Wat Zijn liefde wil bewerken

1986-05-23
  • Jaargang 30
  • nummer 21
Dit bekende en moedgevende hoofdstuk uit Johannes blijkt bij nadere kennismaking moeilijke dingen door te geven. Want enerzijds komt die geweldige boodschap van Jezus' macht ook over de dood op ons at, maar anderzijds is er misschien ook wel ergernis door het wat vreemde optreden van de Here Jezus.

Het begin van het hoofdstuk wordt gevuld met nogal wat aanduidingen van de hechte vriendschap tussen de Here, Jezus en Lazarus en zijn zusters.
Tegen die achtergrond is het merkwaardig dat de Here Jezus zo 'afstandelijk' reageert.
Zelfs als Hij op de hoogte wordt gebracht van het sterven van Zijn vriend, zelfs dan wekt Hij de indruk dat Hij niet weet wat dit voor de betrokkenen moet betekenen. "Ik verblijd Mij om u dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij tot geloof komt".
Tegenwoordig hoor je dikwijls dat God niet 'de Verre' is, en dat Hij ook beslist niet iets doet wat het vertrouwen in Hem zou kunnen afbreken. Hij staat naast ons, toont begrip en solidariteit.
Hier lezen we het anders. Hier wordt duidelijk dat God Zich niet door ons laat voorschrijven hoe Hij met ons en met onze gevoelens dient om te gaan.
Jezus is ons hier wezensvreemd: aan de ene kant laat Hij merken dat Gods plan met Lazarus is dat deze sterft; Jezus is met die bedoeling van God akkoord; aan de andere kant zijn woorden als 'huilen', 'verbolgen zijn’ e.d. nodig om de houding van Jezus tegenover de dood aan te duiden.
Enerzijds akkoord, anderzijds ernstig verontwaardigd.
Deze twéé kanten vormen samen het bijbels pastoraat. Wie éénzijdig kiest doet de lijdende mens tekort.
Voordat we nu naar de kern van deze geschiedenis toe gaan eerst nog iets over de plaats van dit hoofdstuk in het geheel van het evangelie naar Johannes.
In de andere evangelieën staan uitdrukkelijk drie aankondigingen van het lijden van de Here Jezus Christus. Johannes laat die - opvallend - weg en toont als het ware het tegendeel: de tocht naar Jeruzalem is wel een weg naar het lijden, naar de dood toe, maar - en dat is, typisch Johannes - dáárom ook een weg naar de heerlijkheid, naar de diepe vreugde.
Vóórdat Jezus Zelf gaat sterven wekt Hij iemand op uit de dood... op weg naar de dood blijkt Hij de dood de baas te zijn! We lezen hier over dç triomfantelijke tocht naar het kruis; hier gaat de Overwinnaar op weg naar Zijn publieke huldiging!
Nu komt de ure waarin de Zoon des Mensen verhoogd zal worden.
Letterlijk verhoogd, nl. aan de kruispaal; maar evenzeer figuurlijk: verhoogd nl. verheerlijkt, Het uur van de dood is hóógte-punt.
In het evangelie wordt daar op twee manieren naar toe gewerkt.
Door de joodse leidslieden: van meet af aan proberen ze Jezus, uit de weg te ruimen; door het evangelie heen leggen ze een compleet dossier, aan van 'misdaden' van Jezus; het kruis is het uiteindelijke vonnis.
Maar er is ook die andere lijn: de Here Jezus moet van meetaf aan vaststellen dat de joden Hem niet willen aanvaarden; hun verwerping van Hem loopt uit op de veroordeling door de Zoon des Mensen aan het kruis.
Dàt is ook aan de orde in hoofdstuk 11. De Here Jezus aan de ene kant, Die uitnodigend, wervend roept: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven; een ieder die in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven. Dat is een heenwijzing naar het kruis (vgl. ook hoofdstuk 3 vs 14-21). Die boodschap wordt onderstreept, ondersteund door de daadwerkelijke opwekking van Lazarus.
Aan de andere kant zien we de joodse leidslieden die vanwege die opwekking besluiten de Here Jezus te doden. Ze tonen daarmee onverhuld, dat ze pertinent niet willen geloven.
Ze tekenen daarmee letterlijk hun eigen vonnis.
Het is onmiskenbaar: tegenover het kruis is onverschilligheid en vrijblijvendheid onmogelijk: Een keuze is onvermijdelijk.
Wie gelooft ontvangt eeuwig leven ...
Wie niet gelooft komt uit het rijk van de dood en de vernietiging niet terug!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief