Doleantie-herdenking (2)
1986-05-23
In het voorafgaande artikel hebben we gezien dat bij de herdenking van de Doleantie in de Keizersgrachtkerk in Amsterdam de spreker Prof. dr I. A. Diepenhorst in het voetspoor van wijlen Prof. dr K. H. Miskotte de Doleantie GEEN REFORMATIE kon noemen.- Jaargang 30
- nummer 21
Blijkens de weergave van een deel van de rede in Trouw was de argumentatie als volgt: "Wat de Doleantie betreft, vandaag kan ik niet gemakkelijk aanvaarden dat ze onvermijdelijk is geweest al vind ik het voorafgaand gescharrel met reglementen en af en toe gewijzigde formuleringen stuitend. Ik heb mij in 1937 reeds laten overtuigen da t met het Doleantiekerkrecht niet het laatste woord was gesproken en daarin trad sindsdien geen wijziging, daarvoor was het proefschrift van M. Bouwman: Voetius over het gezag der synoden (1937) te concludent.
Wel steekt het de schrijverspreker wanneer er beweerd wordt dat het in 1886 niet voor en na gelopen zou hebben over het zuiver belijden.
Niet duidelijk wordt welke positieve inhoud Prof. Diepenhorst aan het kerkelijk gebeuren van die dagen toekent. In een wat cryptische zin wordt gezegd "dat men in 1886, vooruitlopend op het clublied van Feyenoord, daden bij het woord voegde en er wat van terecht heeft gebracht".
In gewoon Nederlands vertaald zal dit wel betekenen dat de Doleantie bij alle goede dingen daaraan verbonden een geforceerd ingrijpen op het proces van Kerkherstel is geweest.
Het is dan ook niet meer bevreemdend wanneer er gesproken wordt over de "nooit meer terugkerende en in de vergetelheid belandende Doleantie". In deze gedachtengang is een gedenken in bijbelse zin niet mogelijk.
Was het alles dan alleen uit de mensen.
Hier komen we weer bij de vraagstelling van K. H. Miskotte en zijn antwoord: wij geloven van dat werk Gods (in de Doleantie) niets, geen syllabe.
Hoe komt Prof. Miskotte tot deze duidelijke uitspraak.
Op pag. 61 van zijn boek: Om de waarheid te zeggen" lezen we: wat heeft 1886 met 1517 te maken? Het kerugma, de leer, noch de sacramenten noch de evangelische vrijheid waren in het geding ... Men kon in de "vaderlandse kerk" staan, op de bodem der belijdenis, men kon het radicale evangelie ambtelijk verkondigen, men behoefde geen streep af te wijken van de structuur der Leer, door de kerk officieel als de hare erkend.”
Het is een bekend argument.
Is het geoorloofd het op een conflict in de kerk te laten aankomen wanneer de verkondiging van de ware leer mogelijk is.
Gezien de verdeeldheid van de kerken uit afscheiding en doleantie en het feit dat in de Hervormde Kerk van onze dagen op veel plaatsen schriftuurlijk gepredikt wordt, is er alle reden tot zelfonderzoek op dit punt.
Wanneer we nu maar aanriemen dat geen predikant in 1834 en 1886 moeilijkheden heeft gekregen vanwege een prediking overeenkomstig de aangenomen leer (3 formulieren) naar de Schriften, dan blijft de vraag of het in Christus kerk geoorloofd is in prediking en ambtelijke arbeid diezelfde leer te weerspreken.
In de bijbel wordt steeds gewaarschuwd voor dwaalleer die moet worden weggedaan.
Nu weten we allemaal dat in de dagen van De Cock en Kuyper de vrijzinnigheid niets in de weg werd gelegd.
Merkwaardig is toch dat niet de vrijzinnige maar leergetrouwe predikanten te maken kregen met de kerkelijke tucht.
