Het Liedboek
1986-05-23
- Jaargang 30
- nummer 21
Lied 354A/B
Dit Lied dat als avondmaalslied afkomstig is van Luther, is op "uitdrukkelijk verzoek van de Lutherse commissieleden getrouw vertaald". Het draagt dan ook duidelijk de sporen van de Lutherse sacramentsgedachte: "door Uw heilig lichaam en Uw heilig bloed help ons 0 Heer en wees ons goed" (strofe 1). Het blijkt voor de dichtervertaler geen gemakkelijke opgave geweest om aan de wens van genoemde commissie-leden te voldoen: "het heeft voor mij de zwaarste poëtische bevalling betekend van heel mijn bijdrage aan het gezangboek" (Comp. p. 805). Mogelijk is mede hieraan te wijten de minder geslaagde zin: "Heer, Uw Geest zij met ons voor altijd; leer ons rechte mate en matigheid" (strofe 3).
Dat het Liedboek van dit lied twee verschillende melodische versies geeft komt door het feit "dat de muziekcommissie, die het Liedboek redigeerde toen het nog alleen een nieuw gezangboek voor de Ned. Herv. kerk zou worden, uit de bestaande zangwijzen de eerste (354A) koos. Toen de Evang. Lutherse kerk in het project kwam participeren kozen deze voor de tweede (354B) uit muziek-historische en muziekpraktische overwegingen".
(Comp. p. 807).
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 355
De tekst van dit Lied heeft een duidelijk piëtistische, mystieke inslag. De dichter begint met het toespreken van de ziel: "ziel, mijn ziel, aanvaard uw luister" (strofe 1) en eindigt daarmee ook: "laat mijn ziel Uw liefde ervaren" (strofe 7).
De inhoud zou kunnen worden gekarakteriseerd als een cultivering van de religieuze beleving, gekweekt door- een onbijbelse theologie: "ach ik honger naar Uw goedheid, Zoon des mensen, naar Uw zoetheid.
Tranen schrei ik van verlangen om Uw spijze te ontvangen, dorstende in al mijn denken naar de drank die Gij zult schenken". (strofè 2); diepe vrees en zoet verlangen houden nu mijn hart gevangen" (strofe 3); "Jezus, hart van mijn beminnen, levensbron en licht der Zinnen". (strofe 5).
De mooie melodie wordt in het Compendium getypeerd als een "grandioze zangwijs, waarover een oude beoordeling luidde, dat zij' zó geslaagd was, dat de engelen in de hemel geen betere hadden kunnen bedenken" (p. 809).
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 356
De beoordeling van dit Lied kan o.i. iets gunstiger luiden dan de voorgaande, al zijn enige verbeteringen wel gewenst.
Zo b.v. in strofe 1: ,,0 leid mijn blindheid bij de hand... Gij geeft aan mij, 0 liefde groot U zelf in dit gebroken brood"; in de 3e regel van strofe 2 zou het woord "zoetheid" beter kunnen worden vervangen door "goedheid" en in strofe 3 is het slot ook niet mooi: ,,0 liefde die ontbloeit uit pijn, wij zijn van U in brood en wijn".
De melodie is prachtig, waard om vaak gezongen te worden.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 357
"De zes zevenregelige strofen van dit avondmaalslied wemelen van bijbelse motieven, alle verwijzend naar het sacrament van de Heilige Tafel". Het is daarom wel zaak de tekst goed door te denken en zoveel mogelijk proberen zich deze eigen te maken. wil het lied in de kerkzang goed functioneren. "Dé eerste strofe is geheel geëint op het verhaal van de Emmaüsgangers (Luc. 24); de tweede strofe herinnert aan de bede van de hoofdman te Kapernaüm (Matth. 8: 8); de derde strofe introduceert het thema van de bruiloft (Matth. 22 : 10); in de vierde strofe zijn er aanknopingspunten aan de bruiloft in Kana (Joh. 2 : 1-11); in de voorlaatste strofe worden de Johanneïsche "Ik-ben"-woorden van Jezus hymnisch aaneengerijd: de Alpha en de Omega; de ware wijnstok; de . weg, de waarheid en. het leven; de goede herder; het lam Gods (vgl. Joh. 1: 29). De laatste strofe is een bede dat de avondmaalsgangers in de "dingen" (brood en wijn) het mysterie van de Nieuwe Adam mogen vernemen". (Comp. p. 815): De melodie is niet eenvoudig en dient daarom vooraf geoefend te worden (eventueel met behulp vaneen koor). Het tempo mag niet te vlug worden gekozen: kwart-noot als teleenheid).
