Na het avondmaal

1986-05-30
  • Jaargang 30
  • nummer 22
"De genade van God is alleen voor diegenen die hun zonden belijden, die zich voor God vernederen en die met hun zonden breken.
Want Gods toorn rust op allen die de Zoon ongehoorzaam zijn".
Zo lezen we het in het avondmaalsformulier.

Wij mogen als zondaars aan het avondmaal komen, wat wij ook gedaan hebben... hoe zwart onze zonden ook zijn -- Gods genade maakt ze witter dan sneeuw; maar: we moeten ons dan van harte voornemen met de zonde te breken.
Wie de ontfermende liefde en vergeving van God zo nabij heeft gezien door met de hand te tasten en met de mond te proeven aan de avondmaalstafel, die kan niet anders meer dan anders gaan leven.
Alleen: wie denkt dat hij of zij er na het avondmaal wel weer een poosje tegen kan, die vergist zich. Je mag er nl. niet van uitgaan dat het avondmaal ons automatisch beveiligt. Wie aan het avondmaal heeft deelgenomen, die is niet immuun geworden voor de zonde; die heeft juist krachten opgedaan om de strijd tegen de Boze te voeren.
Hoe oneindig groot Gods genade ook is - de macht van de zonde laat zich nog steeds gevoelen!
Wee hem of haar die die macht onderschat!
De apostel Paulus spreekt in zijn brief aan Efeze eerst uitvoerig over wat de gelovigen ontvangen hebben: het is onmiskenbaar zo dat hij dan woorden tekort komt om die overweldigende rijkdom die in Christus ook aan de gelovigen geschonken is te beschrijven.
In de eerste hoofdstukken buitelen de woorden en zinnen over elkaar heen.
Dan gaat hij verder: laat die overstelpende genade nu ook toe in je leven om dat te genezen: geef die genade de kans om je gehele leven te dóortrekken, zodat echt héél je bestaan vernieuwd wordt. De apostel maakt het konkreet; hij noemt allerlei gewone dagelijkse dingen: ons huwelijk, ons gezin, ons werk. Gods genade is immers alles omvattend en mag daarom op alle terreinen van het leven en tot in de verste uithoeken daarvan zichtbaar worden?
Wie er echter op rekent dat dat zomaar in je eigen leven gebeurt… automatisch onder de preek of aan het avondmaal veranderen… die zit ernaast. Om die genade, die liefde van God een plaats in je leven te geven – dat is een strijd. Een hevig gevecht tegen de zonde, waar je niet licht over moet denken!
“Weest krachtig in de Heer en in de sterkte van Zijn kracht. Doet de wapenrusting van God aan om stand te houden tegen de verleidingen van de duivel.” De wapenrusting van God – dat herinnert aan Jesaja 59. In dat hoofdstuk van Jesaja lezen we over het volk Israël dat in een vastgelopen situatie verkeert. Ze zijn vastgelopen door de zonden. Het volk kan geen kant meer op; er is geen uitzicht meer; het volk gaat reddeloos verloren.
Maar dan – dan grijpt de HEERE in. Hij kan het niet langer aanzien dat het volk zo – door eigen schuld – in die benauwdheid zit. De HEERE verlost zijn volk …. Let op: niet zomaar, in een handomdraai nee: bekleed met de volle wapenrusting. De nood van het volk is zo groot, de zonde is zo sterk dat zelfs de HEERE het niet zomaar aankan.
Hij moet Zich volledig bewapenen, met harnas en pantser…, zegt Jesaja. Daarop doorgaande schrijft de apostel Paulus aan de gelovigen in Efeze: onderschat de strijd tegen de zonde niet. Zeg niet: ik ben nu (onder de preek of aan het avondmaal) weer volgegoten met Gods genade, nu kan ik er weer even tegen, ik behoef geen gevaar te duchten. Nee wees ervan overtuigd dat in de strijd tegen de zonde zelfs de HEERE er een zware dobber aan heeft. Doe daarom in de strijd tegen de zonde de wapenrusting van God aan… alleen dàn kun je standhouden tegen de verleidingen van de duivel.
Er is terecht op gewezen dat er in het oorspronkelijk staat: de methoden van de duivel. De duivel gaat heel planmatig te werk. Zoals in elk plan, er zijn veel kleine en maar weinig grote dingen in opgenomen. Maar groot of klein, het kan niet gemist worden.
Wie ten aanzien van de duivel wacht op grote dingen, ernstige verleidingen, die beseft kennelijk niet dat hij op vele kleine dingen allang te pakken genomen is. De duivel gaat methodisch te werk!
De apostel spreekt over huwelijk, gezin, werk e.d. Wie daarbij alleen op grote, ingrijpende dingen let, op ernstige misstappen – die heeft blijkbaar niet in de gaten dat de duivel ook heel veel kleine ruzietjes en onenigheden gebruikt in zijn plannetjes met u.
Paulus waarschuwt: in die gewone situaties (huwelijk, gezin, werk) daar is niet alleen de echtgenoot, de kinderen, de baas en de collega’s, daar is ook de duivel, volop aktief! In de mensen om ons heen, in onszelf, zijn duistere machten aan het werk. En dáártegen moeten we vechten. Het is een worstelen op leven en dood, We kunnen alleen overeind blijven als we bekleed zijn met de wapenrusting Gods.

Elders gebruikt Paulus de uitdrukking 'met Christus bekleed zijn': Met de gestorven en opgewekte Christus. Daarheen wijst ook het avondmaal.
Wie aan het avondmaal aanzit mag het opnieuw horen: ik ben bekleed met Christus, met de wapenrusting Gods.
Niet: om te rusten; wie gaat liggen slapen heeft niets aan een harnas. Dat redt je dan niet. We zijn bekleed … om te strijden. Niet in het onzekere: de overwinning is reeds in principe behaald, door Jezus Christus.
Gesterkt aan het avondmaal gaan wij opnieuw de strijd aanbinden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief