflict.
Door een compromis wordt een weg geopend waarlangs het weer mogelijk wordt verder te gaan. Het compromis met als functie iets van het bevrijdende gebaar, dat uitzicht biedt in vastgelopen verhoudingen. Compromissen komen niet vanzelf tot stand. Wil men in staat zijn een compromis naar behoren te sluiten, dan veronderstelt dat de bereidheid ook met rechten en opvattingen van anderen te willen rekenen. Het is als oirbaar en zinvol te beschouwen elkaar, in het trachten een compromis te vinden, te overtuigen, om herijking van argumenten te vragen, waardoor de mogelijkheid ontstaat elkaar tegemoet te komen, elkaar ook te vinden. Alleen als dat zo is, kan er een synthese van overwegingen en doelstellingen ontstaan die beide partijen op een ander, een hoger vlak brengt. Zeker dan zal het compromis als verrijkend worden ervaren. Compromissen zijn dus geen koehandel, dat houdt geen stand.
De grenzen van het compromis liggen daar waar aan fundamentele principes van één van beide partijen afbreuk zou worden gedaan.
Dat is de hoofdregel. Een secundair criterium is voorts dat de situatie na het compromis een beter uitgangspunt voor verder beleid biedt, dan daarvóór het gevat was. Dit tweede criterium speelde, na het hoofdcriterium, een rol bij het compromis dat, het CDA in 1981 met de VVD sloot over de abortuswet. De nieuwe wet bood betere mogelijkheden voor rechtshandhaving dan de ordeloze oude toestand.
Bij het aangaan van dergelijke compromissen speelt bij het CDA bovendien het standpunt een rol dat het uitoefenen van invloed op de wetgeving, ook al leidt dit soms langs de grenzen van het aanvaardbare, de voorkeur verdient boven het met vermeend schone handen aan de kant gaan staan. Men is immers ook dan verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn daden, welke in feite tot een onaanvaardbare uitkomst leiden. Bij de kleine christelijke partijen denkt men hierover dikwijls anders. Men acht zich niet verantwoordelijk voor wat andere partijen in die situatie doen en stelt zijn vertrouwen op God voor de verdere gang van zaken, waaraan men geen deel wenst te hebben. Ook bij het CDA is sprake van Godsvertrouwen, het leidt echter tot een andere opstelling. Dit verschil in politieke stijl heeft mede theologische achtergronden en behoort geen onderwerp van wederzijds misprijzen te zijn.
Vertrouwen vormt een onmisbare voorwaarde om goede compromissen aan te kunnen gaan. Zou de bereidheid om .tot overeenstemming met anderen te geraken niet moeten samenhangen met de doorwerking van een gezindheid, waarbij de één de ander, uitnemender acht dan zichzelf? Dat betekent niet dat men daardoor eigen geloofsovertuiging moet relativeren, maar wel dat men de ander niet veroordeelt; maar respecteert. Hier zou wel eens het hart van de zaak kunnen liggen. Wie het eigen gelijk buiten discussie acht, zal dit respect moeilijk kunnen opbrengen. Dat het om geloofswaarheden gaat maakt geen verschil, want juist met het oog op meningsverschillen daarover werd deze