Persschouw

1986-05-23
  • Jaargang 30
  • nummer 21
De dominee en zijn werk.

Daarover schreef dr A. A. Spijkerboer, Hervormd predikant te Amsterdam en bekend radiospreker, in het blad "Evangelisch Commentaar" een artikel, waarvan wij het hieronder volgende gedeelte overnemen:

Is dominee aan het werk?
Naar mijn vaste overtuiging is het werk dat een predikant verricht niet in uren uit te drukken.
Neem nu eens een predikant die tegenslag heeft: in zijn gezin. loopt niet alles zoals zijn vrouwen hij gehoopt hadden, en in de gemeente is er een lastige kwestie. Hij neemt de tijd om dit alles te overpeinzen en om erachter te komen waar de schoen wringt. Hij confronteert zijn gedachten met wat hij van het getuigenis van de Bijbel verstaan heeft en begint conclusies te trekken. Intussen rommelt hij wat in zijn studeerkamer.
of mijnentwege maait hij het gras in de tuin van de pastorie. Is deze man nu aan het werk? Voor het oog van de buitenstaander loopt hij te lummelen, maar volgens mij is hij wèl aan het werk. Wanneer hij zijn strijd gestreden heeft kan de uitkomst van die strijd' veel betekenen op de kansel, bij de catechisatie en tijdens een pastoraal gesprek.
Neem nu eens een andere predikant die er een eer in stelt bij bijzondere gelegenheden ten huize van zijn gemeenteleden te verschijnen: hij slaat geen verjaardag, geen zilveren en zelfs geen koperen bruiloft over. Het kost hem allemaal veel tijd en veel kracht maar hij redt het. Is deze man aan het werk? Dat hangt er nog maar van af! Als hij onder alle bedrijven door ook nog bezig is met wat het evangelie voor het leven te betekenen heeft kan er zelfs op een verjaardag of een bruiloft nog wel eens een goed woord uit zijn mond komen.
Ook als er geen goed woord uit Zijn mond komt kunnen de indrukken die hij temidden van al die feestvierende menigten opdoet nog wel eens van belang zijn voor de prediking, de catechese en het pastoraat.
Maar als het evangelie voor hem in de loop der jaren zo
dood als een pier is geworden, als er voor hem niets meer van over is dan een bundel gedachten en regels, die hij eigenlijk steeds maar weer herhaalt, dan heeft al zijn activiteit niets meer te betekenen en is hij niet aan het werk.
Nog iets anders dat veel erger is. Neem eens een predikant die doorkneed is in de klassieke gereformeerde leer, maar die hef eigenlijk allemaal wat wettisch opvat. Dat een mens door genade alleen gered wordt is in de grond van de zaak een bittere pil die hij zijn gemeente voorhoudt, en wanneer hij het over het geloof heeft, heeft hij het niet over een dankbaar en verwonderd ontvangen, maar in de grond van de zaak over een prestatie die geleverd moet worden. Zelfs als hij op de kansel staat te jubelen over de genade en het geloof wasemt hij nog wetticisme uit. Is deze man aan het werk? Hij is wel aan het werk, maar hij werkt tégen, en hij zou beter, met behoud van salaris, de hele dag op bed kunnen blijven liggen.

Elke arbeidssituatie kent een buiten- en een binnenkant. De mensen, die zich geroepen achten een totaal-oordeel te geven over de uitoefening van iemands beroep of ambt, zullen dit bij voorbaat moeten inbouwen in hun beschouwingen. Doen zij dat niet dan bezondigen zij zich aan een onbarmhartige benadering van de medemens. Onder de noemer van de medemens moet ook de dominee. worden gerubriceerd. We zeggen dan wel vlot: Een dominee is ook maar een mens, maar waarom honoreren we dat niet vaker?
Overigens zal de dominee zèlf hebben te bedenken, dat hij in alles een voorbeeld der kudde dient te zijn. Hij mag wat de schaamteloze kritiek van sommigen betreft een harde huid hebben als hij daaraan maar paart een bewogen hart, dat zich uit in milde handen en vriendelijke ogen. Dan gaat hij steeds meer op zijn Zender lijken.
En dat is toch de bedoeling!
Dan wordt de gemeente daardoor beïnvloed.
De kerk van Jezus Christus heeft dringend behoefte aan' gemotiveerde predikers van het evangelie, die weten, dat het pastoraat in de praktijk bepaald wordt door het hart van het evangelie. Dan is de dominee niet alleen produktief. Dan is hij in de eerste plaats receptief.
Hij wil zelf, luisterend naar Gods Woord, de boodschap ontvangen om die vervolgens zo zuiver mogelijk door te geven aan de gemeente en aan vele anderen met wie hij in aanraking komt. En verder moet hij het oordeel over al zijn werk maar aan de HERE overlaten.
Die weet er wel raad mee. Hij is rechtvaardig en barmhartig.
Dat is bij onze God een eenheid, voor ons onbegrijpelijk. Ik meen, dat ds J. J. Buskes, destijds hervormd predikant in Amsterdam, gezegd heeft wat zijn pastorale werk betreft: Ik heb honderd keer gebeden waar ik het niet had moeten doen en honderd keer het gebed nagelaten waar ik het wèl had moeten doen. Dat getuigt van zelfkennis en van ootmoed. Gelukkig wil de majesteitelijke God Zich ontfermen over regelmatig struikelende dominees en voert Hij dwars door alles heen via hun intense arbeid zijn kerk in Christus naar haar eeuwige bestemming. Dáár heeft de grote Pastor der schapen onbetwist het eerste en laatste woord. Dat is het toppunt van Gods genade!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief