Ds C. Vonk over Daniel, 1 en 2 Kronieken, Ezra en Nehemia.
1985-09-06
In de reeks ‘De voorzeide leer’, kwam in 1984 dit deel uit, dat handelt over bovengenoemde boeken. Op de hem eigen pittige en smeuige wijze vertelt ds. Vonk en legt hij uit, zodat wij in deze Bijbelboeken een goed inzicht krijgen. En vooral bij het tweede deel van het boek Daniël over de visioenen hebben we wel wat uitleg nodig, niet waar? Fijn is het als ds. Vonk de historische achtergronden belicht (p. 7-10), zodat we wat houvast hebben en de heilsgeschiedenis niet in het luchtledige hangt. Nu iets over de inhoud. We noemen een paar mooie dingen, b.v. als hij op p. 13 schrijft: “dat Nebukadnezar Jeruzalem benauwde, streng behandelde, maar dat achter de strenge Nebukadnezar de strengheid van Israëls eigen God stond, hier niet Jahweh genoemd, maar Adonaj, d.w.z. de goddelijke Heer en gebieder. Wie moet hier niet denken aan de waarschuwing van Gods verbondswraak in Lev. 26 en Deut. 28?” (Dan. 1: 1 en 2). Op pag. 17 schrijft ds. Vonk over het verschil in geschiedschrijving van de auteurs van de boeken de Koningen en der Kronieken naar aanleiding van de figuur van Hizkia.- Jaargang 29
- nummer 34
Fijn is het wat ds. Vonk opmerkt over Ezra op p. 206. Hij toont aan, dat Ezra niet hard was, geen drijver, zoals wel gesuggereerd wordt, maar een medegelovige, die zich gehoorzaam hield aan Gods verbond en woorden, waarbij hij regelmatig met zijn medegelovigen in broederlijk overleg trad. (Optreden van Ezra tegen gemengde huwelijken). Over Nehemia’s schietgebeden merkt Vonk op: “Deze zg. schietgebeden zijn geen gebeden geweest van een zelfingenomen vereerder van zijn eigen goede werken, maar gebeden om hulp en steun. Terecht. Neh. 13 : 29 en 31.
Een paar opmerkingen wil ik maken over wat ds. Vonk schrijft over het Hebreeuwse woordje (‘ad’) in Dan. 1: 21 nl. dat het niet de betekenis heeft van ons Nederlandse woordje ‘totdat’ (en verder niet), maar de betekenis kan hebben van ons ‘tijdens’ en ‘terwijl’. Vers 21 omschrijft hij dan als volgt: Daniël bekleedde zolang een bijzondere functie te Babel, dat hij er nog was, toen Israël de vrijheid herkreeg, doordat Cyrus aldaar koning werd. Akkoord. Maar ons Nederlandse woordje ‘tot(dat)’ hoeft toch ook niet in te sluiten het ‘daarna niet meer’? Kun je het Hebreeuwse woordje ‘ad’ dan niet wel degelijk vertalen met ‘tot(dat)’ zoals Aalders doet in de K.V. op dit vers? Aalders schrijft: - ‘ad’ – hoeft niet te betekenen, dat Daniël er daarna niet langer was. En in zijn commentaar op Daniël citeert hij Nelis, die er op wijst, dat dit ‘ad’ niet alleen het punt kan aanduiden, waar de handeling ophoudt, maar ook waar ze culmineert.
Ik zou de schrijver ook willen vragen, of hij in het N.T. terecht het Griekse – achri (hoes) – net als het Hebreeuwse woord - ‘ad’ – in Matth. 23:39, Luk. 21:24, Hand. 3:21 en Rom. 11:25, 26 vertaalt met ‘terwijl’? Is dat waar? Duwt de schrijver door de vele eigen woorden tussen haakjes, die niet in de tekst staan, de lezer niet in een bepaalde richting? Mag ik me houden aan de verklaring van de allesbehalve chiliastische, maar wel eerlijke exegeet prof. Greijdanus van Rom. 11:26a tot de tijd, dat de volheid der heidenen ingegaan zal zijn. Dat moet eerst een feit zijn, dan wordt de verharding van een deel voor Israël te niet gedaan. Zij duurt tot zolang als de volheid nog niet is ingegaan, nl. in het Koninkrijk Gods, d.w.z. gelovig is geworden (Bottenburg, p. 514). ‘Het gaat over Israël enerzijds en de heidenen anderzijds en vlak vooraf doelt Israël duidelijk op de Joden en ook de volgende verzen spreken van hen.’ (p. 515). ‘Heel Israël kan in dit verband moeilijk iets anders betekenen dan Israël als geheel tegenover een klein deel tevoren', p. 516.
Waarom toch zo weinig royaal koninklijk, zoals bij onze grote Koning past, over zijn beloften aan Israël en de vervulling van deze gesproken. Ze gelden toch nog? Hand. 2 : 37-39?! Interessant is wat ds Vonk zegt n.a.v, Dan. 6: 1 en 9: 1, dat Darius de Meder koning Kores ofwel Cyrus zou zijn. Hoewel dat wel betwist zal blijven, Grappig is, dat ds V. op p. 164 het heeft: over een overschrijvingsfout in 2 Kron. 9 : 2 (koning Ahazia 42 jaar, in plaats van 22 jaar, volgens 2 Kon. 8: 26) en zelf een overschrijvingsfout maakt, want het moet niet zijn 2 Kron. 9 : 2, maar 2 Kron. 22: 2. We complimenteren ds. Vonk met zijn voor hem laatste deel van de reeks over het O.T. Hartelijk aanbevolen om .persoonlijk te gebruikenvals hulpmiddel bij de bijbelstudie en samen op de verenigingen! Wat de uitgever Liebeek & Hooymeyer b.v., Barendrecht betreft: Goede wijn behoeft geen krans!