christelijke leefregel gegeven. Nu zou men kunnen tegenwerpen dat dit geldt tussen christenen onderling, maar dat de Bijbel er juist voor waarschuwt om op zijn hoede te zijn als men omgaat met mensen die Hem niet erkennen. Zo simpel ligt het echter niet: men heeft bij onderwerpen als abortus en euthanasie ook te maken met christenen uit niet-christelijke partijen. Wordt overigens de verhouding tussen christelijke partijen inde politiek gekenmerkt door het besef dat de één de ander uitnemender acht dan zichzelf? Niet altijd halen wij deze hoge norm. Dat was niet het geval ten tijde van de zogenaamde getuigenispolitiek, het is ook niet het geval nu SGP, RPF en GPV zich opmaken om te gaan onderhandelen met CDA en VVD. Mag nu het CDA van GPV, RPF en SGP verwachten dat zij water in de wijn doen? Op het eerste gezicht niet. Hun standpunt inzake euthanasie. en abortus hangt direct samen met het gebod "Gij zult niet doodslaan" en de eerbied voor het leven als een gave van God.
Met een compromis, dat daaraan afbreuk doet, zouden zij afbreuk doen aan hun fundamentele principes.
Dat zou de grens van het compromis overschrijden. Tenzij de discussie ertoe leidt dat men eigen argumenten opnieuw wil overwegen.
In het rapport inzake euthanasie van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA vat men het gebod "Gij zult niet doodslaan" op als een verbod om een ander willekeurig het leven te benemen, een verbod om te moorden. Defensie is geoorloofd en valt niet onder dit gebod. Dat geldt niet alleen de defensie. Ook bij abortus kunnen zich situaties voordoen waarbij van "doodslaan" in de betekenis van het gebod geen sprake is. Bijvoorbeeld als gekozen moet worden tussen het leven van de moeder of het kind.
Ook de kleine christelijke partijen achten dit geen strafbare abortus.
Evenzo zijn er bij euthanasie situaties waarbij de rechter beslist dat een zogenaamde strafuitsluitingsgrond moet worden toegepast, omdat de arts uit twee kwaden moest kiezen, waarvan euthanasie de minste was. Deze redenering ligt ook ten grondslag aan het compromis dat in het kabinet is geformuleerd. Ik ben van mening dat dit niet in strijd is met de eerbied voor het leven en het gebod. Deze bijbeluitleg is geen exclusieve CDA-interpretatie. Veel theologen in de Hervormde en Gereformeerde Kerken denken er zo over. Is het bij voorbaat uitgesloten dat GPV, RPF en SGP zich door deze argumentatie laten overtuigen? En ook als dat niet gebeurt, is het dan geoorloofd dat de RPF dit standpunt "moord" blijft noemen? Mij dunkt dat dat in strijd is met de bovengenoemde christelijke leefregel. Voor mij wordt de grens van een compromis inzake euthanasie bepaald doolt"de vraag of de bescherming die de overheid biedt tegen willekeurige levensbeneming, gehandhaafd blijft. Dat is het fundamentele principe waar het hier om gaat. Men mag geen compromissen sluiten tot elke prijs. Evenmin is het sluiten van compromissen zoiets als koehandel of chantage. Een goed compromis helpt beide partijen een stap verder.