Dr W. Volger schrijft in "De leer der Nederl. Hervormde Kerk" pag. 235 over het kerkelijk handelen met H. de Cock: "Het proces is verlopen als een verkapte leertuchtprocedure; het materiële werd onder het formele verborgen. In De Cock werd de leer der kerk geraakt en het functioneren van de drie formulieren van enigheid als leer der kerk onmogelijk gemaakt."
Niet minder dan De Cock hebben Kuyper c.s. gestreden voor de handhaving van de aangenomen leer van de kerk.
Het ging daarin om de onderwerping aan de Koning der kerk.
Is het geoorloofd in de kerk de boodschap van 'de verzoening' door het bloed van Christus te verwerpen?
Die zaak was, in geding. toen de kerkeraad in Amsterdam "van hogerhand" gelast werd attesten af te geven aan vrijzinnige lidmaten die "elders" zich wilden laten aannemen. Is het bij alle verschil van inzicht voor hervormden van links tot rechts zo moeilijk om toe te geven dat in de Doleantie Kuyper c.s, terug wilden naar de kerk van ons belijden.
Bij diverse herdenkingen heb ik heel wat verhalen gehoord over het karakter van Kuyper, over paneelzagen en de onvermijdelijke Jan Rap en zijn maat;sterk gekleurde verhalen, maar erkenning van zijn reformatorische inzet, niet alleen in de kerk kan er nog steeds niet af.
Bezien we de nadere argumentatie van het scherpe oordeel van K. H. Miskotte over de Doleantie dan sta ik verwonderd over de behoudende taal van de man die mij geleerd heeft dat christenen niet zweren, bij het bestaande maar de grote verandering verwachten, Wat de leer betrof, zagen we, was er volgens Miskotte geen reden tot rechtvaardiging van de Doleantie en wat het kerkrechtelijk aspect van de zaak betreft horen we voor onze (Nederl, gereformeerde) oren heel bekende, puur synodale taal.
"Nergens is iemand geëxcommuniceerd of geroyeerd als lid; Kerkeraadsleden, die zich hadden vergrepen, zij het te goeder trouw, om tot hoger goed te geraken, aan de kerkelijke orde, zijn op wettige wijze geschorst.
Helaas zijn er door het Classicale Bestuur van N.-Holland ook wel "dolerende mensen" voorbarig afgeschreven.”
De gebeurtenissen in Kootwijk rondom het beroep van cand.
Houtzagers worden een "warwinkel" van onwettigheid genoemd.
Het is allemaal "law and order" en zulks verwacht je niet uit de pen van een man als K. H. Miskotte in 1971.
Het klinkt heel vreemd in dagen waarin synoden om een boycot van Zuid-Afrika vragen en revolutionaire bewegingen steunen.
Het is, zoals ik al zei, voor ons bekende taal.
In 1944 en in 1947 hebben wij dit lied in allerlei toonaarden horen zingen: niemand uitgestoten; schorsingen, of te wel uitstoting uit het door Christus verleende ambt door "hogere besturen", het is allemaal op wettige wijze gebeurd. Niets aan de hand mensen; gaat u maar rustig slapen. Synoden houden de wacht. . . De vraag of de regels, die in acht genomen werden, naar de Schriften waren, uit God of uit de mensen kwam niet aan de orde.
Bij alles wat er ten goede veranderd is in de Ned. Hervormde Kerk - misschien nog een beetje onder invloed van de Doleantie - van een handhaving van de aangenomen leer is ondanks de nieuwe kerkorde tot vandaag weinig te bespeuren; de regels worden wel in acht genomen en die mag je niet overtreden.
Samenvattend zagen we, dat Prof. dr Diepenhorst wel enkele goede woorden aan de Doleantie wijdde, maar niet van reformatie wil spreken en de actie van Kuyper c.s. voorbarig vond.
Prof. dr K. H. Miskotte wil van reformatie niet horen en wil van een werk Gods in de beweging, die op gang kwam, niet weten.
Volgende keer zullen we zien hoe de geschiedenis zich een beetje herhaalde wat het erkennen van "reformatie" betreft en hoe de vrijgemaakten in het verhaal voorkomen.