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 358
"De bouw van dit gebedslied eenvoudig naar woord en zinsbouw, tekent de avondmaalsgang: verootmoediging, nodiging, commune, dankzegging. Voor bijbelse noties wordt verwezen naar (strofe 1) Ps. 51 : 3, 13 en Joh. 19: 30; (strofe 2) 1 Cor. 11 : 24 v.; (strofe 3) Luc.; 1 : 52 v., 74 v.; (strofe 4) Ps. 146 : 7 (vgl. Ps. 107 : 9 en Joh. 4 : 11-15); (strofe 5) Gen. 32: 26 en (strofe 6) 1 Cor. 10: 16 (vgl. Hand. 3 : 15) (Comp. p. 818).
De algemeen bekende, gedragen melodie moet niet te vlug worden gezongen.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 359
Bij het lezen en overwegen van de tekst van dit Lied kunnen we ons niet onttrekken aan de sombere gedachtengang die, uitgezonderd in de laatste, in alle strofen overheersend is. De blijdschap van het evangelie wordt verdrongen door het met rouw omfloerste leven, het leven van de gestadige dood. Dat behoeft niet te verwonderen wanneer we vooraf kennis nemen van de achtergrond van dit gedicht, waarvan de dichter zelf zegt: "geschreven onder de indruk van de hervatting van de kernbom-experimenten in de dampkring in 1961. Nog nóóit, ook niet in de oorlogstijd, had ik mij zó "midden in de dood" gevoeld, zó "met de dood voor ogen I met de dood in 't bloed" (Comp. p. 818). En al heeft de dichter, gedachtig aan het avondmaal, de maaltijd tot het leven, de beginregel van de middeleeuwse antifoon (midden in het leven zijn we door de dood omvangen)' omgekeerd (midden in de dood zijn wij in het leven), dat neemt niet weg dat 5 van de 6 strofen eindigen in de somberheid van de dood.
En dit is bij een lied in de reeks van de avondmaalsliederen o.i. niet aanvaardbaar.
De melodie is niet moeilijk en past goed bij de tekst.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 360
In tegenstelling met het voorgaande.
ademt dit avondmaalslied een geest van vreugdevolle beleving: "Jezus, leven van mijn leven." De dichteres zegt verder hierover: "de opzet van de tekst van de 3 strofen doet deze evenwijdig lopen met die van de gebruikelijke avondmaalsformulieren: strofe 1 wordt gezongen bij het gaan aan tafel. strofe 2 tijdens het aanzitten en strofe 3 na de tafelgemeenschap als de gemeente met het geheim van Gods liefde weer uitgaat de wereld in". (Comp. p. 819).
De goede, blijmoedige melodie' is dezelfde als van Lied 182.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 361
De weinig-zeggende tekst van dit Lied heeft nauwelijks waarde als avondmaalslied én is daarom voor de kerkzang praktisch van geen betekenis. De tekst is tamelijk tweeslachtig.
Er ligt een grote afstand tussen de beide strofen: "het Woord geeft Hij ons in de mond; (strofe 1) en "wij brengen het brood naar de schare" (strofe 2) en hierbij valt overigens nog op te merken: wij delen toch het brood niet uit.
De melodie is niet moeilijk, al lijkt het wel gewenst speciaal de laatste regel even te oefenen.
Tekst: 2; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst; b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.