DRS C. J. KLOP,
adjunct-directeur Wetenschappelijk Instituut voor het CDA

Niet het compromis, maar getrouwheid brengt zegen

In het isolement (beginselvastheid) ligt onze kracht.
(Groen van Prinsterer)

De vraag waar in de politiek de grenzen liggen van het compromis wordt menigmaal opgeworpen, maar is toch wat merkwaardig.
Het lijkt er op, dat met name christenen er in bepaalde omstandigheden behoefte aan hebben na te gaan hoe ver de principiële kaders kunnen worden opgerekt zonder als christen over de schreef te gaan. Is de Bijbel als ons .levenskompas dan zo onduidelijk dat de vraag steeds opnieuw weer moet worden gesteld en kennelijk nog vele christenen bezighoudt?
Het lijdt geen twijfel, dat christenen soms in een uiterst moeilijke situatie terecht kunnen komen, waarbij het nemen van een politieke beslissing een uiterst consentieuze afweging van pro's en contra's vraagt. Het uiteindelijke resultaat zal menigmaal niet gelijk zijn aan het gewenste. Een compromis is acceptabel, tenzij ...
Zou de vraag naar de grenzen van liet compromis in de politiek ook anders kunnen en moeten worden geformuleerd en wel als volgt? Mogen we als christenen in de politiek mede-verantwoordelijk zijn dat kwaad op beperkte schaal wordt toegelaten om daarmee groter kwaad te voorkomen? Beter een half ei dan een lege dop is immers een wijsheid die christenen in de politiek moet aanspreken! Daar knelt dacht ik de schoen: mogen We als christenen politieke verantwoordelijkheid nemen voor besluiten die de mens in het publieke leven de ruimte geeft de geboden van God te overtreden? De grensproblematiek doet zich immers doorgaans niet voor als er moet worden beslist over de verhoging van de huur met twee dan wel drie procent of het droogleggen van de Markerwaard dan wel het verlagen van het financieringstekort tot 5 dan wel 4 procent. Waar er wordt gezocht naar de grenzen van het compromis in het politieke handelen van een christen zijn veelal de fundamentele levensvragen aan de orde als bescherming van het leven en daarmee heel concreet de geboden die God de mensheid heeft opgelegd. Ik noem het verbod de medemens te doden (vermoorden); het verbod op de echtscheiding en het verbod de naam van God ijdel te gebruiken. Het gaat om gehoorzaamheid aan wat God heel nadrukkelijk van elk mens eist.
Christenen die hun Bijbel kennen, weten, dat de geboden van God alle mensen gelden (Prediker 12 : 13) en dat die geboden niet alleen van kracht zijn in het persoonlijke, maar ook het publieke leven.
Het doen naleven van wat God als aller Souverein vraagt is 'n niet te betwisten taak van de overheid. Er is immers geen overheid dan door God aangesteld (Romeinen 13). De overheid is niet neutraal, maar dienares van God. Zo beleden ARP en CHU dat. Dat erfgoed wordt bewaard in de handen van de kleine christelijke partijen.
Het adagium van de vroegere CHU "Niet de majoriteit, maar de autoriteit" zou elke christen in de politiek op het lijf moeten zijn geschreven. Een overheid, die er niet van wil weten dienares van God te zijn, moet daar met nadruk op worden gewezen.
Christenen kunnen dan ook slechts op verantwoorde wijze deel uitmaken van of verantwoordelijkheid dragen voor het handelen van de overheid als die overheid juist op fundamentele punten een beleid voert, dat niet in strijd is met wat God de overheid opdraagt.
Als dat onverhoopt wel het geval is, behoeft een christen zich niet in allerlei bochten te wringen op zoek naar de grenzen van het compromis. Laten we als christenen toch voor alles weet hebben van. onze bijzondere positie. We zijn vreemdelingen en bijwoners op aarde. We zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld. We mogen niet komen tot wereldmijding, maar we moeten aan de andere kant onze beperkte verantwoordelijkheid onderkennen.
Het is geen absolute eis, dat christenen zich hoe dan ook handhaven in het voorgestoelte van de politiek. Christenen moeten alleen elke kans grijpen om de ordening van de openhare samenIeving naar Bijbels model op te zetten. God zal dan worden geëerd en de mensheid waarachtig gediend.
Termen als "politiek is de kunst van het haalbare" en "in de politiek moet men vuile handen willen maken" klinken erg acceptabel, maar een christen kan daar als het er op aan komt niet mee uit de voeten. Het is mijn vaste overtuiging, dat het de overheid als dienares van God niet is toegestaan kwaad op beperkte schaal te tolereren om daarmee erger te voorkomen. Kwaad in de zin van het overtreden vim Gods geboden is ronduit kwaad. Het denken in termen van groot en klein kwaad hoort veeleer thuis in het gedachtengoed van Rooms-katholieken. Daar spreekt men van grote en kleine zonden. Een reformatorisch christen moet een dergelijke redenering wezensvreemd zijn. Leert de apostel Jacobus immers niet dat wie de wet ook maat op een klein onderdeel overtreedt, schuldig is aan de gehele wet?
Een christen kan ook in een geseculariseerde wereld politieke arbeid verrichten zonder zich te compromitteren. Er zijn echter momenten, waarop hij moet stellen: we kunnen niet en we mogen niet. Ook al wil een meerderheid van de bevolking dat abortus provocatus wordt gelegaliseerd, dan kan een christen in de politiek daaraan niet toegeven. Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen (Ex. 23 : 2). Dat is niet alleen een gebod voor ons persoonlijk, maar geldt ook de overheid, die als dienares van God heeft te handelen. Negeert men die opdracht, dan kan een christen geen verantwoordelijkheid dragen. De grenzen van het compromis liggen dan ook daar waar we als christen verantwoordelijkheid moeten dragen voor het ruimte scheppen om Gods geboden in het publieke leven te overtreden. De overheid moet juist het kwaad bestrijden en beteugelen (art. 36NGB) en er geen ruimte voor scheppen. Als het er echt op aan komt moeten we zoals Daniël blijven staan en niet buigen. Hoe moeilijk dat zal zijn. Wie meent met een lichte buiging erger te kunnen voorkomen, vergist zich.
Het kwaad op beperkte schaal accepteren om erger te voorkomen, is naar mijn vaste overtuiging niet toegestaan en werkt in de praktijk ook averechts uit. De abortus-kwestie maakt dat wel duidelijk.
Er werd in 1980 met medewerking van het CDA ruimte gemaakt om in noodgevallen abortus-provocatus te plegen. Het ongeboren kind te doden. Zes jaar later blijkt. dat met toestemming van de wetgever vele duizenden kinderen onder soms gruwelijke omstandigheden worden omgebracht, terwijl het algemene normbesef in ons land ook onder christenen enorm afneemt.
Sprekend over de grenzen van het compromis moeten we beseffen, dat het er niet om gaat of we vuile handen willen maken, maar of we rein van hart blijven. En als een dergelijke houding als consequentie heeft dat we buiten het besluitvormingscircuit komen te staan, behoeft ons dat toch niet af te schrikken? We weten immers dat we de grenzen van ons geweten niet behoeven op te rekken om toch maar aan de macht te blijven. Ook dat is weer een typisch RK-denken, waarmee helaas door de loop der tijden ook reformatorische christenen zijn besmet. Alle macht in hemel en op aarde is gegeven aan Jezus Christus. Hij regeert en aan Hem is de toekomst.
Hij komt.
Stellen we ons dan niet al te extreem op? Houdt de wijze Prediker ons al niet voor, dat we niet al te rechtvaardig en niet al te wijs moeten zijn? Zeker, maar de Prediker zegt niet, dat we in voorkomende gevallen niet rechtvaardig (tegenover het ongeboren kind bij voorbeeld) en niet wijs (in het belang van de samenleving) moeten zijn.
De gehoorzaamheid aan de geboden van God moet bij een christen in de politiek voorop staan. Niet in het vinden van een gekunsteld compromis, maar in getrouwheid aan wat God van ons vraagt, ligt zegen: Met Groen van Prinsterer mogen we zeggen: in het isolement, dat, is onze beginselvastheid, ligt onze kracht. Daar mag zegen van worden. verwacht en daarbij heeft God geen meerderheden of grote getallen nodig. God kan eenlingen of kleine groepen gebruiken om veranderen tot stand te brengen. Een bijzonder bemoedigende gedachte die wordt neergeslagen in de eerste verzen van psalm 128 berijmd:

"U mag men zalig heten, dien 's Heren vrees bekoort,
Die meteen goed geweten, steeds wandelt naar Zijn Woord”.

MEINDERT LEERLING

Een baken in zee

De invloed van het christendom neemt af in Nederland. De christelijke partijen komen gezamenlijk nog maar net aan een derde deel van het aantal stemmen. Is christelijke politiek dan nog wel mogelijk? Gaat het in het gunstigste geval niet van compromis naar compromis Hoe lang kan de christelijke politiek hiervoor nog verantwoordelijkheid dragen?
Ieder van ons kent de voorbeelden wel uit de praktijk. God haat de echtscheiding (Mal. 2: 16), maar de Nederlandse wet zegt, dat echtscheiding wordt uitgesproken indien het huwelijk duurzaam ontwricht is. De Bijbel verbiedt de doodslag, maar de Nederlandse wet staat het doden van ongeboren kinderen toe. Twee voorbeelden waarbij de christelijke politiek in het verleden voor de vraag stond of zij kon meewerken aan de totstandkoming van een compromis. Nu staan we voor de volgende keuze: meewerken aan een beperkte vrijheid van euthanasie of anderen de kans geven een verdergaande legalisering te realiseren zonder steun van de christelijke politiek. Waar ligt voor een christen de grens van het compromis in de politiek? Sommigen zijn hier gauw mee klaar. De Bijbel vraagt te breken met alle ongerechtigheid en een beetje zonde is ook zonde. Anderen zeggen, dat het altijd nog beter is mee te helpen het ergste kwaad te keren dan toe te zien hoe anderen een regeling treffen die rechtstreeks ingaat tegen Bijbelse normen.
Ik meen dat beide antwoorden onvoldoende zijn. Het maakt nogal verschil wat er bij een mogelijk compromis op het spel staat. Als het gaat om de mate van commerciële invloed op ons omroepbestel zijn er andere zaken aan de orde dan bij een wetsvoorstel tot legalisering van euthanasie.
Bovendien zijn we niet alleen verantwoordelijk voor de inhoud van een door ons aanvaard compromis, maar kunnen we ons ook. niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het verwerpen van een compromis. Die gevolgen zullen we bij onze oordeelsvorming moeten betrekken.
Er is geen handboek waarin de grenzen van het compromis voor alle gevallen zijn aangegeven. Dat wil niet zeggen, dat We op dit punt in het duister moeten tasten. Gods Woord is ons ook hierbij tot een licht op ons pad.
Een eerste voorwaarde is, dat we hij het aangaan van een compromis het uiteindelijke doel van de christelijke politiek in het oog houden, te weten de inrichting van de openbare samenleving overeenkomstig de normen van de Heilige Schrift. Bij een compromis moeten we met minder genoegen nemen dan gewenst en nodig is.
Dat mindere moet dan wel een stap zijn in de richting van ons doel.
Een compromis moet ook geen verhindering vormen om mettertijd verdere stappen naar dat doel te kunnen zetten. Als de christelijke politiek zo compromissen sluit is ze voluit christelijk bezig.
Natuurlijk mag een compromis er nooit toe leiden, dat mensen er door tot zonde zouden worden gedwongen. Daar mag overheidshandelen nooit toe leiden (Hand. 5: 29). Ook moet een compromis worden afgewezen indien daardoor de mogelijkheid wordt geboden het leven van een (ongeboren) mens te beëindigen. Een compromis kan niet bestaan uit het instemmen met de dood van b.v. 3000 in plaats van 6000 mensen per jaar. Het ambt van de overheid is alles te doen wat in haar vermogen is alle 6000 te redden.
Laten we niet onderschatten wat het betekent als de christelijke politiek toch zo'n compromis sluit. We kennen de gang Van zaken rond de abortus-wetgeving. Een wet die tot stand kwam met steun van CDA en VVD. Steun die soms met pijn in het hart en uit vrees voor het verdergaande alternatief van links werd gegeven.
We moeten nu constateren, dat de wet geen belemmering vormt voor de toepassing van abortus. Een effect is wel, dat de weerstand onder christenen tegen abortus-provocatus sterk is afgenomen.
Het gaat immers om een zaak die door christelijke politici is mogelijk gemaakt? Hoe niet-christenen reageren blijkt wel uit vergoelijkende reacties op een weerzinwekkende moord op een baby in een Haags ziekenhuis.
Een ander gevolg is, dat de partijen die het "compromis" steunden sedertdien aan de kant staan in de strijd ter bescherming van liet ongeboren kind. Zo kreeg een motie van schrijver dezes om te voorkomen dat abortus kosteloos zou worden niet meer dan negen stemmen. Pogingen om het aantal abortusvergunningen zo beperkt mogelijk te houden kregen slechts steun van de kleine christelijke partijen.
Het GPV laakt het niet in anderen als zij compromissen sluiten en wil er zelf ook verantwoordelijkheid voor dragen. Maar er zijn grenzen. Voor vandaag betekent dat o.m., dat het onder geen beding zal instemmen met legalisering van euthanasie, ongeacht of het gaat om een verstrekkend voorstel van D'66 of om een proeve van de regering; die de deur op een kier zet.
Het schip (van de abortus) op het strand is een baken in zee!

G. J. SCHUTTE, Zeist

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief